Terugkeren naar de tunnelmens

Fotograaf Teun Voeten keerde terug naar de zwervers die in de jaren negentig woonden in een spoortunnel. 'Je bouwt sympathie op voor je locatie.'

AMSTERDAM - Fotograaf Teun Voeten rende voor sluipschuttersvuur in Bosnië, volgde het spoor van doden van de drugsoorlog in Mexico en waagde zich in bijna alle brandhaarden van West- en Centraal-Afrika en het Midden-Oosten. Maar zijn meest opmerkelijke project is misschien Tunnel People, Voetens eerbetoon aan een verdwenen gemeenschap van New Yorkse daklozen.

Midden jaren negentig deelde hij vijf maanden lang hun ondergrondse bestaan in een spoorwegtunnel onder het chique Riverside Park in Manhattan. Hij sliep tussen de ratten en de crackverslaafden en registreerde het leven van de tunnelmensen aan de rafels van New York. In 1996 verscheen het boek Tunnelmensen in Nederland.

In 2010 keerde hij terug om te zien wat er van de tunnelmensen geworden was. De geactualiseerde versie Tunnel People oogstte bewondering in Amerika om de onsentimentele blik waarmee hij het daklozenprobleem had gedocumenteerd.

Voeten (1961), antropoloog, journalist en fotograaf, is een van de hoofdgasten op de Dutch Doc Days, die zaterdag en zondag in Utrecht gehouden worden. Re-fotografie is het thema van het fotofestival, het herbezoeken van belangrijke locaties of personages in het oeuvre van een fotograaf.

'Een herbezoek geeft een nieuwe dimensie aan een oude plek', zegt Voeten. 'Als fotograaf keer je terug uit sentimentele redenen, of uit nieuwsgierigheid, omdat het interessant is om mensen gedurende langere tijd te volgen. Teruggaan is fotografisch heel interessant. Op een gegeven moment ken je de situatie goed. Als je de eerste keer naar een oorlogsgebied gaat, ben je 80 procent van je tijd kwijt aan organiseren. Je blijft alleen aan de oppervlakte. De tweede keer gaat alles sneller, je leert mensen kennen, je bouwt sympathie op voor je locatie.'

Van de spoorwegtunnel viel weinig meer te fotograferen toen hij er vorig jaar terugkeerde, vertelt Teun Voeten telefonisch vanuit zijn uitvalsbasis Brussel. 'Ik kwam er alleen binnen via sluipgangen. Alles huisjes en hutten waren verdwenen. Er woonden nog drie of vier mensen op matrassen in nissen, zware junks die door de politie met rust werden gelaten omdat het hopeloze gevallen waren.'

De oorspronkelijke tunnelmensen hadden in 1996 hun woonplek moeten verlaten. Spoorwegmaatschappij Amtrak en New Yorkse hulpverleningsinstanties regelden vervangende huisvesting voor de daklozen. Sommige daklozen namen de nieuwe woonruimte gretig aan, anderen konden of wilden geen afscheid nemen van hun zwervende bestaan.

Van de vijftig tunnelmensen die Voeten in de jaren negentig had geportretteerd, kon hij de helft terugvinden. 'De rest was of dood, of viel niet meer te traceren. De een had zich van eenzaamheid een hartinfarct gegeten, een ander was aan aids gestorven, weer een ander aan de alcohol.' Julio, een van de Cubaanse vluchtelingen die Voeten in de jaren negentig had geportretteerd, dronk zich dood met ontsmettingsalcohol.

Niet met iedereen liep het slecht af. De wonderlijke Bernard bijvoorbeeld, die in zijn jaren in de tunnel twee keer per week om vijf uur 's morgens opstond om blikjes te verzamelen in kantoorgebouwen. 'Binnen anderhalf uur werkte hij een heel gebouw door. Aan het eind had hij duizend blikjes verzameld die hij kon inleveren bij de supermarkt. Op die manier verdiende hij 600 dollar per maand. Daar kun je een hoop mee doen: voedsel, sigaretten en crack kopen. Hij was waarschijnlijk een van de weinige daklozen die koekjes bij de koffie serveerde.'

Bernard is inmiddels tegen de 60, woont nog steeds in zijn appartement en heeft een diploma behaald om beveiligingsbeambte te worden.

Het kostte Voeten weinig moeite om geaccepteerd te worden door de tunnelmensen. 'Ik had wel street credibility. Ik heb in oorlogsgebieden gewerkt. Als ze klaagden over hun bestaan zei ik: je moet eens in Bosnië gaan kijken. Er waren daklozen bij die alleen maar liepen te klagen over hoe de maatschappij hen had verstoten. Anderen zochten de schuld wel bij zichzelf.'

'Er wordt vaak gezegd dat daklozen net zo zijn als u en ik. Dat is niet waar. Ze hebben een slechtere uitgangspositie dan de meeste mensen. Ze hebben vaak een lage opleiding, slechte familiebanden, gedragsproblemen. En als ze eenmaal dakloos zijn, gaan ze meer drinken, meer drugs nemen en ontwikkelen vaak geestelijke problemen. Alles versterkt elkaar.'

Wat hij heeft geleerd van de daklozen, zegt Voeten, is dat je mensen altijd eerlijk moet benaderen. 'Veel mensen zijn bang voor daklozen. Ze roepen een kwetsbaarheid op die ieder mens in zich heeft, maar waar we niet graag aan herinnerd willen worden. Ik maak een praatje met ze en probeer ook streng te zijn. Als in Brussel een zatte bedelaar 'Give me money' loopt te schreeuwen, dan zeg ik: waarom zou ik jouw alcoholisme subsidiëren?'

Dutch Doc Days
Dutch Doc Days brengen dit weekend in het Museumkwartier in Utrecht een ode aan de langzame fotografie, het schemergebied tussen nieuws- en kunstfotografie. Met onder meer optredens van de fotografen Mark Klett en Bill Ganzel.