Violiste Isabelle van Keulen 'In passie mag alles'

Ze kan er doen en laten wat ze wil en dat maakt het Delfts kamermuziekfestival zo leuk voor artistiek directeur (en violiste) Isabelle van Keulen....

Grappig, vindt ze. Na een carri die haar met de vooraanstaande orkesten langs alle relevante concertzalen voerde, bespeurt ze bij zichzelf een ommekeer. Nu pas, na twintig jaar, is het zowaar l om in een fraaie jurk in de schijnwerpers te excelleren. En eindelijk, eindelijk durft ze zonder g de hoogromantiek te lijf te gaan. Elgars vioolconcert bijvoorbeeld, terwijl ze voorheen liever veilig bij Beethoven en Mozart bleef, of modernere stukken.'Het klinkt misschien wat truttig, maar met de jaren, en na het krijgen van kinderen, kan je die romantiek wat eerlijker aan. Ik kan er nu vreselijk van genieten. Lekker zwijmelen.'Het is in elk geval tegenwoordig eigen keus. Violiste Isabelle van Keulen, 37 inmiddels, heeft het gevoel dat ze haar ankers heeft kunnen uitwerpen. Thuis natuurlijk, in het pastorale Surrey, waar ze met echtgenoot Michael Collins, klarinettist, en hun twee kinderen van 5,5 en 3,5 jaar een boerderij uit 1615 bewoont. Maar ook op het podium, waar naast de nimmer wijkende vrees voor the slip of the finger of, misschien nog erger, the slip of the mind, nu ook een uitgebreide bagage aan ervaring als steun voor handen ligt.'Ik ben nog steeds veelgevraagd, maar nu is het om de juiste redenen. Ze azen niet langer op dat blonde engeltje. Dat ik geen glamourpoes ben, dat weet iedereen inmiddels wel. En dan is het juist zo leuk om die mooie jurk aan te trekken.'In Nederland komt ze nog weinig. Haar moeder en zus wonen er, 'maar ik ben toch met enig plezier wat opgeschoven; die geldingsdrang van een klein land valt nogal op, je kunt het op afstand beter relativeren'. Delft is er nog, ja. Haar eigen muziekfestival, op de oude, overkoepelde binnenplaats van het Stedelijk Museum Het Prinsenhof, temidden van het gewezen Sint Agatha-klooster en de Waalse kerk. Op 30 juli begint de achtste editie van het Delft Chamber Music Festival, waarvan Van Keulen artistiek directeur en uitvoerend musicus is. Ze is even in Amsterdam, voor een laatste zakelijke bespreking.Dat ze in Delft kan doen en laten wat ze wil, is de drijfveer die na zeven jaar nog even actueel is. 'In zestien concerten kun je veel kwijt, veel van jezelf laten zien. Het is een goede zaal, en we zorgen dat de musici het er erg leuk hebben. Het publiek is betrokken, er is een vaste kern die op een prettige manier fanatiek aanwezig is.'De deelnemers - uit eigen land onder anderen Ronald Brautigam, Liza Ferschtman en Miranda van Kralingen; uit het buitenland Aleksandar Madzar, Kathryn Stott, Robert Holl, het Endellion Quartet en het Ad Libitum Kwartet - ontfermen zich over de thema's 'zwanenzang' en 'Mephisto'. Dat het bepaald geen vrolijke boel dreigt te worden, weerspreekt Van Keulen met klem. Zeker, ze heeft altijd wel iets gehad met de duistere kanten van componisten, zoals Saint-Sa die zijn stokbrood in het pissoir doopte ('heel goor, natuurlijk, maar wel leuke achtergrondinformatie'), en werken in misschien wel hun laatste levensfase intrigeren, net zoals het fascineert dat Mephisto ook altijd die donkerte meekrijgt.'Maar somber? Dat valt reuze mee. De laatste werken van Brahms, die zijn zo intiem, daar zit nog wel degelijk een sprankje hoop in. En je treft elders ook een zekere berusting aan, zoals in de altvioolsonate van Sjostakovitsj. Het eind is gekomen, het is nu afgelopen, dat is een heel mooi gegeven.'Dat zij al jaren een festival voor kamermuziek onder haar hoede heeft, is geen toeval. 