1872006
50PLUS-fractieleider Henk Krol neemt plaats op een kaasdrager op de kaasmarkt op het Plein. De markt wordt georganiseerd te ere van de start van het parlementaire jaar. © ANP

'De huidige lage rekenrente is niet even met een natte vinger vastgesteld'

Opinie De klagende 60-plusser heeft gelijk, hij gebruikt alleen niet altijd de juiste argumenten, schreef Hans Funken (73) gisteren in het Duel. 'Niet waar', antwoordt Yvonne Hofs, economieredacteur van de Volkskrant en de auteur van het veelbesproken artikel 'Hoezo oud en zielig?'.

 
Het pleidooi voor een hogere rekenrente komt uitsluitend van partijen die de belangen van gepensioneerden vertegenwoordigen

Geachte heer Funken,

Dank voor uw brief. U schrijft dat de tekorten van de pensioenfondsen louter het gevolg zijn van de kunstmatig lage rekenrente. Dat argument heb ik - meen ik - al weerlegd. Het pleidooi voor een hogere rekenrente komt uitsluitend van partijen die de belangen van gepensioneerden vertegenwoordigen en van de pensioenfondsen zelf - die hun deelnemers niet graag vertellen dat ze de pensioenen moeten 'afstempelen'. De meeste onafhankelijke economen en actuarissen, de toezichthouder op de pensioenfondsen De Nederlandsche Bank (DNB), het Centraal Planbureau en het ministerie van Sociale Zaken zijn voorstander van de huidige lage rekenrente. Die is dus niet even met een natte vinger vastgesteld.

Dan over de obligaties. DNB heeft berekend dat 84 procent van het totale beleggingsrendement van de pensioenfondsen tussen eind 2007 en oktober 2012 te danken is aan obligaties en derivaten die meer waard worden als de rente daalt. Sinds het derde kwartaal van 2012 is de rente verder gedaald en er is geen reden om aan te nemen dat dit beeld in 2013 verandert. Bij een vergelijking van het rendement van PMT en PME over de periode 2008-2012 met dat van de andere drie grote fondsen (ABP, PFZW en BPF Bouw) blijkt dat de rendementen niet zo ver uiteen lopen als u suggereert. PFZW behaalde over die periode het hoogste rendement (6,3 procent), PMT het laagste (5,1 procent). De andere fondsen zitten daar tussenin (PME: 5,9 procent).

U betoogt verder dat de fondsen hun obligatiewinsten best kunnen verzilveren, en dat ze hun obligaties ook kunnen herbeleggen in ander waardepapier. Dat is niet juist. Pensioenfondsen mogen niet heel riskant beleggen. Daarom zitten ze zo 'zwaar' in staatsobligaties. Zijn ze in onderdekking, zoals nu, dan mogen ze van DNB niet méér risico's nemen en hebben ze dus nóg minder keuzemogelijkheden.

Yvonne Hofs is economieredacteur van de Volkskrant en de auteur van het veelbesproken artikel 'Hoezo oud en zielig?'

Twitter: @yvonnehofs