Verzuurde benen na een knik in de tuinslang

Sporters die zware inspanningen moeten leveren hebben vaak last van verzuurde benen. Soms doet het probleem zich al vroeg in de wedstrijd voor....

DIT WEEKEINDE zal ongetwijfeld het vertrouwde beeld bieden van teleurgestelde schaatsers en schaatssters die klagen over vroegtijdige verzuring en pijn in de benen. Dergelijke klachten lijken vanzelfsprekend bij een duursport, maar volgens sportarts drs. Goof Schep van het Sint Joseph Ziekenhuis in Veldhoven kunnen dergelijke onfortuinlijke sporters ook te kampen hebben met een knik in een van de bekkenslagaders.

Die aandoening, zo ontdekte Schep - hij maakte midden jaren tachtig deel uit van het Nederlandse triatlon-team - treft vooral duursporters. Vijf van de vijfentwintig geselecteerde wielrenners en triatleten voor Sydney werden voorafgaand aan de Spelen door Schep hiervoor behandeld. Onder hen de mountainbikers Bart Brentjens en Patrick Tolhoek.

Dinsdag promoveert Schep aan de Universiteit Utrecht op zijn ontdekking en de manier hoe die in de praktijk met behulp van bloeddoorstromingsmetingen en MRI-techniek valt te onderkennen. Uiteraard heeft niet elke duursporter met verzuurde benen een vaatprobleem. Maar Schep waarschuwt ook voor te veel bravoure: 'Trainers denken al gauw dat hun pupil zich aanstelt of minder gemotiveerd is geraakt, maar dat hoeft niet het geval te zijn.'

Tot de risicogroep behoren intensief trainende wielrenners, schaatsers, triatleten en langlaufers met de schaatstechniek; sporters die het heupgewricht vaak en vooral vér buigen waardoor de heupgewrichtspier opzwelt. Daardoor worden de bekkenslagaders (de gemeenschappelijke bekkenslagader en de beentak van de bekkenslagader) bij elke buiging in een onnatuurlijke bocht gedrongen.

Na jaren intensief trainen (een wielerprof fietst circa 45 duizend kilometer per jaar, en maakt daarbij acht miljoen pedaalslagen) kan de slagader uiteindelijk gaan knikken, eigenlijk net als bij een ongelukkig opgerolde tuinslang. Hardlopers hebben daar geen of pas veel later in hun carrière last van omdat ze hun heup veel minder ver buigen.

Op den duur raakt, door de hoge stroomsnelheid van het bloed op de plaats van de knik, ook de slagaderwand stroomafwaarts beschadigd en verdikt. De sporter heeft dan meestal allang gemerkt dat er iets mis is, doordat bij grote inspanning zijn been al na korte tijd verzuurt, pijn gaat doen en verkrampt. Ver voor de finish is de kracht weggevloeid. Stopt de inspanning dan zijn de klachten vrijwel meteen verdwenen.

De diagnose knik-slagader is zeker geen 'doodvonnis' voor de sportcarrière. Zeker in de beginfase is het probleem nog goed te verhelpen met een kleine chirurgische ingreep, zo bleek in Veldhoven. Daarbij maakt een chirurg de betrokken slagader los van de heupgewrichtsspier. Dat is vaak al voldoende.

De resultaten met enkele tientallen duursporters zijn volgens Schep erg hoopvol. De meeste konden hun actieve carrière als fanatiek amateur of professional, na vaak jarenlang geklungel, gewoon weer voortzetten. Wel hielden enkele sporters restklachten, waarschijnlijk doordat ze ook al beschadigde slagaderwanden hebben. Hoe de verwachtingen op de lange termijn zijn, is echter nog niet bekend, waarschuwt Schep.

Is de schade voortgeschreden tot de vaatwand dan moet volgens Schep worden overwogen, een veel ingrijpender ingreep uit tevoeren: een vaatreconstructie, een stukje gewone ader uit het been wordt dan in de slagader gezet om het defect te verhelpen. Uit de hartchirurgie is echter bekend dat dergelijk aders na een jaar of tien dicht kunnen gaan zitten. 'Een amateur zou ik in zo'n geval aanraden een andere sport te kiezen, bij professionals ligt dat natuurlijk anders omdat die een ander beroep zouden moeten kiezen. Dat kan zo zwaar meetellen dat besloten wordt, bij hen die zware ingreep wel te doen.'

Bijvoorbeeld mountainbiker Bart Brentjens. Die werd met een vaatreconstructie een aantal jaren geleden in Veldhoven van pijnklachten in zijn linkerbeen afgeholpen. Na een teleurstellend optreden tijdens de Spelen in Sydney, waarbij Brentjes last kreeg van het andere been, is inmiddels ook aan de andere kant een vaatreconstructie uitgevoerd.

Ook voormalig wegwielrenner Patrick Tolhoek ging op advies van sportarts Peter Vergouwen op bezoek bij Schep. 'Ik kreeg de klachten, geen kracht in mijn linkerbeen, al in 1988, als eerstejaarsprof', aldus Tolhoek. 'Hoewel ik in de Tour van 1989 drie keer de derde plaats in een etappe behaalde en renner van de toekomst werd, wist ik toen al dat er iets niet goed zat. Na dat jaar zat ik meer in ziekenhuizen dan op de fiets. Eind 1991 viel mijn droom in duigen, in mijn sterkste jaren moest ik noodgedwongen stoppen.'

Na een operatie in Veldhoven, enkele jaren later, zette Tolhoek echter zijn maatschappelijke carrière weer op een laag pitje en tekende een profcontract, ditmaal als mountainbiker. 'Ik voelde me als nooit tevoren.'

Tot nu toe wordt Scheps polikliniek voor sportende vaatpatiënten in Veldhoven vooral bezocht door triatleten en wielrenners. 'In dat wereldje heeft zich al een beetje rondverteld wat wij hier doen. Bij de schaatsers is dat nog minder het geval, hoewel er al wat marathonrijders zijn langs geweest. Ook in de schaatswereld moet het denk ik spelen. Het zou mij niet verbazen als de beenproblemen die zowel Hein Vergeer als Gerard Kemkers op den duur kregen, hierop zijn terug te voeren.