Treurige komedie met een jurk in de hoofdrol

De Jurk van Alex van Warmerdam. Met Henri Garçin, Elisabeth Hoijtink, Ariane Schluter, Ricky Koole, Olga Zuiderhoek, Alex van Warmerdam....

Een katoenen zomerjurk speelt de hoofdrol in Alex van Warmerdams derde film De Jurk. De advertentie zegt: 'Waarom een jurk? Omdat daar een vrouw in zit.' Dat is waar, althans meestal. De jurk wordt ontworpen, gemaakt, verkocht en gaat van vrouw tot vrouw, totdat hij meegecremeerd wordt met de laatste draagster. Eén reepje rest, als zakdoek, maar ook dat spoor raakt verloren in een grasmaaier. Alleen in een museum blijft de jurk, vereeuwigd op een schildersdoek, zoals hij ook ooit als tekening geschapen werd. De obsessie van een treinconducteur die de hele film hijgend achter het kledingstuk, en de vrouwen daarin, heeft aangehobbeld, is zo groot dat hij de jurk uit het schilderij snijdt. Deze jurk was niet bestemd voor de eeuwigheid.

De levenscyclus van een jurk is een wat mager draadje voor een film, maar al sinds De ballade van de hooge hoed (Max de Haas, 1936) is het als uitgangspunt geen nieuw concept, en in principe natuurlijk bruikbaar, omdat in die jurk dus (meestal) een vrouw zit en die vrouw een verhaal heeft, met nog af en toe een man erbij en zo.

Omdat de jurk niet lang bij iemand blijft, elk personage toch even de kans moet krijgen zich te laten kennen, en er bovendien nog iets met het personage en de jurk moet gebeuren, ontstaat automatisch een aaneenrijging van geconcentreerde scènes, die sterk lijken op een sketch.

Meestal betreft het licht tragische figuren, met ook wel een komisch kantje, vooral door de soms briljante dialogen van Alex van Warmerdam, de scherpe notulist van pijnlijke gesprekjes tussen mannen en vrouwen, die wezens van een tegenstrijdig soort blijken.

Man kruipt bij zijn vrouw in bed, vrouw: 'Wat ga jij doen?' 'Ik kom bij jou.' 'Ga in je eigen bed' 'Een kus dan?'. 'Nee.' De man stapt in zijn eigen bed, vlak naast het hare overigens, het paar deelt nog wel dezelfde slaapkamer. Wanneer zij zelfs zijn 'welterusten' niet beantwoordt, pakt hij de telefoon en belt haar op. 'Je bent een takkewijf' Waarna zij haar koffers pakt. Een versleten huwelijk in één dodelijk tafereel samengevat.

De mannen in De Jurk zijn voornamelijk hufters, verkrachters, geilbakken, losers. Typen waar Van Warmerdam zich, gezien zijn vorige films en zijn theaterwerk, thuis bij voelt. De vrouwen die in en uit de jurk gaan zijn ook niet echt voor het geluk geschapen, maar wat wil je met zulke mannen; bij de vrouwen geldt minstens mededogen. De meeste Van Warmerdam-mensen zijn verwant aan Jiskefet-typen. De Jurk zou, in stukken geknipt, zeer geschikt zijn voor een serie à la Jiskefet.

De hele film is duidelijk opgezet vanuit los van elkaar bedachte scènes, wat tot een nogal brokkelig resultaat leidt. Je krijgt weinig kans in het leven van de diverse personages te treden, want hup, steeds moeten we weer snel verder, achter de jurk aan, het minst interessante personage.

En, ook een minder sterk punt in een film die pretendeert een geheel van 103 minuten te zijn, het zijn allemaal variaties op eenzelfde thema: het hulpeloos gekrabbel van mannen en vrouwen die iets met elkaar hebben/willen hebben/ hebben gehad.

Een paar voorvertoningen hebben geleerd dat een publiek dat eenmaal door de beginscènes is aangestoken De Jurk ervaart als een komedie die voortdurend tot lachen aanzet, terwijl het in wezen een en al triestigheid is wat zich daar in het Hollandse landschap, ergens tussen Amsterdam en IJmuiden, afspeelt. Een landschap dat, nu Van Warmerdam voor het eerst de vrije natuur intrekt, minstens zo kaal is als de studio's waar hij voorheen zijn optrekjes bouwde.

De tragiek sluipt langzaam maar zeker de film binnen en veel valt er uiteindelijk niet te lachen. Niet dat de grappen aan het eind minder leuk zijn dan in het begin, maar ze hebben steeds dezelfde toon: geestig maar in en in treurig.

Wat wil je met mensen die zich in zo'n vreselijke jurk hijsen en ook daarom al smakeloze mannen aantrekken.

Peter van Bueren