Zolang je het druk hebt, ga je niet dood

Met een goed ritme, zegt filosofe Marli Huijer, kun je veel werk verzetten. Zonder stress. Uitgebreid koken, sporten, vrienden ontmoeten: dat is zaterdag, de dag om te niksen.

Marli Huijer

Kom bij arts en filosoof Marli Huijer niet aan met klaagzinnetjes als 'ik heb nergens tijd voor' of 'alles gaat tegenwoordig veel te snel'. Als je dat doet, kijkt ze je een beetje meewarig aan; duidelijk is dat ze het grote flauwekul vindt. Huijer leidt een vol leven - ze woont samen, met schrijver en uitgever Reinjan Mulder; ze heeft een zoon en een dochter; ze is bijzonder hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en lector filosofie aan De Haagse Hogeschool; en ze is schrijver. Haar laatste boek heet Ritme - Op zoek naar een terugkerende tijd. Het behandelt zaken als tijdsdruk, deadlines en discipline en het gaat vooral over het belang van ritme en herhaling.

Niet het gebrek aan tijd is ons probleem, maar de manier waarop we die tijd ordenen is, kort samengevat, Huijers punt.

In de zomer nemen veel mensen zich voor hun leven na de zomer anders in te delen. Minder druk te zijn bijvoorbeeld. Zijn dat onzinnige voornemens?
'Ach, onzinnig... Het idee dat we zo gehaast zijn en allemaal gebrek aan tijd hebben, daar heb ik niet zoveel mee. Toen PvdA-minister Margreeth de Boer vijftien jaar geleden over de noodzaak van onthaasting begon, dacht ik al: is het wel zo dat er alleen maar versnelling is? Je kunt over snelheid alleen maar spreken in relatieve termen. Toen de trein werd ge√Įntroduceerd, vonden mensen dat een ongelooflijk snel apparaat, ze dachten dat je er ziek van werd. Maar als je nu per TGV reist, ervaar je dat als relaxed - zolang alles gesmeerd loopt tenminste.'

Maar de klacht dat we in een versnelde tijd leven hoor je overal.
'En hij is zo oud als de weg naar Rome. In een komedie van Plautus klaagt iemand er al over, in de 2de eeuw voor Christus. Henk Hofland schreef in 1955 een boek dat Geen tijd heet, waarin hij zegt dat alles zoveel sneller gaat dan vroeger.

'De Duitse socioloog Hartmut Rosa maakte in 2005 in een boek over tijd heel inzichtelijk hoe allerlei processen versneld zijn. Je kunt nu veel sneller dan vroeger contact hebben met iemand die ver weg is. Je kunt sneller in Parijs zijn. Allerlei sociale en technologische processen verlopen sneller. Maar dat hoeft niet per se te betekenen dat je gehaast bent. Vergelijk het met luisteren naar een stuk muziek waarin een flink tempo zit; dat betekent nog niet dat je ook haast ervaart. Het kan juist lekker rustgevend zijn.

'En andersom: als een trein vertraging heeft, ga je je niet rustiger voelen. Je krijgt juist last van een gevoel van haast doordat die trein trager gaat dan je had verwacht. Dat is het punt: op het moment dat jouw verwachting van snelheid of traagheid niet correspondeert met de snelheid of traagheid van datgene waarvan je het verwacht, ga je je gehaast voelen. Wij vinden wachtlijsten voor een dokter vreselijk omdat we verwachten dat we onmiddellijk geholpen worden; vroeger vonden mensen het normaal dat ze voor een bezoek aan een dokter vijf dagen moesten reizen. We zijn eraan gewend dat dingen snel gaan, en we raken van slag als dat niet zo is.'

We mauwen eigenlijk maar wat?
'Het SCP heeft eind 2010 een rapport gepresenteerd waaruit blijkt dat mensen niet zozeer een enorme tijdsdruk ervaren, maar zich wel een paar keer per week moeten haasten. Nu vind ik een paar keer per week je moeten haasten heel gezond. Mijn schoonmoeder van 90 klaagt weleens dat ze het zo druk heeft. Dan zeg ik altijd: zolang je het druk hebt, ga je nog niet dood.'

Ik denk altijd dat dingen sneller af zijn dan in werkelijkheid. Dus moet ik in het weekend of tijdens de vakantie vaak werk afmaken.
'Maar vind je dat erg?'

Nee, dat niet.
'Wat zeur je dan?'

