1441190
Prisedent Abbas tijdens een speech in Ramallah afgelopen zondag. © AFP

'VN zal met de erkenning van Palestina het vredesproces geen dienst bewijzen'

Opinie Het opwaarderen van Palestina tot 'non-member state' zal Abbas, noch het vredesproces, redden, betoogt Esther Voet van het CIDI.

 
de VN gaat voorbij aan het feit dat Abbas met deze aanvraag de Osloakkoorden overboord gooit

President Mahmoud Abbas vraagt vandaag op 29 november om opwaardering van Palestina tot 'non-member state' bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Abbas koos de 29ste niet voor niets. Op die dag is het precies 65 jaar geleden dat het door de Palestijnen afgewezen delingsplan ten behoeve van een Joodse en een Palestijnse staat door de Verenigde Naties werd aangenomen.

De Verenigde Naties zullen hem die status naar verwachting ook gaan toekennen. Maar is dat verstandig? De VN zal met die opwaardering het vredesproces geen dienst bewijzen en daarnaast schept het een opvallend precedent.

Drijfzand
Abbas zal zichzelf in New York presenteren als de grote leider van het Palestijnse volk. Maar het is aartsvijand Hamas die na de laatste confrontatie met Israël aan prestige onder de Palestijnen heeft gewonnen. Dat was ook precies waar het Hamas om te doen was. Hamas heeft Abbas vrijwel geheel 'kaltgestellt' want meer dan ooit is duidelijk dat Abbas niet voor alle Palestijnen kan spreken.

Hoewel deze week lijkt alsof Abbas toenadering zoekt tot zijn gezworen vijanden, zal zijn gang naar de Verenigde Naties om daar voor zowel de West Bank, Oost-Jeruzalem als Gaza de statusverhoging op te eisen, dan ook op drijfzand berusten. Iedereen weet immers dat hij over twee van de drie gebieden geen enkele macht heeft. Daar komt bij dat hij in oktober op zijn eigen West Bank tijdens de gemeenteraadsverkiezingen een gevoelige nederlaag heeft geleden.

Met een mogelijke opwaardering zal de VN ook op een onverantwoorde manier aan de criteria voor de definitie van wat een staat is, voorbijgaan.

De conventie van Montevideo
De conventie van Montevideo in 1933 stelde die criteria vast. Wil een staat als zodanig erkend worden, dan moet er sprake zijn van een duidelijk omlijnd territorium, een permanente bevolking, een regering en de mogelijkheid om contacten te onderhouden met andere staten. Voor de Europese Unie vormde de definitie bijvoorbeeld de basis voor de opdeling van Joegoslavië (Badinter Arbitration Committee, 1991). Het moge duidelijk zijn dat de Palestijnse Autoriteit aan tenminste twee van die vier criteria niet voldoet. Er is geen sprake van een eenduidige regering of een duidelijk omlijnd territorium.

Voor de meerderheid van de VN-staten lijkt dat echter geen enkel probleem. Daarmee verwijzen ze Montevideo naar de prullenbak en gaan ze voorbij aan de implicaties voor de toekomst. Ze scheppen immers het precedent dat iedere groepering die zelfbeschikking nastreeft en een staat wil oprichten maar niet aan de criteria voldoet, ook recht van spreken krijgt. De juridische grenzen worden overschreden en toekenning van deze status zal gaan afhangen van willekeur: een meerderheid van stemmen in de VN.

En dan het belangrijkste punt: de VN gaat voorbij aan het feit dat Abbas met deze aanvraag de Osloakkoorden overboord gooit. Tijdens Oslo II (1995) is afgesproken dat 'geen van de partijen enige verandering zal brengen in de status van de West Bank of de Gazastrook, in afwachting van de uitkomst van de onderhandelingen rond een permanente status.'

Nederzettingen
Abbas gebruikt het argument dat ook Israël verandering aanbrengt met de bouw van nederzettingen op de West Bank. Het is voor hem dé reden om niet terug te keren naar de onderhandelingstafel. Maar wie de Osloakkoorden erop naleest, zal ontdekken dat nergens de eis wordt gesteld dat met de bouw van nederzettingen wordt gestopt, hoe omstreden die ook zijn. En toen Israël in 2010 de bouw van die nederzettingen tien maanden stillegde, was Abbas niet te vermurwen om de tafel op te zoeken.

Toch is dat de enige kans op een vredesregeling tussen Israël en in ieder geval de West Bank. In plaats van een opwaardering door de VN moeten béide partijen, ook Israël, gedwongen worden opnieuw aan die tafel plaats te nemen. Abbas de Osloakkoorden laten aantasten, ondermijnt het enige Palestijns-Israëlische akkoord waarop het vredesproces nog kan berusten.

Netanyahu, een gewiekst politicus, heeft Abbas drie weken geleden nog opnieuw uitgenodigd, zonder voorwaarden vooraf. Ingaan op die uitnodiging is Abbas' enige en misschien wel laatste optie. Het opwaarderen van Palestina tot 'non-member state' zal hem, noch het vredesproces, redden. In tegendeel.

Esther Voet is adjunct-directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI).