1563507
© ANP

'Uw kindje met vwo-advies in een klas met vmbo'ers? Een doodeng idee'

COLUMN Omdat Elsbeth uit Wassenaar haar wittewijnvriendinnen niet wil vertellen dat haar dochter moeilijk kan leren, moet het arme kind koste wat het kost naar een lyceum, schrijft columnist Johan Fretz. 'Lossen we iets op door een hele onderwijstak als ondermaats af te schilderen of door elke vorm van omgang tussen verschillende niveaus op een school uit de weg te gaan? Nee.'

 
Mijn oude schoolgebouw is tegenwoordig ingedeeld op niveau. De oostvleugel voor vwo'ers, de westvleugel voor vmbo'ers: dat werk. Om van te janken!

Toen ik 10 was, verhuisde ik van Dordrecht naar Almere en kwam ik terecht op een nieuwe basisschool. Dat was geen pretje. Almere was nogal doods, ik kende er niemand en ik kon er moeilijk aarden. Het leren ging minder goed dan voorheen en ik kreeg een mavo/havo-advies op basis van de Citotoets.

Met dat advies ging ik na groep 8 naar OSG De Meergronden. Een beetje een oude hippieschool (maar dan met 1.800 leerlingen), uit idealisme opgericht in de jaren zeventig als eerste school in de onontgonnen polder. Op het gebouw stond met grote letters de wat weeïge spreuk: 'Vanaf de maan gezien, zijn we allen even groot'.

Geen hakoembajee zingend zooitje
Maar op de grond was het zeker geen slap hakoembajee zingend zooitje. Het was een inspirerende school met heterogene brugklassen, waarin leerlingen met verschillende niveaus, leeradviezen en achtergronden de eerste twee jaar nog gezamenlijk in de klas zaten.

In overzichtelijke klassen kregen we les van bevlogen docenten, die de ruimte hadden om kinderen van verschillende leerniveaus ook een verschillende leerstof aan te bieden. Ik heb altijd gemerkt dat de minder presterende leerlingen zich aan de beter presterende leerlingen optrokken.

Vanaf het derde jaar splitsten de niveaus. Ik mocht uiteindelijk naar het vwo, maar in de school bleef het toch als een hechte gemeenschap aanvoelen. De Meergronden was een prachtig voorbeeld van de manier waarop een investering in de gemeenschap zich kan uitbetalen, niet alleen in de prestaties, maar in de algehele ontwikkeling van leerlingen.

Maar met de jaren groeide de weerstand. Bij nieuwe docenten, die er steeds minder voor voelden om al die niveaus door elkaar les te geven. En bovenal: bij de ouders. Ik heb het zelf meegemaakt.

Doodeng idee
Op introductiedagen werd aan bovenbouwers gevraagd te komen praten over hun schooltijd. Zat ik daar enthousiast te vertellen over die brugklastijd tegenover een groep Almeerse ouders, zag ik hun gezichten betrekken. Ze vonden het maar een doodeng idee: dat hun kindje met vwo-advies maar liefst twee jaar lang in aanraking zou komen met kinderen die waarschijnlijk naar het vmbo zouden gaan.

Waar voorheen nog de kracht werd ingezien van de diversiteit, overheerste nu de angst dat het individu zou lijden onder de niveauverschillen binnen de groep.

Daarom is het systeem uiteindelijk afgeschaft. Geen heterogene brugklassen meer, maar aparte afdelingen voor elk opleidingsniveau. Die afdelingen heten units. Dat klinkt net zo liefdeloos als het is.

Ook het schoolgebouw is tegenwoordig ingedeeld op niveau. De oostvleugel voor vwo'ers, de westvleugel voor vmbo'ers: dat werk. Om van te janken! Zo leven de leerlingen nu afgezonderd van elkaar, een symbolische voorbode voor de rest van het leven, waarin mensen zich al zo veel terugtrekken in hun eigen sociale kringen.

In een interessant artikel in NRC Handelsblad van afgelopen weekend las ik hoe hoogopgeleide ouders vertelden (anoniem overigens) dat ze zo bang waren dat hun kind naar het vmbo zou moeten. Dat het niet op alle vmbo-scholen een gezellig feestje is, wil ik best geloven. Ik ken ook de verhalen van vmbo's waar leerlingen elkaar de hersens inslaan en docenten overspannen vertrekken.

Maar leg mij eens uit: lossen we iets op door een hele onderwijstak als ondermaats af te schilderen of door elke vorm van omgang tussen verschillende niveaus op een school uit de weg te gaan? Nee.

Efficiëntieziekte
De ambitie van ouders, hun obsessie met status en prestatie, zou ondergeschikt moeten zijn aan dat wat een kind nodig heeft. Ik schreef het al eerder: overal regeert de efficiëntieziekte en alle onmeetbare, maar o zo waardevolle aspecten van het leven, worden neergehaald. Alles van waarde is weerloos en dat zullen we weten.

Omdat Elsbeth uit Wassenaar haar wittewijnvriendinnen niet wil vertellen dat haar dochter moeilijk kan leren, moet het arme kind koste wat het kost naar een lyceum. Omdat Antoinette en Pierre het een angstaanjagend idee vinden dat hun zoon niet meteen uitsluitend tussen de gymnasiasten komt te zitten, bestaan systemen zoals die van mijn oude school niet meer.

Doodzonde. De vraag is: pikken we dit of pikken we dit niet? Het is tijd dat we deze efficiëntieziekte te lijf gaan, voor ons onderwijs in de goot ligt als een spartelend lijf waar nog volop bloed doorheen stroomt, maar waarvan het hart al lang gestopt is met kloppen.

Johan Fretz is schrijver/cabaretier en columnist voor Volkskrant.