ROMEO EN JULIA IN SRI LANKA

Timmo Gaasbeek heeft een heel verleden in de hulpverlening achter zich. Voor ZOA-Vluchtelingenzorg werkt hij nu al jaren in Sri Lanka....

' Kan ik de toiletten zien?'

Timmo Gaasbeek zal deze zin nog vaak herhalen. De 29-jarige hulpverlener praat zachtjes, zijn schouders een beetje voorovergebogen. Gaasbeek wil niet nadrukkelijk aanwezig zijn. En ook niet overkomen alsof hij de wijsheid in pacht heeft.

Het gezelschap wijst hem de weg door het vluchtelingenkamp in het Hindu College, een school in Valaichenai aan de oostkust van Sri Lanka. Links en rechts staan jonge vrouwen met baby's op de armen. Op de binnenplaats ligt afgekeurde tweedehands kleding uitgestald. In een van de lokalen snijdt een man uien. Naast het gebouw wordt in grote potten rijst en curry gekookt.

Het bijgebouw van de school heeft vier toiletten, waarvan nu honderden slachtoffers van de tsunami gebruikmaken. Het veldje erachter doet dienst als openbare wc. Gaasbeek trekt zich niets aan van de stank.

Bij een greppeltje dat naar een sloot leidt, blijft hij staan. 'Hier moet grind komen, het water mag niet vervuild raken.' De manager van het vluchtelingenkamp wiebelt heen en weer met zijn hoofd zoals de Srilankanen doen als zij met elkaar praten. Gaasbeek wiebelt soepel mee.

Het zijn simpele dingen die kunnen voorkomen dat het kamp een broeinest van ziektekiemen wordt. Is er zeep? Slapen er niet te veel mensen te dicht op elkaar? Wordt het afval ver genoeg uit de buurt van de waterput verbrand?

Het is Gaasbeeks taak te inventariseren wat er in de kampen nodig is. Hij werkt voor de Nederlandse hulporganisatie ZOA-Vluchtelingenzorg, die vooral lokale medewerkers heeft. Sinds 2000 werkt Gaasbeek grotendeels in Batticaloa-district aan de oostkust van het zwaar door de vloedgolven getroffen Sri Lanka.

Zelf heeft hij ongelooflijk mazzel gehad. Hij wilde op 25 december zijn trouwdag met zijn vrouw Natasha Cassiere vieren in zijn oude huis op de Dutch Bay Road, een smalle landstrook tussen de Indische Oceaan en een meer waar de Hollanders in 1602 voor het eerst voet aan wal zetten in Sri Lanka. Maar ze waren doodop en zijn thuis gebleven.

Later kon Gaasbeek zijn huis alleen nog herkennen aan de badkamertegels die uit het zand staken. De fundering was uit de grond getild. De ontbijtbordjes van de buren lagen er vlak naast.

Die ochtend werd Natasha wakker gemaakt door een buurvrouw. 'Het water komt eraan, het water komt eraan!' Gaasbeek geloofde het niet. Het was een stralende dag, er stond geen zuchtje wind, maar natuurlijk ging hij kijken.

Hij zag het water, chaos en een vader die zijn dochter in zijn armen hield, verdronken. Hij was even van slag. Niet zozeer van het levenloze meisje, maar van de enorme droefheid in de ogen van de vader.

Draaiboek

Een paar minuten later zette hij zijn verstand op nul. Hij werkte het draaiboek af: gewonden slepen naar hoger gelegen plekken, lijken ruimen, zorgen voor onderdak. Een van de ZOA-medewerkers raakte dertig familieleden kwijt. Een naaste collega verloor zes dierbaren.

Die eerste nacht zag hij lijken als hij zijn ogen sloot. Zijn vrouw coördineerde vanuit het kantoor de noodoperatie. Zij zou de aanblik van zoveel lichamen niet verdragen, zegt ze.

