Uit de boedel van Pim

Wat is er over van de plannen van Fortuyn? Veel is, via Geert Wilders, linea recta in het regeer- en gedoogakkoord terecht gekomen. Zelfs de demissionaire premier heeft het nu over gelukzoekers.

Het kan niet anders: tien jaar na zijn dood kijk je naar Pim Fortuyn door het prisma van Geert Wilders. Een paar weken geleden werd het boek De jonge Fortuyn van journalist Leonard Ornstein gepresenteerd in een zweterig zaaltje van het Haagse hotel Des Indes, toentertijd Fortuyns favoriete hangplek. Er was een forumpje, met onder anderen het GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi. En, was de vraag aan Dibi, hoe verhield Fortuyn zich tot Wilders? 'Pim was Prada, Geert is C&A.'

Dat was mooi gevonden en bij ons soort mensen de meest voorkomende variant van het terugblikken. Pim was weliswaar niet helemaal oké aangezien hij nare dingen over de islam zei. Maar Pim heeft wel iets losgemaakt. Maar ja, nu zit het los en vervolgens is Wilders ermee aan de haal gegaan. Pim als de betere uitvoering van Wilders, Wilders als de herhaling van de Pim-geschiedenis maar dan als tragedie of nog erger als farce.

Variant twee kwam ik tegen op de radio bij Parool-columnist Theodor Holman, in een gesprek over tien jaar na de moord op Fortuyn. Wat zijn we nou helemaal opgeschoten in die tien jaar, vroeg hij retorisch. Er is nog steeds geen vrij debat over de islam. Geert vecht nog steeds tegen dezelfde windmolens als Pim, en dus is er eigenlijk helemaal niks veranderd.

Dat zijn de twee varianten. Pim was (een beetje) in orde en Geert is dat niet. Of Pim is Geert, allebei top, de een vocht tegen de bierkaai en de tweede doet dat nog steeds. Allebei de varianten kloppen niet. Fortuyn is dood en Wilders leeft, dat is een belangrijk verschil. Maar hun opvattingen lijken sterk op elkaar. En, belangrijker, Fortuyns ideeën, destijds breeduit aanleiding tot afkeer en hoofdschudden, hebben het grotendeels geschopt tot regeringsbeleid. Zij het intussen gesneefd regeringsbeleid.

Een kleine twee maanden voordat hij werd vermoord, presenteerde Fortuyn De puinhopen van acht jaar paars. Dat was in de Haagse sociëteit Nieuwspoort, waar hij werd 'getaart' en de dramatische oproep deed aan premier Kok om hem als Nederlander te beschermen. De puinhopen fungeerden als zijn verkiezingsprogramma, met foto in 'at your service'-stand op het omslag. Nu kun je er voor een habbekrats een heel rijtje van kopen bij De Slegte, toen was het na Nicci French het best lopende boek met een verkochte oplage van bijna 200 duizend.

In de 'burgerlijke pers' werd het niet best besproken. Jan Blokker was vilein omdat het niet bij een fatsoenlijke uitgever was gepubliceerd maar bij het obscure 'Karakter uitgevers', waar je Fortuyn op een 0900-nummer ook kon boeken als academy-spreker voor feesten en partijen. De politieke media hadden het over een 'boutade' in plaats van een fatsoenlijk partijprogramma, de financiële onderbouwing ontbrak en het CPB had de boel niet doorgerekend.

Het was inderdaad een ongebruikelijk pamflet. Hier en daar schemerden de aan elkaar geplakte columns die hij in het weekblad Elsevier had geschreven nog door de tekst heen. In het hoofdstuk zorg kwam zijn onlangs overleden moeder voorbij - 'De dood was van links gekomen (sic), en streek zijn hand van links naar rechts over haar gezicht'. Over de beroemde pater Hutjens van zijn middelbare school schreef Fortuyn dat die een lastige jongen eens 'een stevig pak op zijn reet had gegeven'.

Wat betreft het onderwijs: 'flikker die pc's maar de school uit'. Geschiedenisles moest ouderwets chronologisch worden gegeven. En wie zich nu nog achtergesteld voelde door de slavernij van vierhonderd jaar terug moest niet in aanmerking komen voor schadevergoeding maar voor een verwijsbriefje naar de psychiater.

Kort door de bocht
Zo zag het verkiezingsprogramma van PvdA of CDA er inderdaad niet uit. De commentaren waren dienovereenkomstig. Ad Melkert, nog juist gedoodverfd premier voor de PvdA, had geleerd van het vernietigend verlopen tv-debat na de gemeenteraadsverkiezingen, precies een week tevoren. Daar had Fortuyn hem alle hoeken van de studio laten zien. Melkert vond de puinhopen asociaal en een stap terug en vooral 'kort door de bocht'.

Vooral die korte bocht viel vaker op te tekenen bij wat later 'de oude politiek' ging heten. Zo konden mannen als Dijkstal en Melkert laten zien dat er wel kritiek was, en tegelijk een slag om de arm houden vanwege dat ongrijpbare en nerveus makende fenomeen Fortuyn. Ja, interessant maar ook 'te kort door de bocht', vond eveneens de toen vrij onbekende CDA-kandidaat Jan Peter Balkenende.

