1435404
Een Palestijnse jongen met een speelgoedgeweer tijdens een demonstratie in Hebron om het einde van de gevechten tussen Hamas en Israël te vieren. © AFP

'Een gehavend Hamas heeft toch wat te vieren'

COLUMN Hamas kan hernieuwd prestige ontlenen aan het feit dat ze Israëls militaire macht wederom heeft weerstaan, schrijft buitenlandcommentator voor de Volkskrant Paul Brill.

 
President Abbas zit ostentatief irrelevant te zijn

Het was een vreemde, maar ook leerzame ervaring om de gebeurtenissen in Gaza te volgen door een andere dan de Nederlandse bril, die al snel pleegt te beslaan als het om Israël en de Palestijnen gaat. De afgelopen week verbleef ik in Japan. Niet dat men daar geen oog heeft voor de gevaren van een uitbarsting van geweld in het Midden-Oosten. De media besteden er de nodige aandacht aan - zij het op geen stukken na zoveel als aan de komende Japanse verkiezingen - en gesprekspartners willen graag weten hoe je de situatie beoordeelt.

Maar het onderwerp mist ten enenmale de emotionele lading die het bij ons op voorhand heeft. Er is ook niet het gevoel van acute dreiging die zich aan je opdringt als je naar CNN, de BBC of Al Jazeera kijkt. De Japanners hebben geen speciale binding met de staat Israël en ze bekommeren zich niet hevig om het lot van de Palestijnen. Er is geen Japanse Gretta Duisenberg, geen Japanse Dries van Agt. Er hoeven geen bekende Joodse instellingen extra te worden bewaakt, om de eenvoudige reden dat die niet bestaan.

Strategische redenen
De onrust in het Midden-Oosten is 'een brand op een verre kust', zoals een Japanse uitdrukking luidt. Dat er toch op die verre kust wordt gelet, heeft vooral een strategische reden. Geen ander land in Azië is voor zijn energiebehoefte zo afhankelijk van het Midden-Oosten als Japan. En die afhankelijkheid is alleen maar groter geworden sinds een vijftigtal kerncentrales is stilgelegd na de ramp in Fukushima.

Japanners zijn vooral geïnteresseerd in de vraag hoe de krachtsverhoudingen liggen en of die zijn veranderd door de nieuwe botsing tussen Israël en Hamas. Die manier van kijken is op zijn minst een nuttige afwisseling bij het eeuwige gekibbel over historische rechten en al dan niet vermeende schendingen van het volkenrecht. Wat betekent het jongste Gaza-conflict in de grand scheme of things? Wie heeft wat willen bereiken en in hoeverre is dat gelukt?

In Nederland bestaat een sterke neiging om Israëlische en Palestijnse aanvallen over en weer geheel toe te schrijven aan de spiraal van actie en reactie waarin de twee partijen gevangen lijken. Nu kan het vergeldingsargument altijd wel van stal worden gehaald, maar de jongste crisis draaide echt om iets anders. Hier is door Hamas en aanverwante strijdgroepen in Gaza bewust hoog spel gespeeld. De beschietingen op Zuid-Israël zijn dermate opgevoerd, dat een gewapend antwoord van de regering-Netanyahu bijna niet kon uitblijven.

De grote vraag werd dan: wat doet Egypte? In Gaza heeft men er kennelijk op gemikt dat president Morsi en de zijnen, uit wier Moslimbroederschap Hamas is voortgekomen, onder sterke, mogelijk onweerstaanbare druk zouden komen te staan om volledig de Palestijnse kant te kiezen en eventueel zelfs de banden met Israël te verbreken. Deze gedachte zal ook krachtig zijn gepousseerd door de beschermheren in Teheran, voor wie een complete oorlog in Gaza nog een ander voordeel heeft: het leidt de aandacht af van het Syrische strijdtoneel en vermindert de druk op bondgenoot Assad.

Vaardig
In die opzet is het islamistische kamp niet geslaagd. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan de regering-Obama, die in deze crisis zeer vaardig heeft geopereerd. Eerst heeft ze haar volle steun gegeven aan Israël (gezien de koele relatie tussen president Obama en premier Netanyahu was dat geen uitgemaakte zaak), vervolgens zijn alle diplomatieke pijlen gericht op Morsi. Deze heeft eieren voor zijn geld gekozen, in het besef dat hij nog altijd sterk afhankelijk is van de Amerikanen, die een sleutelrol spelen bij het verlenen van de internationale financiële hulp waaraan Egypte zo dringend behoefte heeft.

Maar voor grote Israëlische opluchting is evenmin reden. Aan het militaire potentieel van Hamas mag dan een zware slag zijn toegebracht, maar de raketten met een groter bereik zijn niet volledig uitgeschakeld en het lijkt er ook niet op dat de aanvoerroutes nu op slot gaan. Hamas kan hernieuwd prestige ontlenen aan het feit dat ze Israels militaire macht wederom heeft weerstaan (dat daarvoor meer dan honderd mensen hun leven moesten geven, telt in dit stratego natuurlijk niet mee).

Intussen zit de Palestijnse president Abbas in zijn hoofdkwartier ostentatief irrelevant te wezen. Het loket van het vredesproces is immers gesloten. Hoewel niet rechtstreeks, heeft Israël openlijk zaken gedaan met zijn radicale rivalen. Daarmee is onwillekeurig het signaal gegeven dat het toch een beetje helpt om Israël gewapenderhand te tarten. En dat tekent Israëls fundamentele probleem: het kan zijn militaire overwicht nooit geheel verzilveren, tenzij het een weg zou opgaan waarvoor ook een Netanyahu gelukkig blijkt terug te schrikken.

Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant.