Op zoek naar liegende daders

De leugendetector is een soort vergiet dat op een kopieerapparaat is aangesloten, zeggen critici. Er zijn te veel vals positieve uitkomsten....

‘We hebben minder aanvragen dan we hadden gehoopt’, zegt psycholoog en gediplomeerd polygrafist Annette Heldens, die werkt bij recherchebureau Schalke en Partners. Sinds begin dit jaar biedt Schalke bedrijven en particulieren de mogelijkheid gebruik te maken van de polygraaf, een apparaatje dat fysiologische reacties meet. De combinatie van een vraaggesprek met uitslagen van zweetafgifte, bloeddruk, hartslag, bloedvolume en ademhalingssnelheid moet bedrijven op het spoor zetten van stelende en frauderende medewerkers.

Werkt het, of is het onzin?

Volgens George W. Maschke, de drijvende kracht achter de Amerikaanse organisatie AntiPolygraph.org, werkt een polygraaf of leugendetector niet anders dan een vergiet dat is aangesloten op een kopieerapparaat. De verdachte, met het vergiet op zijn hoofd, geeft antwoord, de ondervragende agent drukt op de knop van het kopieerapparaat. Daaruit rolt steeds een velletje met de tekst: ‘Hij Liegt.’

In plaats van een kopieermachine is het nu een machine die fysiologische effecten meet, en die is aangesloten op een computer die zegt: ‘Hij Liegt.’ Junk science, oordeelt Maschke, die zelf als FBI-agent het slachtoffer werd van polygrafisch onderzoek.

In de Verenigde Staten, de bakermat van de leugendetector, is het apparaat omstreden. De in 2006 overleden, internationaal vermaarde psycholoog en psychiater David Lykken was de eerste die er in 1974 wetenschappelijk onderzoek naar deed, en hij liet er geen spaan van heel. De leugendetector slaagt er niet in schuldigen aan te wijzen, en – erger nog – het apparaat geeft veel vals-positieve uitslagen: het wijst onschuldigen als schuldig aan.

‘Pseudo-science’, vond Lykken, die in meer dan vijftig zaken voor de rechtbank betwistte dat uitslagen van leugendetectoren als geldig bewijs konden worden opgevoerd. Zijn getuigenis voor het Amerikaanse Congres droeg eraan bij dat in 1988 de Employee Polygraph Protection Act werd aangenomen. Sindsdien mogen bedrijven hun werknemers niet meer polygrafisch laten screenen – de Amerikaanse overheid doet dat overigens nog wél.

De Amerikaanse National Research Council wijst in een rapport (2003) op de gevaren van een te groot vertrouwen in de leugendetector: het leidt tot een vals gevoel van veiligheid, waardoor te weinig wordt geïnvesteerd in maatregelen die écht veiligheidsrisico’s kunnen voorkomen.

De ‘magical mind reading machine’ (zoals The National Academies de polygraaf snerend aanduiden) kan bovendien gemakkelijk voor de gek worden gehouden. Oud-politiepolygrafisten als Doug Williams garanderen dat iedereen de leugendetectietest glansrijk kan doorstaan, ‘nervous or not, lying or not, no matter what’ – als je je maar door hen laat trainen (polygraph.com).

In opkomst

In opkomst
Is het dan echt alleen maar onzin? Maar hoe kan het dan dat die onzintechniek in de VS, Japan, Israël, Engeland en België zoveel wordt gebruikt, en ook in ons land in opkomst lijkt?

In opkomst
‘De traditionele leugendetector, waarbij mensen aan een apparaat worden gekoppeld en ‘ja’ en ‘nee’ kunnen antwoorden op vragen, is één grote pseudowetenschappelijke wereld’, bevestigt psycholoog Ewout Meijer (1975), die vrijdag 7 november aan de Universiteit Maastricht hoopt te promoveren op zijn onderzoek (Psychophysiology and the detection of deception – Promises and perils) naar leugendetectie.

In opkomst
Meijer: ‘Polygrafisten die met de traditionele leugendetector werken, zien alleen de positieve resultaten. Ze hebben het idee dat alle schuldigen worden opgemerkt, omdat ze geen feedback krijgen over de helft van de gevallen waarin het apparaat ernaast zat. Iemand wiens verklaring ten onrechte voor waar is aangezien, zal dat de polygrafist achteraf niet gaan vertellen. Dus, zeggen ze, het werkt.’

In opkomst
Een ander mechanisme waardoor de polygraaf betrouwbaarder lijkt dan hij is, is het bogus pipeline-effect. Meijer: ‘Mensen gaan al op voorhand bekennen, omdat ze bang zijn voor het apparaat. Ook kan de leugendetector gebruikt worden als drukmiddel: ‘Ik zie hier toch een vreemde reactie, hoor.’ En dan zeggen mensen: ‘Nou ja, dat half jaar bij die firma waren eigenlijk drie maanden.’ Zo krijg je meer informatie boven tafel, maar niet dankzij de nauwkeurigheid van het apparaat.’

In opkomst
De fysiologische scores die genoteerd worden, zeggen op zichzelf helemaal niets: iemand die bang is voor een onterechte veroordeling, kan net zo hard zweten als iemand die bang is om ontmaskerd te worden. ‘En van de informatie die mensen uiteindelijk loslaten, weet je niet of die waar en/of volledig is’, zegt Meijer.

In opkomst
Hij pleit voor een variant op de leugendetectie: de geheugendetectie, ook wel bekend onder de naam Concealed Information Test. Die wordt gebruikt om te testen of iemand daderkennis heeft: kennis die alleen bekend is bij de dader en de politie.