Maar bekijk die puinhopen eens met de kennis van nu, om met dezelfde Balkenende te spreken. Na de dood van Fortuyn schreef de befaamde commentator en beslist geen Pim-liefhebber Bart Tromp, inmiddels ook alweer overleden, dat de Fortuyn-erfenis mager was: geen programma, geen inhoud, geen politieke nalatenschap.

Kon iemand het meer mis hebben? Tien jaar later is ruimschoots duidelijk dat het populisme geen voorbijgaand fenomeen is. En blijkt Fortuyn veel dingen scherp te hebben gezien - sommige ook niet. Vooral: veel is linea recta in het regeer- en gedoogakkoord van de vorige regering terecht gekomen. Hoezo is er in tien jaar niks veranderd, en hoezo geen programma en geen nalatenschap?

Het gedoogakkoord bestond uit drie hoofdstukken met de grootste PVV-wensen: immigratie, veiligheid en ouderenzorg. Plus een vierde hoofdstuk met afspraken over de financiën - maar financiën interesseerden Fortuyn niet, die hoorden naar zijn oordeel niet bij de politiek. De drie andere PVV-thema's waren al hoofdmoten in De puinhopen.

De immigratie een halt toeroepen was voor Fortuyn een kerndoel. 'Dweilen maar dan met de kraan dicht.' Hij meende dat de voortgaande immigratie een 'sociale bom' was onder de samenleving. Hij was tegen de tweede nationaliteit, gezinshereniging moest drastisch worden beperkt, hij vond dat men moest spreken van 'gelukzoekers' in plaats van 'economische vluchtelingen'. Het akkoord van Schengen moest worden opgezegd.

Allemaal dingen die tien jaar later misschien niet zijn uitgevoerd, maar zeker wel zijn doorgedrongen tot de corridors of power - zelfs de demissionaire premier heeft het nu over gelukzoekers. De Franse president dreigt Schengen op te schorten en de Fransen en Duitsers overleggen over het herinvoeren van grenscontroles.

Zijn weerzin tegen de islam is bekend van het befaamde Volkskrant-interview van 9 februari 2002. 'Als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: d'r komt geen islamiet meer binnen.' Ook in De puinhopen haalt hij unverfroren uit naar de islam. De nieuwe 'scheilijn' na het einde van de Koude Oorlog loopt tussen islam en moderniteit. Op één punt is hij gematigder dan Wilders: 'Iedereen die hier binnen is, blijft binnen.'

Maar zijn uitlatingen over de islam zijn zeker even scherp als die van Geert Wilders. Fortuyn vond de islam 'verwerpelijk dan wel volstrekt achterlijk'. 'Zelfs het meest geseculariseerde islamitische land, Turkije, nota bene lid van de NATO, weet in de verste verte geen rechtsstaat en parlementaire democratie naar westerse snit gestalte te geven.' President Gül zou ook tien jaar na dato niet blij zijn met zo'n tekst.

Fortuyn voelde aan zijn water dat Europa een branderig onderwerp zou worden, drie jaar voor het referendum van 2005 over de Europese Grondwet waartegen een flinke Nederlandse meerderheid 'nee' zou zeggen. 'De EU kent ook een donkere kant', schreef hij. 'De bevolking wil maar niet warmlopen voor een politiek verenigd Europa. Terecht!'

Al in 1998 had hij het boek Zielloos Europa geschreven. En als aanstaand premier was hij van plan op zijn Thatchers in Brussel met zijn handtas om zich heen te slaan om zijn 'money' terug te eisen. Het Europees Parlement moest maar worden opgedoekt. Allemaal toentertijd een tikkeltje wild. Met de wijsheid van de terugblik en nadat het kabinet-Rutte zojuist over Europa is gestruikeld, op dit moment verbluffend actueel.

Burgemeester Dikkerdak
Veiligheid is zoals bekend een PVV-stokpaardje. Ook een hoofdstuk in De puinhopen van Fortuyn, die vooral de prestaties van politie en rechterlijke macht op de korrel nam. Een oplossingspercentage van 15 procent vond hij belachelijk. Net zo belachelijk als de eis van de toenmalige voorzitter van de korpsbeheerders, de Rotterdamse burgemeester Opstelten, dat er een paar miljard extra moest komen voor nieuwe administratie- en automatiseringssystemen.

Opstelten, die hij steevast burgemeester Dikkerdak (sic) noemde naar de burgervader Dickerdak van Ollie B. Bommel in Rommeldam, was voor Fortuyn de vleesgeworden regent. Nooit gekozen, wel allerlei noten op zijn zang. Dat had hij goed gezien. De ironie van de geschiedenis wilde vervolgens dat uitgerekend Opstelten in het kabinet-Rutte de veiligheid op zijn Dikkerdaks - 'alles uit de kast' - voor zijn rekening zou nemen.

