1554497
Feyenoorder Graziano Pelle (rechts) feliciteert Jean-Paul Boëtius (links) die heeft 3-0 gescoord tegen NEC. © ANP

'Kampioenschap Feyenoord zou sprookje zijn van kinderen en hun liefde voor de bal'

COLUMN Elk kampioenschap van de eredivisie, of het nu van PSV, Ajax of Feyenoord is, heeft zijn eigen verhaal, schrijft Voetbalverslaggever Willem Vissers in zijn wekelijkse column voor de Volkskrant. Maar dat van Feyenoord is het meest sprookjesachtig.

Het is een combinatie van voetbal en biljarten, die ene passeerbeweging van Jean-Paul Boëtius, in de eerste helft van NEC - Feyenoord zondag. Veldkunst. Fragiel als hij oogt, staat hij met zijn rug naar tegenstander Daan Bovenberg als hij de bal over de grond krijgt aangespeeld. Met de buitenkant van de rechtervoet geeft hij een toefje tegendraads effect, als een trekstoot in het biljarten.

De bal krult als het ware om Bovenberg heen, Boëtius draait zich vliegensvlug om en is vertrokken. Dag Daan. Het geheugen in de huiskamer schakelt meteen naar Ajacied Simon Tahamata, volgens mij tegen Racing Strasbourg in 1980, maar het kan ook een andere wedstrijd zijn geweest. Zelfde actie. Onwaarschijnlijk moeilijk. Probeert u het eens met de buurvrouw op een vrije middag.

Kijk naar de foto in de Volkskrant van dribbelaar Boëtius; 18 jaar jong, beugeltje, litteken op het voorhoofd, bijtend op het clubembleem. Het leven lacht hem toe. Hij was ook al eens zwaar geblesseerd aan de knie en zal vermoedelijk zijn vormdip krijgen. Laten we hem ook dan koesteren.

Op de foto
Boëtius is kinderlijk speels in zijn acties en goedlachs dus. Ik zag hem en Vilhena, de aangever van zijn eerste doelpunt zondag, onlangs na een training met kinderen op de foto gaan, kinderen zoals ze zelf niet zo lang geleden waren. Vilhena hoefde nauwelijks te bukken, zo klein is hij.

Samen hebben ze al vaak om titels gespeeld met Feyenoord, bij de jeugd. Maar het lonkende kampioenschap in de eredivisie is anders, zullen ze de komende weken merken. Dat is ongelooflijk veel groter. Ze zullen ongewild denken aan het vuur in de ogen van de hunkerende supporters, met hun smeekbede om de eerste titel sinds 1999. Het zal moeilijk zijn om aan die verwachtingen te voldoen.

Wie wordt kampioen? PSV, Ajax, Feyenoord of toch Vitesse, elk met een eigen verhaal.

Levenslijn
Bij PSV zal dat het kampioenschap zijn van de slimme directeur met zijn levenslijn naar de gemeente. Of anders gaat het verhaal over het succes van de doelpuntenmachine, of over de rentree van Advocaat en Van Bommel.

Bij Ajax is het dan alweer de derde titel op rij, de eerste van na de revolutie van Cruijff.

Vitesse is het speeltje van de buitenlandse investeerder, zoals we het op grote schaal zien gebeuren bij Manchester City of Chelsea.

De titel van Feyenoord zal de vrucht zijn van de nieuwe start. Een club, opgestaan uit de financiele dood, herrijst dankzij een min of meer toevallig aangewaaide spits en jongens uit de eigen school, in de schaduw van de Kuip. Ze voetballen tien jaar of langer bij Feyenoord. Waar gebeurt dat verder nog in Europa, afgezien van Ajax of Barcelona?

Clasie, Martins Indi, Boëtius, De Vrij, Vilhena, Nelom, Mulder, Kongolo, Leerdam ook. Het is zo'n verhaal dat zich vanzelf laat schrijven, een verhaal waarvan sport leeft. Het is een sprookje van kinderen en hun liefde voor de bal, jongens van de straat die zich op een mooie dag terugvinden in het grote stadion van de stad, in het volle schijnsel van de zon.

Willem Vissers is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Reageren? ruimteoplinks@volkskrant.nl Twitter: @vkwillemvissers