Trafigura opnieuw in opspraak

AMSTERDAM - Het Nederlandse Openbaar Ministerie gaat getuigen horen op Jamaica in de omkopingszaak van Trafigura Beheer bv, de grondstoffenhandelaar die in opspraak kwam vanwege het dumpen van gif in Ivoorkust.

De in Nederland gevestigde multinational maakte vier jaar geleden 466 duizend euro over aan het herverkiezingsfonds van een regeringslid op Jamaica, kennelijk met als doel een oliecontract met het land te verlengen.

Het omkoopschandaal brengt Trafigura mogelijk voor een tweede keer voor de Nederlandse rechter. Afgelopen juli werd het bedrijf veroordeeld tot een boete van 1 miljoen euro voor de illegale export van giftig afval vanuit Amsterdam naar Ivoorkust. Het onderzoek naar de Jamaicaanse affaire heeft ruim een jaar stilgelegen in afwachting van een nieuwe wet waardoor getuigen van omkoping onder ede kunnen worden gehoord.

Het onderzoek brengt voor het eerst ook de Nederlandse directie van Trafigura Beheer in het vizier van justitie. De Nederlander Rutger Weber, die in 2006 in Amstelveen leiding gaf aan het beheerskantoor van Trafigura, was niet persoonlijk betrokken bij de omkoping, maar fungeerde volgens interne bedrijfscorrespondentie wel als contactpersoon naar de Nederlandsche Bank. Eind 2007 vertrok hij bij Trafigura.

Volgens de interne correspondentie suggereerde de Nederlandse directeur in oktober 2006 de omstreden Jamaicaanse betaling als onderdeel van een 'sponsorprogramma van Trafigura' te melden bij de Nederlandsche bank. Volgens de Londense directie was van zo'n programma echter geen sprake. Weber zegt zich desgevraagd niets van de correspondentie te herinneren. 'Er gebeurde in die tijd zoveel.'

De onderhandelingen over de transactie in Jamaica werden in augustus 2006 gevoerd door de algemeen directeur van het bedrijf, de Fransman Claude Dauphin. Het Openbaar Ministerie wilde Dauphin vorig jaar al persoonlijk vervolgen voor de gifdump op Ivoorkust, maar slaagde daarin niet omdat hij niet persoonlijk bij de export van het afval betrokken zou zijn geweest.

Volgens de officiële verklaring van het bedrijf was de betaling in Jamaica onderdeel van een 'commerciële overeenkomst' met het herverkiezingsfonds en niet in strijd met internationale corruptieverdragen.

Het verhoor van de getuigen op Jamaica vindt vermoedelijk binnen enkele maanden plaats, zegt een woordvoerder van het landelijk parket in Rotterdam. Eerdere pogingen van Nederlandse rechercheurs om getuigen aan het spreken te krijgen, liepen stuk op hun zwijgzaamheid. De getuigen zijn hooggeplaatste personen in de Jamaicaanse politiek, onder wie oud-premier Portia Miller en PNP-voorzitter Bobby Pickersgill. Ook een oud-minister van Energie en oud-minister Campbell van Informatie staan op de lijst.

Kort na een persoonlijk bezoek van Trafigura-directeur Dauphin aan de Jamaicaanse regering maakte Trafigura in drie betalingen in totaal 466 duizend euro (destijds 31 miljoen Jamaicaanse dollar) over op de bankrekening van herverkiezingsfonds CCOC (Colin Campbell Our Candidate) van de toenmalige PNP-regering.

Aangenomen wordt dat het bedrijf daarmee de verlenging van een profijtelijk contract voor de levering van Nigeriaanse olie wilde veiligstellen. Dergelijke omkoping is sinds 2001 in Nederland verboden op grond van het corruptieverdrag van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Het is in Nederland uitzonderlijk dat corruptie wordt vervolgd van internationale bedrijven die, meestal vanwege gunstige belastingmaatregelen, in ons land zijn gevestigd. Naast het onderzoek naar omkoping door Trafigura loopt volgens Justitie nog één vergelijkbaar onderzoek. Om welk bedrijf dat gaat, wil de woordvoerder niet zeggen.