Ouderenzorg, derde PVV-hoofdzaak, terwijl Fortuyns eerste hoofdstuk in De puinhopen 'zorg' heet. Hij klaagt over de wachtlijsten, over de magere kwaliteit van het gebodene, over de bureaucratie en de managers. En vertelt dan over het verzorgingstehuis waar zijn vader na de dood van moeder verblijft. Hij vond zijn vader in tranen, in een incontinentiebroek. Hij had naar de wc gewild maar de verzorgster had hem gezegd: 'Opa poept u maar in uw broek, dan vinden wij het wel als u naar bed gaat vanavond.'

Enfin, zulke klachten zijn al jaren bekend en ook door SP-leider Marijnissen op de agenda gezet. Maar in het gedoogakkoord staat expliciet dat er iets aan moet gebeuren. Dat akkoord beloofde 'een sterke vermindering van uitdroging, doorligwonden en ondervoeding en een eind aan de 24-uursluiers'. Ook kleinschaligheid van zorginstellingen, eveneens een Fortuyn-wens, kwam in het gedoogakkoord terecht.

Dat is nu allemaal water onder de brug. Fortuyn werd precies twee maanden na publicatie van De puinhopen van acht jaar paars vermoord. Hij was met het zicht op een daverende overwinning druk met het organiseren van een fatsoenlijke kieslijst, wat niet lukte omdat fatsoenlijke mensen het niet aandurfden hun naam eraan te verbinden. De rest van het Fortuynverhaal is geschiedenis en ging onder in de chaos van de LPF. Nu staat wellicht hetzelfde te gebeuren met Geert Wilders. Geen partij-apparaat opgebouwd, geen tegenmacht georganiseerd, alles draait om Wilders.

Wilders is natuurlijk geen Fortuyn. Hij heeft ook altijd haarfijn aangevoeld dat hij niet met de veren van zijn illustere voorganger moet pronken. Fortuyn voerde de 'opstand der burgers' aan tegen de gefossiliseerde regenten, als late reprise van mei '68. In die trant kwam met hem ook de verbeelding aan de macht - hij was een artiest, even origineel als wispelturig, een 'toneeldier' noemde scribent H.J. Schoo hem, een 'politiek entertainer', zeker ook een intellectueel maar wel een van de korte baan.

Vergelijk dat met Wilders, volgens zijn biograaf Meindert Fennema net als Fortuyn 'een idealist'. Maar een artiest is Wilders niet, eerder een politiek ambachtsman. Geen buitenstaander ook, maar sinds jaar en dag kundig gebruiker van de Haagse procedures, met lange termijnplanning en het geduld van een politiek roofdier.

Hun gevolg van boze burgers hadden ze gemeenschappelijk, en ook tien jaar na de dood van Fortuyn is de woede nog ongeblust. Geen wonder, de belangrijkste steen des aanstoots is het slechte management van de globalisering in al haar gedaanten. En die bron van woede is met de eurocrisis alleen maar gevoed.

Een van Fortuyns stokpaarden was de belabberde staat van de Nederlandse democratie. Politieke partijen die nauwelijks vertegenwoordigden, regenten die elkaar voortreffelijk vonden en de bal toespeelden, een percentage ongekozen bestuurders dat alleen in Kirgizië werd overtroffen. Geert Wilders herpakte het regententhema, net als de woede-aanvallen tegen vooral de Partij van de Arbeid - Fortuyn had een gloeiende hekel aan Wim Kok en zijn 'subsidie-socialisten'. Dat werd bij Wilders de Partij van de Allochtonen.

De vertegenwoordiging blijft in Nederland gebrekkig, maar één ding moet ook na het vastgelopen kabinet-Rutte worden vastgesteld. Politieke nieuwkomers, al worden ze door een fors deel van het politieke establishment gehaat, krijgen in Nederland alle ruimte. Dat was na de opstand van 1968 zo, toen de nieuwlinksers snel tot de macht doordrongen. Dat was na de dood van Fortuyn opnieuw het geval, toen ruim baan werd gemaakt voor de LPF.

En na de verkiezingen van 2010 gebeurde hetzelfde met Wilders. In Frankrijk haalt Marine Le Pen 18 procent bij de presidentsverkiezingen. Zij zal vanwege het districtenstelsel straks na de parlementsverkiezingen vermoedelijk weer met nul zetels in de Assemblée vertegenwoordigd zijn. Wilders mag nog zoveel klagen, hij heeft al mogen proeven van de macht. Reden waarom het Amerikaanse Freedom House Nederland in zijn laatste rapport (2010) de best presterende parlementaire democratie van de eurozone noemde.

Eén actuele voetnoot nog uit Fortuyns voornemens als premier: hij wilde de bosjes rondom het Catshuis flink snoeien, 'opdat het volk er een goed zicht op heeft, het is tenslotte van ons allemaal.' Een idee dat hopelijk in flink wat verkiezingsprogramma's terugkomt.