De tweede dag verspreidden ze voedsel. Achtduizend mensen kregen eten, de derde dag vierduizend, en de vierde dag achtduizend. Die dagen stonden ze om zes uur ' s ochtends op en gingen om twee uur ' s nachts naar bed. Nu maken ze weer normale dagen van ' s ochtends zeven uur tot ' s avonds elf uur.

'De noodsituatie is over een paar weken voorbij', voorspelt Gaasbeek in de pick-up truck van ZOA. Langs de weg hangt een bord: Camp 9.0, (het vluchtelingenkamp is vernoemd naar de zeebeving die 9.0 aangaf op de schaal van Richter). De mensen hebben eten, onderdak en er zijn medicijnen. 'We zullen nog heel lang heel hard moeten werken, maar dit is geen Afrika.'

Hij heeft vergelijkingsmateriaal, want hij werkte zes weken in Liberia. 'Daar lag om het vluchtelingenkamp een ring van poep en zaten mensen in veel kleinere ruimtes bij elkaar.'

Gaasbeek vindt het 'geweldig' dat Nederland zoveel heeft gedoneerd - 'in een kamp zag ik Hematasjes met kleren' - maar hij hoopt dat er niet 'te veel' is opgehaald. 'Ik zou niet graag beslissen over het geld. Ik hoop dat het vooral aan de wederopbouw wordt besteed. En als het echt te veel is, dat de organisaties dat eerlijk toegegeven en het geld dan wordt uitgegeven aan andere haarden in de wereld.'

Gaasbeek moet er ook alert op zijn dat er niet te veel goederen naar een kamp gaan. Zo vertelt de manager van een kamp dat hij vierhonderd mensen onder zijn hoede heeft, terwijl er echt niet meer dan 150 mensen in het slaaplokaal passen. 'Waarschijnlijk komen er wel vierhonderd mensen eten, maar slaapt de helft ergens anders. Dat is nuttig om te weten als je toiletten gaat aanleggen.'

En dan zijn er ook nog mensen die misbruik maken van de ramp. Kort na de tsunami waren er lijkenpikkers actief die sieraden roofden. 'Zo'n ramp brengt het beste boven, maar ook het slechtste.'

De vluchtelingenkampen in dit district hebben betere voorzieningen. Dat komt omdat er in Batticaloa al veel meer organisaties zaten vanwege de burgeroorlog. In dit arme en geïsoleerde district werd de burgeroorlog soms op zijn felst uitgevochten.

Duizenden mensen raakten hun dierbaren kwijt. De Tamil Tijgers hebben hier volop kindsoldaten geronseld en de wegen zijn kapotgeschoten. ZOA-Vluchtelingenhulp zit er al sinds 1995 voor het herstel van de infrastructuur en om getraumatiseerde slachtoffers en kindsoldaten te helpen. Kampen die eerder werden bewoond door oorlogsslachtoffers, zitten nu vol met tsunami-overlevenden.

Bij vrijwel ieder dorp heeft Gaasbeek een verhaal. In het ene dorp brandden de huizen van Tamils af, in een ander dorp die van de moslims. Hij spreekt zich niet uit over de al twintig jaar strijdende partijen, de Tamil Tijgers en de Srilankaanse regering. ZOA streeft in de eerste plaats onpartijdigheid na.

Hij heeft in ieder geval niet veel vertrouwen in de toekomst. Dit jaar wacht het land een stijging van de werkloosheid, omdat het quotum op kledingfabrieken is opgeheven.

Bovendien vrezen ze dat het conflict weer zal oplaaien als de ramp naar de achtergrond is gedrongen.

Dominee

Gaasbeek woonde als klein kind enige jaren in Sulawesu, Indonesië. Zijn vader was daar dominee voor de Nederlandse Hervormde Kerk. Toen zijn zusje stierf, hij was dertien, wist Gaasbeek dat hij iets voor mensen wilde doen. Maar hij vond vliegtuigen bouwen ook heel leuk.

Het werd rampenstudies aan de universiteit van Wageningen met een specialisatie in irrigatiestudies. Vanaf 1999 werkt hij in het veld. Hij ontwierp dammen in Cambodja. Het had drie seizoenen niet geregend. Overal in de regio was de rijst dood, behalve in het dorp met de dam.