'Ik geloof heilig in veelzijdigheid. Het is erg bekrompen als je alleen maar solo optreedt, zo van tegen het orkest. In kamermuziek krijg je meer genoegdoening. Je hebt contact met medemusici. Je wordt gedwongen te luisteren en te reageren. Dat heb je bij die soloconcerten nooit. Het is een heel vluchtig bestaan. Erepetitie, met geluk twee, en een dirigent die je waarschijnlijk jn niet meer ziet.'Even ging de mare dat Isabelle van Keulen zich weer zou binden aan Nederland. Er lag inderdaad een aanbod van het Nederlands Kamerorkest: zeven tot negen projecten per jaar als concertmeester, waarvan het leeuwendeel in de rol van muzikaal leider en minder dan een handvol onder een dirigent.Ze wees het af. 'Het was niet juist. Ik wil niet onder een dirigent spelen. Het is niet voor mij weggelegd. Ik speel al twintig jaar solo en om dan een orkest te gaan doen wat de dirigent zegt, dat klopt gewoon niet.' Ze wil liever de onmisbare rol spelen. Of beter, haar steentje bijdragen. 'Dat klinkt wat vriendelijker.'Alleen voor het voetlicht staan, mag dan meer allure uitstralen, Van Keulen relativeert onmiddellijk. 'Dat beeld is alleen maar glamourous voor degenen die het niet doen. Zelf weet je dat het keihard werken is. Een concours winnen is niet eens zo vreselijk moeilijk, maar om dan in de running te blijven, en het steeds weer waar te maken, is een zware opgave.'De herinneringen zijn dan ook niet altijd even zoet. Ze was pas zeventien toen ze de Eurovision Young Musician of the Year Competition won, waarna de platenbazen met lucratieve contracten wapperden en een internationale carri lonkte. De marketeers lieten de kans een jonge blonde vrouw in de etalage te zetten niet lopen.Het pushen begon. 'Philips vond dat het engelachtig moest. Jurken met ruches. Lief en poezelig. En dan kwam er weer een mevrouw met krullers aanzetten. Ik was zo niet. Ik was altijd vrij stoer, vond ik zelf. Ik speelde liever met treinen dan poppen. Maar wat wil je? Ik was zeventien. Alles was nieuw. En enkele jaren later moest je ineens een leren jack aan van de fotograaf. Ik vond het er allemaal met de haren bijgesleept.'Dirigenten maakten het haar ook niet altijd even gemakkelijk. Mond dicht, blondje. Dis het tempo. Het is haar 'zeker tien keer' overkomen. Nee, geen namen. Maar ze heeft wel een zwarte lijst van daders opgesteld.Uiteindelijk heeft ze het vrij lijdzaam ondergaan. De enige provocatie was het soms dragen van een rokkostuum. Frank Govers was de ontwerper. 'En dan droeg ik er zo'n vlecht bij. Het was mijn protest tegen de ruches. Het is een prachtig pak. Het hangt nog altijd bij me in de kast.'Dat ze zich met overgave op de modernere muziek stortte, was dat ook afzetten tegen de beeldvorming? 'Nee, nee. Van huis uit kreeg ik veel avant-garde mee. Het is harmonieus gegroeid. Mijn moeder had veel van dat soort programma's op de radio op staan. Ik vind het prettig om stukken te spelen die niet al vijfhonderd keer zijn opgenomen, en waar je echt nog een eigen stempel op kunt drukken, mensen voor kunt winnen. Daarbij komt dat moderne muziek gelukkig gewoon weer mooi mag zijn. Er worden weer melodiegeschreven en dat is wel zo prettig. Daar heeft het wel aan ontbroken. Dat was, zoals we het thuis noemen, plinkieplonk. De charlatans vallen weer af. Na een concert wil je naar huis met een indruk, een emotie. Niet alleen met een open mond van verbazing en onbegrip.'Ze heeft er uiteindelijk weinig moeite voor hoeven doen om zich aan de omklemming van die blonde engel te ontworstelen. De grote labels investeren onder druk van de inzakkende verkopen niet meer langdurig in artiesten. 'Ik ben bovendien te oud om me als sekspop te laten aanprijzen.'Maar de mechanismen bestaan nog wel. 'Kijk maar wat er met Nicola Benedetti gebeurt. Ik geloof dat ze zestien is, maar ze ziet eruit als 36, een soort opblaaspop. Ze staat prominent in de tabloids, platenmaatschappijen schermen met een multimillionpound deal. Ze speelt hartstikke goed viool, misschien een tikje vulgair, maar dat mag ook wel. Ze is financieel binnen, maar met artisticiteit heeft het niks meer te maken. Voor je het weet, worden ze gedumpt. Je hebt Charlotte Church, en dan komt Hayley Westenra, de nwe Charlotte Church. Van die kindsterretjes. Het moet allemaal veel sneller. Ze worden compleet uitgemolken. Op hun twintigste hebben ze een burn-out. Ik vind het een trieste ontwikkeling. Je gooit talent de goot in.'Herkent ze er wat in? 