Nou ja, het is ook wel lekker om niks te hoeven.
'Ik hoef elke week een hele dag niks. De zaterdag is voor mij een vrije dag. Dat is een bewuste keuze, een afspraak met mezelf waarvan ik niet afwijk. Wat ik doe, is dat ik steeds probeer verschil te maken tussen alledaagse en onalledaagse tijd. Alledaagse tijd is werktijd. Onalledaagse tijd is vrije tijd. Ik dwing mezelf om op zaterdag niet te werken. Met werken op zondag heb ik minder problemen, maar de zaterdag houd ik vrij. Als ik op zondag werk, is het trouwens ook alleen maar lezen of schrijven; ik beantwoord geen e-mails, tenzij het privémails zijn. Ik doe alleen maar dingen die ik leuk vind binnen mijn werk. Maar de zaterdag is heilig.'

Waarom?
'Omdat het me overeind houdt. De zaterdag is de leukste dag van de week, daar ben ik zuinig op. Ik doe boodschappen, ik kook uitgebreid, ik sport, ik ontmoet vrienden, het is een prettige feestdag waar ik doordeweeks al naar uitkijk.

'Ik ben gereformeerd opgevoed en het kost mij geen enkele moeite om een dag in de week te niksen. In mijn jeugd gingen we op zondag naar de kerk. Daarna was het koffie drinken, de preek doorspreken, een kopje soep eten. Om een uur of twee, drie gingen mijn ouders slapen, op de bank. Dan zaten wij binnen verplicht niets te doen. En daarna weer naar de kerk. Dat nietsdoen heb ik toen als straf ervaren, nu vind ik het een zegen dat ik dat kan.'

En als je werk niet als werk voelt?
'Ook dan moet je een dag in de week vrijhouden. Hoe leuk je je werk ook vindt, je hebt momenten van ontspanning nodig. In vrijwel alle culturen vind je een indeling van de tijd in cycli van zeven dagen; al rond 1500 was die zevendaagse week wereldwijd een gegeven.

'Dat moet iets te maken hebben met een terugkerende fysieke of mentale behoefte aan rust. Als medicus denk ik: ons lichaam moet zich periodiek herstellen, zoals het zich elke nacht herstelt van de dingen die we overdag hebben meegemaakt; dan pleegt het allerlei reparaties. Zo is het ook met dat wekelijkse rustmoment: dat geeft vermoedelijk de beste overlevingskansen omdat veel processen in ons lichaam zich dan kunnen herstellen. Ook voor mensen met depressies werken ritmes goed. Wij stoppen mensen vol pillen, terwijl je met een vaste ritmiek soms meer bereikt.

'Er zijn veel mensen met slaapproblemen. Daar wordt nu uitgebreid onderzoek naar gedaan, onder meer door chronobiologen die gezondheid, en in het bijzonder de slaap, koppelen aan bioritmes. In de jaren negentig is ontdekt dat wij in ons hele lichaam klokgenen hebben. De chronobiologie laat ook zien dat het belangrijk is een vrij radicale scheiding te maken tussen licht en donker; het is goed om in een vrij donkere kamer te slapen. En als je overdag minstens twee uur buiten bent, blijk je door de hoeveelheid licht die je dan krijgt veel beter te slapen dan wanneer je met de auto naar je werk gaat en nauwelijks een stap buiten zet.'

Ik heb lichte gordijnen en word vroeg wakker. Maar dan denk ik: ach, de natuur is nu ook wakker.
'Ja joh. Je moet in een hol slapen, dat is pas natuurlijk. Wat natuurlijk gedrag is en wat sociaal gedrag, is heel lastig. We leven niet meer als holendieren. En zoals je in het dierenrijk dagdieren en nachtdieren hebt, zijn er ook binnen de menselijke soort verschillende chronotypes. Je hebt ochtendmensen, avondmensen, mensen die het allebei een beetje zijn; je hebt mensen die heel veel slaap nodig hebben en mensen die weinig slaap nodig hebben. Ze bestaan allemaal naast elkaar. Ik ben zelf een acht-uur-slaaptype.'