Het was gelukt om de bevolking erbij betrokken te houden. Een dam vraagt nu eenmaal onderhoud. De koeien mogen er niet op lopen als het heeft geregend, want dan vertrappen ze de boel.

Samenwerken is niet vanzelfsprekend. Het is al veel als de helft van de Rotterdammers meedoet aan de jaarlijkse Opzomerdagen. En op zo'n dag moet je al niet te veel vragen.

Gaasbeek wil maar zeggen: samen verantwoordelijkheid dragen is nog niet zo gemakkelijk. Zeker niet als er maar weinig te delen is. 'Hun dam is niet jouw dam'. Westerse ontwikkelingswerkers willen dat nog wel eens vergeten.

Gaasbeek was een maand in Sri Lanka, toen hij Natasha Cassiere (30) ontmoette. Een hartelijke Srilankaanse die ook bij ZOA werkte. Haar moeder is Tamil en haar vader is moslim; Romeo en Julia in Sri Lanka. Zij werd christelijk opgevoed, onder meer omdat de christelijke scholen in het land de beste reputatie hebben. Een voorouder is door de Nederlandse overheersers van Java naar Sri Lanka gebracht. 'Het enige goede wat Nederland Sri Lanka heeft gebracht', meent Gaasbeek.

Op 26 december 2000 reed Gaasbeek na een bezoek aan Cassiere in een roes van Colombo naar Batticaloa, een rit van zo'n vijf uur. Eenmaal aangekomen bleek zich een ramp te hebben voltrokken. Een cycloon had duizenden mensen dakloos gemaakt. Op de motor had hij niets van de cycloon gemerkt. Hij was verliefd.

In februari 2001, toen de burgeroorlog nog volop woedde, kwam Cassiere naar Batticaloa. ' s Avonds laat - wanneer er alleen honden, koeien en soldaten op straat zijn - reden ze rondjes in de wagen van ZOA. Tegen de tijd dat de militairen nieuwsgierig werden naar de passagiers, was Cassiere ook verliefd.

Vloedgolven

Met kerst 2002 trouwden ze in een hotel aan de nu door de vloedgolven verwoeste zuidkust van Sri Lanka. Sinds hun huwelijk hebben ze elkaar zo'n 40 procent van de tijd gezien. 'Nu ken je het geheim van een gelukkig huwelijk', zegt Cassiere.

De afgelopen drie jaar heeft Gaasbeek niet meer dan tien dagen aaneen in hetzelfde bed geslapen. Hij doet promotieonderzoek naar irrigatieprojecten in het noordelijke gebied Trincomalee.

In 2007 wil hij promoveren. Daarna, als er kinderen zijn, gaan ze mogelijk naar Nederland. 'Ze zijn er alleen niet zo aardig voor buitenlanders', zegt Gaasbeek, 'behalve als ze je kennen.'

Gaasbeek wil zijn werk verleggen van noodhulp naar ontwikkeling. Hij wil de mens niet alleen als slachtoffer zien. 'Het voelt goed om iemand iets te geven, maar ze moeten zelf verantwoordelijkheid nemen. Zelfs als je een toilet geeft, neem je al een heel klein beetje macht weg.'

Maar neem het kleine meisje in het vluchtelingenkamp dat op een veldje haar behoefte doet. Haar moeder staat er naast om het met zand te bedekken. 'Dat is heel goed', zegt Gaasbeek.

Kleine kinderen zijn vaak bang voor donkere toiletten, merkte hij in Liberia. Daarop bedacht hij een toilet zonder muren. Prompt gingen de kinderen weer boven het gat hangen. Unicef neemt het concept misschien over.

Gaasbeek geniet van eenvoudige ontwerpen. Neem de emmer boven een waterput. Normaal gesproken wordt die op de grond gezet zodat het water vervuild raakt. Maar hier, bij de school, hangt de emmer aan een soort hefboom die hem in de lucht houdt. 'Prachtige uitvinding.'