'Jawel, maar het is bij mij godzijdank bij de muziek gebleven. Ik ben niet de commercie in geduwd. Het was toen nog nniet aan de orde. Ik heb geluk gehad. Er was even dat sterrendom, maar dat heb ik wel rechtgezet. Het is goed gekomen. Ik ben blij dat het achter de rug is, dat wel. Je hebt toch een tijd moeten zoeken naar je identiteit.'Die is er wel, inmiddels. Enkele jaren geleden sprak ze de hoop uit dat ze ooit een eigen toon zou vinden. Luister, Isabelle van Keulen! 'Heb ik dat gezegd? Ik ben er eigenlijk lang niet meer bewust mee bezig geweest.' Maar ja, op de radio herkent ze zichzelf, en ze hoort van anderen dat die dat ook hebben.'Het is intensiever geworden. Ik durf er meer in emotie te duwen, mijn ziel bloot te leggen. Intensiteit en kleuren, zo zou ik het omschrijven. En ik probeer nooit hetzelfde te spelen. Nooit hetzelfde vibrato. Niet altijd datzelfde stralende geluid. Zo saai. Het mag piepen en knarsen. In passie mag alles. Altijd even stiekem naar Maria Callas luisteren. Dat is een beetje de referentie, ja. Zo'n hol, raar geluid. Alsof ze vanonder haar kunstgebit zingt.'Is ze dan wat overschat, aan het begin van haar loopbaan? 'Nee, dat geloof ik niet. Maar door onervarenheid, en onervarenheid van de mensen om me heen, heb ik niet altijd de juiste keuzes gemaakt. Te veel gespeeld, te veel verschillende stukken. Het was vallen en opstaan. Dan ben je achttien en moet je Paganini gaan spelen. Dat had ik al tijdens mijn studie gedaan, maar dat is nooit mijn ding geweest. Dat virtuoze epateren. Hoogstandjes om de hoogstandjes. Er is geen barst aan. Ik wil mooie muziek maken, geen circuskunstje vertonen. Maar het duurt drie tot vier jaar voordat je daar achter bent. En dan heb je, misschien wat overdreven gesteld, al die tijd slecht Paganini staan doen.'Als ik mezelf terughoor, dan hoor ik wel het prille, het meisjeachtige. Ik veinsde niets, maar de diepgang ontbrak. Het was wel op dat moment het beste wat ik in huis had. Misschien zijn er momenten geweest dat ik te veel naar orginaliteit streefde, toen ik veel met Gidon Kremer van doen had. Die heeft dat van nature, en ik zat zo dicht bij hem dat ik dat misschien begon te imiteren. Je kijkt ontzettend op naar je leermeester. We hebben tien jaar intensief samengewerkt. Dan ga je ook zwakke kanten zien. Hij heeft nooit een prachtige, warme bloedvolle toon gehad. Het is allemaal wat esotherisch en zweverig. Prachtig, uniek. Maar als hij Brahms speelt, denk je wel eens: kom op, grijp eens in die snaren.'Er zijn, beaamt ze, ook in haar spel nog onvolkomenheden. 'Jagen als het moeilijk wordt. Ik ging er altijd verschrikkelijk vandoor. Ik heb het voor 97 procent onder controle. Er zijn trucjes voor. Heel strak je beenspieren aanspannen. Wortel schieten. Of denken: komt tijd, komt raad. Ik hoef de trein niet te halen. Of de laatste noot van een snel loopje niets langer aanhouden. Remmen. Het is adrenaline. Ik ben altijd nerveus. In gradaties, maar wel altijd.'Op haar 37ste, na twintig jaar eredivisie viool, besluipt haar wel eens de gedachte van vroeg pensioen. Of een sabbatical, misschien. Dan komt ze eindelijk eens toe aan al die stukken met onbekend repertoire die ze ooit heeft gekocht om ze te bekijken of met een kwartet door te spelen. Maar wat moet je als zelfs ontelbare malen gespeeld werk telkens nog onbetreden spelonken blijkt te bevatten? 'Ronald Brautigam, met wie ik al jaren speel, zegt wel eens: Ie, we gaan eens een seizoentje oogsten. Lekker oude stukken uit de kast. Een Mozart-concert, zoiets. En toch ontdek je weer nieuwe dingen. Bij goede muziek, althans. Zit dit er ook in? Nog nooit gehoord. Frappant. Zo komt er van stoppen nooit wat, natuurlijk.'