In opkomst
Meijer: ‘Een verdachte krijgt een aantal vragen voorgelegd, elk met verschillende antwoordmogelijkheden. Je laat bijvoorbeeld vijf plaatjes zien van een wapen, of van een auto met een bepaalde kleur. Het idee daarachter is dat een verdachte, die ook bij deze methode aangesloten is op een polygraaf, fysiologisch anders reageert wanneer hij het plaatje herkent dat met de misdaad te maken heeft.

In opkomst
‘De kans dat dit bij een onschuldige gebeurt, waardoor iemand ten onrechte van daderkennis wordt beticht, is bij één vraag 20 procent. Bij vijf vragen zit je, door die kansen met elkaar te vermenigvuldigen, op een kans van minder dan 0,03 procent.’

In opkomst
Je komt er níét achter of iemand de dader is, haast Meijer zich te zeggen. ‘Ik weet niet hoe die kennis daar is gekomen. Dat mag de verdachte uitleggen.’

In opkomst
De test moet relatief snel worden afgenomen.‘Voor een oude zaak die vastzit of een zaak die media-aandacht heeft gehad, is de test minder geschikt. Dat geldt ook als mensen hun dossier al hebben ingezien, of uitgebreid zijn verhoord door de politie. Op al die momenten is er al te veel daderkennis bekend geworden.’

Politieonderzoek

Politieonderzoek
De politie Amsterdam-Amstelland wil wel samenwerken met Meijer, zodat hij eindelijk zijn laboratiumstudies kan verruilen voor veldonderzoek. Afgelopen voorjaar zou het zo ver zijn, ‘maar we wachten nog op toestemming’, zegt Meijer.

Politieonderzoek
Bij Forensisch Psychiatrisch Centrum Dr. S. van Mesdag in Groningen wordt sinds een paar jaar al wel onderzoek gedaan met de polygraaf. ‘We willen het aantal recidives van mensen die proefverlof hebben zonder toezicht vanuit de kliniek, naar beneden krijgen. Daarvoor gebruiken we verschillende vormen van controle, zoals onverwacht huisbezoek en urinecontrole’, zegt Marinus Spreen, hoofd onderzoek van Mesdag. ‘We onderzoeken nu of we daarvoor ook de polygraaf kunnen inzetten.’

Politieonderzoek
Eens per twee maanden krijgen tbs’ers specifieke vragen over hun verlofplan voorgelegd. Spreen: ‘Daarin staat bijvoorbeeld dat ze geen contact mogen zoeken met hun ex-vriendin. Wij vragen vervolgens: ‘Hebt u contact gezocht met uw ex-vriendin?’ Als iemand daar volgens de polygraaf fysiologisch op reageert, is dat aanleiding voor een gesprek.’

Politieonderzoek
Momenteel doen de onderzoekers een validiteitsonderzoek naar een nieuwe scoringsmethode. Daarvoor gebruiken ze honderd Amerikaanse polygraaf-uitdraaien, om te kijken of ze schuldigen en onschuldigen correct toewijzen. Daarbij gaan ze ervan uit dat degenen die schuld hebben bekend, ook inderdaad schuldig zijn. Spreen: ‘Wij proberen op deze manier de betrouwbaarheid van de polygraaf te vergroten. Die is trouwens best betrouwbaar, voor 80 tot 90 procent, dat valt wel mee.’

Politieonderzoek
Recherchebureau Schalke gebruikt de Control Question Test (zie kader over leugendetectie) voor zijn polygrafische service. ‘Het liefst zou ik met daderkennis werken’, zegt Annette Heldens. ‘Maar in de meeste zaken die wij doen, interne diefstallen, is al bekend wat er waar is verdwenen.’ Schalke biedt ook screening voor werknemers aan, wat in de VS verboden is. ‘We doen dat alleen op basis van vrijwilligheid, voor specifieke functies, en stellen uitsluitend vragen die relevant zijn voor de functie’, aldus Heldens, die zegt dat het in Nederland niet verboden is.

Politieonderzoek
Ze benadrukt dat de resultaten van haar onderzoek niet hét bewijs in een zaak mogen vormen. ‘Daar is de vals-positieve marge van 10 tot 20 procent te groot voor. Ze mogen alleen meewegen als aanvullend en richtinggevend bewijs.’

Risicomanagement

Risicomanagement
Hoogleraar forensische psychologie Stefan Bogaerts (Universiteit Tilburg), die onder meer onderzoek doet naar de validering van polygrafisch onderzoek, vindt de leugendetectietest ‘nog zeker niet klaar’ om in te zetten als wettelijk bewijsmiddel in een rechtszaak. ‘De kans op vals-positieven of vals-negatieven is aanzienlijk. Het instrument kan op dit moment alleen worden gebruikt bij opsporingsonderzoek of in het kader van risicomanagement (vergelijkbaar met wat de Mesdagkliniek doet, red.), mits dit gebeurt in combinatie met andere instrumenten zoals interviews, testen, dossierinformatie en andere informatie.’

Risicomanagement
Gebruik van leugendetectie voor screening of bij sollicitaties is wat hem betreft ‘tien bruggen te ver’.

Risicomanagement
Rechtspsycholoog Willem Wagenaar vindt dat de leugendetector überhaupt niet in de rechtbank thuishoort. ‘De politie mag de test gebruiken als opsporingsmiddel, meer niet. Vergelijk het met verhoor onder hypnose. Dat is ook geen bewijsmiddel, maar als iemand onder hypnose een bekentenis aflegt die nieuwe rechercheerbare gegevens oplevert, kun je die gegevens gebruiken als bewijs. Maar de bekentenis zelf niet.’