Patiënten praten in gespreksgroepen over onnodig medisch handelen 'Zinloos' onderzoek arts vaak populair

Lang niet elk ingrijpen van de huisarts helpt. Het kan onnodig zijn en soms zelfs schadelijk. Daarover zijn huisarts en patiënt het allebei eens....

Van onze verslaggeefster

Suzanne Baart

ALKMAAR

De gesprekken zijn een vervolg op de discussie over keuzen in de zorg, waarvoor de commissie-Dunning vier jaar geleden de aanzet gaf. Verspreid over het land komen 150 gespreksgroepen bijeen, met elk ongeveer tien deelnemers, een huisarts en een gespreksleider.

Een van de plaatsen voor de gesprekken is de koffiekamer van de Tweede Kamer, waar niet alleen een huisarts en burgers zullen aanschuiven, maar ook minister Borst van Volksgezondheid en een aantal kamerleden.

Volgens projectcoördinator Ludo Grégoire, arts en directeur van het district Huisartsen Vereniging Holland-Noord, zijn de koffiegesprekken niet bedoeld als bezuinigingsdiscussie.

'Maar', zegt Grégoire, 'in de gezondheidszorg gaat per jaar ongeveer zestig miljard gulden om, en dat geld moet natuurlijk wel goed worden besteed. Als het wordt uitgegeven aan onnodig gebruik, is het niet meer beschikbaar voor patiënten die het dringend nodig hebben.'

De discussie is tot nu toe vooral gevoerd door artsen, patiëntenorganisaties, verzekeraars en politici. 'Op de koffie' richt zich direct op de burger, dus ook op de mensen die vrijwel nooit bij de dokter komen. Er zullen onderwerpen aan de orde komen als het onnodig onderzoeken en verwijzen naar specialist of fysiotherapeut, het onnodig behandelen en controleren, en onnodig gebruik van medicijnen.

Grégoire: 'Bijna iedereen vindt dat je beter duizend mensen kunt onderzoeken zonder iets te vinden, dan dat je een keer iets over het hoofd ziet. Maar artsen zeggen dat je bij onderzoek altijd wel wat vindt, ook bij mensen die zich gezond voelen. Bovendien gaan veel klachten vanzelf over, als je maar wat tijd neemt.'

Uit een vorig jaar gehouden NIPO-onderzoek bleek hoe ver de ideeën van patiënten en huisartsen uit elkaar liggen. De bevolking is veel optimistischer dan de dokter over mogelijkheden in de geneeskunde.

Televisieprogramma's bevestigen patiënten in die verwachting. Een flink deel van de bevolking vindt ook dat er een recht bestaat op elke noodzakelijke medische behandeling, ongeacht de kosten.

De in de ogen van huisartsen zinloze onderzoeken en behandelingen blijken onder patiënten soms razend populair. Grégoire noemt als voorbeelden een röntgenfoto bij een verstuikte enkel of bij lage rugpijn, antibiotica bij griep, echo's bij een gezonde zwangerschap, periodieke cholesterolcontrole voor iedereen, koortsverlagende medicijnen voor kinderen, en een verwijzing naar een specialist bij een eenvoudige voorhoofdsholte-ontsteking.

Samen praten kan ook misverstanden doen verdwijnen. Zo blijken volgens het NIPO-onderzoek de meeste huisartsen te denken dat patiënten altijd een recept willen. 'Maar vaak willen ze alleen maar dat er even wordt geluisterd, informatie gegeven en meegedacht', zegt Grégoire.

Tijdens de koffiegesprekken kunnen allerlei concrete onderwerpen en vragen aan de orde komen. Ook vragen over de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt. Waarom worden adviezen over gezond leven (niet-roken, bewegen) zo slecht opgevolgd?

Aanbevelingen en ideeën worden verzameld en zullen terecht komen waar ze thuis horen: bij de beroepsgroep, de verzekeraar, de overheid en de patiënten zelf.

De gesprekken zullen anderhalf uur duren. De groepen zijn al gevormd, de huisartsen uitgenodigd. Zeven ziektekostenverzekeraars doen mee. Zij hebben door middel van publikaties hun verzekerden op de hoogte gesteld. Onder de geïnteresseerden die zich hebben gemeld, zijn veel ouderen en vrouwen: een belangrijke doelgroep van de huisarts.