Vergeefse gooi naar een eigen leven

Adolphine, de onbekende, ongelukkige zus van Sigmund Freud, krijgt alsnog haar (fictieve) biografie.

Adolphine Freud is 80 als ze in 1942 samen met haar zusters Pauline, Marie en Rosa door de nazi's op transport wordt gezet naar Theresienstadt. Daar verzwakt Adolphine door de erbarmelijke omstandigheden snel en sterft. Haar drie zussen worden in andere kampen vergast.

Dit tragische lot had de oude vrouwen vermoedelijk bespaard kunnen blijven. Hun jongere broer Alexander vluchtte tijdig uit Wenen met zijn gezin naar Zwitserland. Hun oudste broer, Sigmund Freud, vluchtte in 1939 op aandrang van zijn vrienden en zeer tegen zijn zin naar Londen. Om uit het bezette Wenen weg te komen, was een uitreisvisum nodig en aan Freud was gevraagd een lijstje op te stellen van de mensen waarvoor hij die visa wilde aanvragen. Hij schreef zestien namen op, waaronder die van zijn arts, diens vrouw, twee bedienden en zijn hond. De namen van zijn zusters schreef hij niet op. Waarom niet? Waren zij het niet waard gered te worden?

Die wrange vraag is het uitgangspunt van De zus van Freud, de roman die de Macedonische schrijver Goce Smilevski (1975) schreef over Adolphine. Het is een zus over wie weinig bekend is. Ze was de enige in het gezin Freud die ongetrouwd en kinderloos bleef, bij haar ouders woonde en hen tot hun dood verzorgde en verpleegde. Verder is nog bekend dat Freud wel gesteld was op dit zes jaar jongere zusje dat soms als niet zo slim en een beetje eigenaardig wordt omschreven. Veel meer dan dat had Smilevski niet aan gegevens tot zijn beschikking en dat gaf hem de gelegenheid haar fictieve autobiografie naar eigen inzicht te vullen.

De roman opent met het vertrek naar Theresienstadt en met de gaskamers waarin Smilevski Adolphine laat omkomen. Ze kijkt dan terug op een leven waarin ze van meet af aan niet veel cadeau heeft gekregen. De vraag of ze het leven wel waard was, wordt er al vroeg door haar moeder ingehamerd met de regelmatige verzuchting dat Adolphine, die ziekelijk is en zo anders dan haar zussen, maar beter niet geboren had kunnen worden.

Diezelfde moeder verbrijzelt honend haar droom kunstenares te worden. En als Adolphine zwanger raakt, is het van een man die noch op dat nieuwe leven noch op zijn eigen leven prijs stelt. Met zijn dood wordt de tweede droom van Adolphine verbrijzeld: ze laat het kind weghalen. De enige gooi die ze ten slotte nog doet naar een eigen leven, weg van de vernederingen van haar moeder, is haar vrijwillige verblijf in een krankzinnigengesticht, bij haar vriendin Clara Klimt die letterlijk gek geworden is van de tegenstand die ze ontmoette bij haar strijd voor vrouwenrechten. Het leven van een krankzinnige is als het hare: 'een vergeefs bestaan, een verspild leven, een leven als onbenutte kans.'

Smilevski schetst het verspilde leven van Adolphine tegen de achtergrond van het van nieuwe ideeën bruisende Wenen van het begin van de 19de eeuw. Zoals Clara de treurige tegenhanger is van haar succesvolle broer Gustav Klimt, is Adolphine het negatief van de man die alle kansen kreeg om een revolutie in het denken over de menselijke geest te bewerkstelligen.

De zus van Freud is een knappe prestatie waarvoor Smilevski in 2010 terecht de Literatuurprijs van de Europese Unie heeft gekregen. Door dicht op de huid te blijven van een in het leven zwaar teleurgestelde vrouw, roept hij niet alleen medeleven op maar soms ook irritatie: mens, zeur niet zo, doe wat aan je lot! Maar wat kon ze? Haar vraag of ze het waard was om te leven, kreeg in de gaskamers een definitief antwoord van een macht waartegen niemand opgewassen was.

Goce Smilevski: De zus van Freud.
Uit het Macedonisch vertaald door Roel Schuyt.

Anthos; 256 pagina's; € 19,95.

ISBN 978 90 414 1916 3.