We houden niet meer zo van vaste ritmes. We zien wel hoe de dag tot ons komt.
'Toen ik tijdens mijn medische studie coschappen liep, was ik voortdurend moe en had ik nergens tijd voor. Maar er was ook een arts die altijd tijd had. Hij werkte hard, hij ging zeilen, hij las boeken. Uiteindelijk zag ik: die man heeft een heel goed ritme. Ritme is zo belangrijk. Vaste dagen om te werken, vaste dagen om te ontspannen, een vaste dag in de week waarop je iets leuks doet met je partner. Als je ervan uitgaat dat je alles any time en anywhere kunt doen, word je onmiddellijk geconfronteerd met de schaduwzijde van die vrijheid: dan kan het gemakkelijk gebeuren dat je aan het eind van de dag niks gedaan hebt. Want er moet zo veel en er is zoveel leuk, dat het eigenlijke werk zomaar blijft liggen. Dat is frustrerend. Het paradoxale is dat je alleen maar vrijheid kunt ervaren op het moment dat er ook een zekere discipline en ordening is.

'Er is nog altijd wel sprake van bepaalde, vaste ritmes. Je zag het mooi in het televisieprogramma Nederland van Boven: we houden allemaal onze plas op als er gevoetbald wordt en in de rust rennen we naar de wc. We gaan ongeveer tegelijk naar bed, staan ongeveer tegelijk op, halen ongeveer tegelijk de mobiel uit de sluimerstand. Even goed kun je je zorgen maken omdat veel sociale ritmes onder druk staan. We leveren de lunch steeds meer in. We zijn in heel Europa minder gaan slapen. Mensen zijn dankzij de smartphone 24 uur per dag bereikbaar. Hoe losser dat gezamenlijke, sociale leven verloopt, des te belangrijker het wordt je eigen leven structuur en ritme te geven.'

CV
1980 Doctoraal geneeskunde, Vrije Universiteit Amsterdam.

1982 Artsexamen.

1985 Huisartsenopleiding.

1991 Doctoraal sociale filosofie.

1996 Promotie filosofie van de geneeskunde, Vrije Universiteit Amsterdam.

1984-1985 Beroepsopleiding tot huisarts.

1992 Universitair docent filosofie en medische ethiek.

2000 Senior onderzoeker/docent praktische filosofie in Groningen. Nu: bijzonder hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit en lector filosofie aan De Haagse Hogeschool.

Marli Huijer is auteur van Ritme - Op zoek naar een terugkerende tijd. In april dit jaar verscheen Goudmijn van het denken, dat ze samen met Frank Meester schreef.

Heb je te weinig tijd, te veel tijd of precies genoeg?
'Even denken. Ik wil wat betreft biologische tijd wel net zo oud worden als mijn grootmoeder, die 101 is geworden. Ik ben nu 57. Dan heb ik tijd zat om nog allemaal leuke boeken te schrijven. En in het dagelijks leven... jawel, ik heb precies genoeg tijd. De ene dag is het wat minder en de andere wat meer.'

Wanneer is tijd verspilde tijd?
'Als ik 's avonds achter de laptop zit en ga googelen, naar vakantiehuisjes of zoiets, en opeens twee uur verder ben. Dan denk ik: wat heb ik nou eigenlijk gedaan? Dat is totaal verlummelen van je tijd, en dat moet ik niet te veel doen. Facebooken doe ik ook wel veel. Ik ben voornamelijk met filosofen gelinkt en dat is enig, het is een soort collegiaal overleg en zo leuk dat ik er soms wel te lang blijf hangen, maar dat vind ik toch geen verspilde tijd.'

Wanneer is tijd goed bestede tijd?
'Alle tijd waarop je de dingen doet die op dat moment gedaan moeten worden. Werken, de tuin, slapen, ontspannen. Het eerste kopje koffie drinken - dat vind ik het mooiste moment van de dag.'

Wat ga je na de zomer anders doen?
'Niks. Veel mensen maken in de zomer goede voornemens. Zodra je langere tijd uit je alledaagse leven bent, ga je reflecteren. Dat we onszelf steeds opnieuw willen uitvinden, zit in de mens. Het leven is saai als je alles altijd hetzelfde doet. En soms komt er iets moois uit. Ik heb sinds een aantal jaren een nieuwe partner, een nieuwe baan en een nieuw huis.'

Als een week acht dagen zou tellen, wat deed je dan op de achtste dag?
'Dan ging ik echt goed leren skiffen.'

Wat was de mooiste dag van je leven?
'Ik vind elke periode tot nu toe mooi, behalve toen ik mijn ouders verloor en mijn eerste grote liefde kwijtraakte. Tijd is een raar, abstract begrip terwijl het tegelijk veel te maken heeft met hoe je dingen indeelt of je leven een zekere schoonheid heeft. Dat ik me in het algemeen prettig voel, komt doordat ik een vrij radicale scheiding maak tussen mijn werkdagen en mijn niet-werkdagen. Die afwisseling maakt alle perioden prettig.'