1409277
VVD-leider Mark Rutte komt aan op het Binnenhof voor nieuwe onderhandelingen met PvdA-leider Diederik Samsom, toen de radiostilte nog volop gold. © ANP

Wouter Bos: 'Wat ook opviel, is hoe makkelijk journalisten zelf speculeren zonder dat ze iets weten'

COLUMN Uit de school klappen over wat er aan de onderhandelingstafel werd besproken, kan en wil Wouter Bos niet, bij zijn terugkeer als columnist voor de Volkskrant. Maar wat wel opviel: hoe veel de buitenwereld ondanks die radiostilte kennelijk leek te weten over wat er zich binnen afspeelde.

Na vijf weken radiostilte mag ik me weer onder uw columnisten scharen. Waarschuwing vooraf: veel keukengeheimen uit de formatie zal ik niet kunnen, willen en mogen openbaren. De radiostilte is weliswaar verbroken, maar het onderlinge vertrouwen dat ten grondslag lag aan de uiteindelijk snel verlopen onderhandelingen, vraagt ook om terughoudendheid bij terugkijken.

In deze terugkeercolumn dus geen grote onthullingen. Maar wel iets anders. Iets ongemakkelijks ook. Vijf weken radiostilte is niet alleen voor de pers een bijzondere ervaring. Ze was het ook voor ons. Vooral omdat we konden zien wat journalisten in de buitenwereld over de (in)formatie schreven terwijl wij wisten wat er in de binnenwereld van de Stadhouderskamer echt gebeurde. Het vervelende is dat als je die twee werelden met elkaar kunt vergelijken, je geloof in de kwaliteit van de vaderlandse parlementaire journalistiek er niet groter op wordt.

Het eerste dat bijvoorbeeld opvalt, is dat de zogeheten gezaghebbende oud-politici die in allerlei rubrieken opduiken om hun commentaar te geven op wat er zich (waarschijnlijk... vermoedelijk... naar men zegt... bijna zeker...) in de formatie afspeelt, bijna nooit (meer) een rol van betekenis spelen in hun partij. Ze kunnen dus hoogstens uit eigen ervaring speculeren over wat er wellicht gebeurt, maar ze weten het niet. En dat is eigenlijk niet zo gek. De mensen die ertoe doen, houden immers hun mond. De mensen die hun mond opendoen, zijn eerder beschikbaar dan betrokken. Ik kende dat verschijnsel overigens al uit mijn eigen tijd als actief politicus, toen we dat verschijnsel een Bram Pepertje noemden.

Speculeren
Wat ook opviel, is hoe makkelijk journalisten zelf speculeren zonder dat ze iets weten. De betere variant van speculeren is de rationele deductie. Daarmee is niet zo veel mis. Ik heb een aantal journalisten knappe redeneringen ten beste zien geven over hoe (bijvoorbeeld) de portefeuilleverdeling zou uitvallen. Niet omdat ze iets wisten maar omdat ze zo bekend zijn met het politieke spel en de krachtsverhoudingen, dat ze je kunnen voortekenen hoe het in de praktijk zal lopen. 'Als die Algemene Zaken heeft, neemt die Financiën. Als die Sociale Zaken heeft, komt Economische Zaken daar terecht. Als zij Veiligheid en Justitie willen houden, krijgt de ander Binnenlandse Zaken', en zo verder. Paul Jansen van De Telegraaf- kennelijk niet voor niets door zijn collega's verkozen tot beste parlementaire journalist - is er een meester in. Hij was ook degene die, als hij iets niet wist, het meest consequent zich bediende van disclaimers in de trant van 'naar men zegt', 'dit horen wij' of 'maar dit is natuurlijk speculatief'.

Want dat was eigenlijk het meest ontluisterend: zoveel anderen deden dat niet. Die verkondigden zonder enig voorbehoud pertinente onjuistheden als feiten. In de schrijvende journalistiek gebeurt dat overigens veel minder dan op televisie. Kennelijk is iets zwart-op-wit zetten ook in de meest letterlijke zin een barrière die moeilijker is te nemen dan op televisie iets uitkramen dat kant noch wal raakt. Zonder disclaimer.

Zo hoorden wij tot op de laatste dag van de onderhandelingen dat er nog berekeningen naar het Centraal Planbureau moesten (onjuist), dat op het laatste moment nog nieuwe ministerskandidaten waren benaderd (onjuist), dat er verschillende opties werden doorgerekend op moeilijke dossiers en dat de keuzen daaromtrent nog op tafel lagen (onjuist).

Nu ik weer ga herinburgeren in het normale leven moet ik dus voor één ding uitkijken: dat ik niet bij alles wat ik de komende tijd van al die televisieduiders hoor, denk: ze zullen er wel net zo naast zitten als tijdens de formatie.

Waarheid
En wat natuurlijk ook niet moet gebeuren, is dat ik denk dat alleen Paul Jansen de waarheid opschrijft. Mijn eigen krant had uiteindelijk het laatste woord en was de enige die ons met stomheid sloeg. Weken lang konden wij gniffelen in de wetenschap dat wij wisten wat er gebeurde en de buitenwereld maar wat gokte. Tot op zaterdag 20 oktober de Volkskrant op de mat viel. Het was de enige keer dat wij de buitenwereld niet te slim af waren. Martin Sommer opende die dag zijn column met de zin 'Het schijnt nog twee weken te duren voordat er een nieuw kabinet zit'. Zonder enige uitleg. De rest van de column ging ook niet over de formatie maar over, of all people, Henk Bleker. Sommers bijna terloopse opening bleek de enige juiste voorspelling van de duur van de formatie in al die weken in welk medium dan ook. Ons in vertwijfeling achterlatend. Was dit een lek? Een gok? Of toch superieur inzicht?

Wouter Bos is econoom en politicoloog en was informateur van het kabinet Rutte II. Hij schrijft elke twee weken op donderdag een column in de Volkskrant. Na een onderbreking van vijf weken formeren is hij weer terug.