Zeker weer niks zelf verzonnen

Literatuur verfilmen lijkt makkelijk, maar is het niet. En of je nou Liefde in tijden van cholera van Gabriel Gárcia Márquez verfilmt of een novelle van Jan Wolkers; ‘Ze roepen na afloop altijd dat het boek beter is.’..

Makkelijk ging het niet. Eerst gaf de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez een jaar lang geen gehoor. En toen hij eenmaal wél gehoor gaf, was het antwoord kort maar krachtig: ‘nee’.

De Nobelprijswinnaar liet via zijn agent weten onder geen beding de filmrechten van zijn in 1985 uitgebrachte roman Liefde in tijden van cholera af te staan. En als hij het tóch ooit zou doen, dan zeker niet aan een in Hollywood gevestigde filmproducent, die er nota bene een Engels-talige verfilming van wilde maken. Dat ging Márquez, een persoonlijke vriend van Fidel Castro en zeer loyaal Latijns-Amerikaan, veel te ver.

Maar de Amerikaanse producent was vasthoudend, beloofde de roman trouw te blijven én bood drie miljoen dollar. En zo konden de contracten na drie jaar toch op tafel worden gelegd.

Om aan te geven dat het hem natuurlijk niet om het geld te doen was, gaf Márquez tegelijkertijd gratis de filmrechten van een van zijn andere bestsellers, Over de liefde en de andere duivels, aan een debuterende Costaricaanse regisseuse, die weinig budget had.

Na het verwerven van de filmrechten van Love in Time of Cholera kondigde zich een tweede uitdaging aan: hoe verwerk je Márquez enorme epos over een traag beantwoorde liefde, die zich uitstrekt over ruim een halve eeuw, tot een handzaam filmscript?

Ronald Harwood, die een Oscar won met zijn scriptbewerking voor The Pianist (naar de memoires van de Joods-Poolse pianist Wladyslaw Szpilman), schreef een eerste versie. Márquez kreeg het onder ogen en was ontevreden, het script was te trouw aan zijn boek. Meer loslaten, suggereerde de meester. En de schrijver had nog een ideetje voor de muziek: op zijn voorspraak schreef en zong landgenote en popzangeres Shakira, aan wie Márquez al eens een ophemelend essay wijdde, drie liedjes voor de film.

Of de uiteindelijke versie van het 50 miljoen dollar kostende Love in Time of Cholera Márquez is bevallen, is niet bekend – publiekelijk heeft de schrijver niet op de film gereageerd. Maar in Amerika, waar de film al even uit is, waren de kritieken niet al te lovend.

Márquez verfilmen brengt risico’s met zich mee, meent Harry Peters, filmprogrammeur en literatuurverfilming-specialist van het filmblad Skrien. ‘Zijn stijl is zo bepalend. Als je die wegneemt, en alleen het verhaal verfilmt, bestaat de kans dat je karikaturen overhoudt in plaats van karakters.’

Maar Márquez is ook weer niet zo onverfilmbaar als soms gedacht. Peters: ‘Love in Time of Cholera is al de 39de bewerking van een boek of script van Márquez. Alleen Honderd jaar eenzaamheid, zijn meesterwerk, daar durft niemand aan. Omdat je de monologue intérieur niet kunt omzeilen.’

Peters reist al enkele jaren met zijn ‘Canon van de boekverfilming’ langs Nederlandse filmtheaters. De cursusavonden over gerenommeerde moderne boekverfilmingen, inclusief filmvertoning, worden druk bezocht.

Filmproducenten houden van boekverfilmingen, vertelt Peters. ‘In 2007 werden in Nederland 333 films uitgebracht, en daar zaten 61 boekverfilmingen bij. Dat is toch vrij veel. Producenten denken: het verhaal heeft aantoonbaar succes gehad, dus zal het met de film ook wel goed komen. Maar dat is absoluut niet altijd het geval.’

Producent Matthijs van Heijningen (1944) wordt wel de koning van de boekverfilmingen genoemd. Maar die titel, of een deel van die titel, bevalt hem niet. ‘Boekverfilming? Stupide Nederlands woord! Dat zeg je maar tegen Carry Slee. Boekverfilming, dat is zo denigrerend. Een woord bedacht door filmrecensenten. No Country for Old Men, Van de koele meren des doods, noem maar op. Dat zijn literatuurverfilmingen! En alleen in Nederland zeggen ze dan: o, de regisseur kon zeker weer niks zelf verzinnen. Terwijl het toch de mooiste films kan opleveren.’

Van Heijningen produceerde onder meer de verfilmingen van Een vlucht regenwulpen (1981), Van de koele meren des doods (1982), Eline Vere (1991) en Kees de Jongen (2003). Momenteel werkt hij samen met Theu Boermans aan de verfilming van Gijsbrecht van Aemstel van Vondel. Ook zou hij graag eens aan Camera Obscura van Hildebrand beginnen, maar die productie komt maar niet van de grond.

Van Heijningen: ‘Ik heb diverse versies van het scenario laten maken, maar die zijn allemaal afgewezen door het Filmfonds. Het historisch besef van de Nederlander is, nou ja, nul. Alles is Liefde en kinderboeken, dat willen ze. Het is treurnis en ellende.’

En de schrijvers zelf, meent Van Heijningen, zijn tegenwoordig lastiger dan vroeger. ‘Ze bemoeien zich te veel met de film. Gerard Reve vond het belangrijk dat hij betaald werd en dat er mooie jongens in de film zaten. Meer niet.’

Tegenwoordig eisen schrijvers steeds meer. ‘Dat komt door al die agenten die ze hebben, en de uitgeverijen. En als de film lukt, en de oplages van hun boeken omhoog schieten, willen ze nooit wat afstaan. Ook niet een beetje.’

Schrijver Tommy Wieringa ligt al bijna anderhalf jaar in de clinch met producent IJswater Films over de verfilming van zijn bestseller Joe Speedboot. Wieringa, momenteel in Finland voor een vertaling van de roman, wil ‘zolang het onder de rechter is’ niet ingaan op het geschil. Eerder sprak hij van een ‘diepgaand artistiek verschil van mening’.

Scriptschrijver Edwin de Vries heeft geregeld met literaire kopstukken te maken. Hij overlegde met Harry Mulisch over zijn script voor The Discovery of Heaven en bewerkte de novelle Zomerhitte van Jan Wolkers, voor de gelijknamige film, die volgende maand in première gaat. Het is het regiedebuut van Monique van de Ven, de echtgenote van De Vries.

De Vries: ‘De belangrijkste aanpassing is dat ik de mannelijke hoofdpersoon een zeehond laat redden. Dat is een belangrijke scène, want daarna zoent hij voor het eerst met de vrouwelijke hoofdpersoon.’ Het idee voor het redden van die zeehond haalde De Vries uit een van Wolkers andere boeken: Groeten van Rottumerplaat.

Voor de zekerheid belde de scriptschrijver wel even met Texel; of het zo kon. De Vries: ‘Jan vond het meteen prachtig.’

Het allerbelangrijkste bij het verfilmen van literatuur, legt producent Van Heijningen uit, is ervoor te zorgen dat er minstens twee sleutelscènes uit het boek in de film zitten. ‘De rest maakt niet uit, want mensen hebben een selectief geheugen. En wat je ook doet: ze roepen na afloop altijd dat het boek beter is.’