'Veel plannen, weinig uitvoering'

Er gaapt een kloof tussen de mooie beleidsplannen van de overheid en de uitvoering, constateert de Rekenkamer. De overheid laadt te veel hooi op de vork....

Prachtig beleid heeft de politiek bedacht voor de bestrijding van jeugdcriminaliteit. Met een 'sluitende aanpak' moet vroeg, snel én consequent worden voorkomen dat de crimineeltjes steeds verder gaan op het verkeerde pad.

Prachtig, tot de Rekenkamer een stapel willekeurige dossiers bij de politie uit de kast trok. In bijna de helft (44 procent) van de gevallen bleek er in de praktijk niets met de jeugdcriminelen te gebeuren, laat staan dat de aanpak 'sluitend' was. De politie had geen tijd om alle jeugddelinquenten te volgen en selecteerde volstrekt willekeurig welke jeugdcriminelen wel en welke niet in aanmerking kwamen voor vervolgbehandeling.

De Rekenkamer achterhaalde dat het ministerie van Justitie geen enkel zicht op de uitvoering van het beleid had. Tegelijkertijd met het pijnlijke Rekenkamer-rapport hierover lag bovendien al weer de volgende beleidsnota over jeugdcriminaliteit bij het kabinet. Met opnieuw, tot verbijstering van de Rekenkamer, geen enkele aandacht voor de vraag of de politie het nieuwe beleid aankon.

Het verhaal staat niet op zich. De Rekenkamer liep de afgelopen vier jaar in haar onderzoeken telkens op tegen de kloof tussen beleid en uitvoering. Politiek en ambtenarij signaleren een probleem en bedenken direct nieuw beleid. De vraag waarom het oude beleid niet wordt uitgevoerd, wordt niet gesteld. 'De overheid heeft de afgelopen 25 jaar consequent te veel hooi op de vork genomen', staat in het rapport.

Zo wil de politiek al jaren 'meer blauw op straat'. De vraag hoeveel blauw eigenlijk op straat liep, is nooit beantwoord. Hoeveel blauw er dan bij moet komen is dus onmogelijk te beantwoorden. 'Ernstig', aldus de Rekenkamer. Toen Paars II bovendien tot drieduizend extra agenten besloot, is nooit gemeld dat deze toename door de invoering van arbeidstijdverkorting in 1998 in één klap zowat ongedaan werd gemaakt.

Het Rekenkamer-rapport Tussen Beleid en Uitvoering is een staalkaart van goede voornemens en gebrekkige uitvoering. De Rekenkamer vond geen enkel onderwerp waarop de overheid de uitvoering in de hand had.

Eén probleem is, stelt Saskia Stuiveling, voorzitter van de Rekenkamer, dat uitvoerende ambtenaren niet aangeven wat ze aankunnen. Een uitzondering was Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de Transportraad, die onlangs uitrekende dat hij de mensen niet heeft om alle ongevallen in pakweg de pleziervaart te onderzoeken. 'Goed signaal', aldus Stuiveling. 'Dat zouden meer leidinggevenden moeten doen.'

Zolang ambtenaren niet morren en politici in de media scoren met nieuw beleid, groeit de kloof. 'Tot het fout loopt', stelt Stuiveling.

En fout lopen doet het nu al. Neem het 'terugkeerbeleid asielzoekers'. Van de afgewezen asielzoekers is onbekend waarheen ze vertrekken. Of het taalonderwijs voor allochtonen: de overheid weet niets van het rendement van de opleidingen. Bovendien controleren de instanties niet op verzuim en uitval van cursisten.

Wat betreft achterstandsleerlingen op scholen, concludeert de Rekenkamer dat het nog minstens tot 2006 duurt voordat scholen en gemeenten voldoende bruikbare informatie leveren zodat iets te zeggen valt over het beleid rond de aanhoudende achterstanden bij vooral allochtone leerlingen.

De lijst gaat door: arbeidsongeschiktheid, probleem-leerlingen, Betuwelijn, belastingen als instrument. Saskia Stuiveling hoopt op een 'cultuuromslag' bij de overheid. Een tijdje niets doen lijkt daarom gewenst voor de politiek. Ambtenaren kunnen dan iets van hun achterstand inlopen. Leg dat echter eens uit aan een nieuw kabinet en een nieuwe Tweede Kamer die vol geestdrift aan weer vier jaar regeren beginnen.