MERAL USLU

Jarenlang als postpakket tussen twee landen heen en weer gestuurd. Liep twee keer weg. Ontsnapte drie keer aan de dood....

Daar stond ze op tafel, een meisje van acht, omstuwd door mannen die juichend een brok heimwee uit hun kelen schraapten. Gedichten van de grote Atatürk droeg ze voor, in het koffiehuis van haar vader. En haar vader glom. Die had een flamboyant leven; minnares hier, vriendin daar, die was altijd op stap. `Hij nam me vaak mee, ik adoreerde hem, maar ik was veroordeeld tot mijn moeder. Niks mocht ik. Zodra ik tietjes kreeg, gingen de deuren dicht. Mijn vader was een begrip binnen de Turkse gemeenschap in Haarlem, dus kon ik in de schoolpauze niet met iemand op straat lopen, of mijn moeder wist het. Ik kon geen kant meer op. Zij was de heks die ik haatte. Ik leefde in de hel, maar zij ook.

`Het is ernstig wat ik deed: de kruk omver geduwd waar ze op stond, haar tot bloedens toe gebeten. Dat mijn broertje wel van alles mocht, maakte me alleen maar furieuzer. Het enige wat ik als vijftienjarige puber kon bedenken was: weg! Ik loop weg. Fuck off! Ik heb al haar spaargeld gestolen, duizend gulden, en daar twee treinkaartjes voor gekocht. We wilden naar Istanbul, mijn vriendin en ik. Die hield het thuis ook niet meer uit. We hadden veel Turkse films gezien en we zouden samen proberen cowboyfilms te maken. Beng-beng, leuk toch? En als dat niet lukte, zouden we naar onze opa's en oma's in Turkije gaan. Maar eigenlijk wilden we gewoon samenwonen.'

Drieëntwintig jaar later monstert filmmaaksrer Meral Uslu op het montagescherm shots van haar eerste speelfilm Roos en Rana, naar een scenario van Paula van der Oest. Scène twee wegloopsters in een treincoupé. `Heb je wel eens echt lekker getongd?' vraagt de een, `zodat je bijna gek werd?' Roos (Sara Jonker) zal het Rana (Özlem Solmaz) wel even demonstreren. Hup, mond open, een gezicht van jakkie- bah in close up. Meral schatert. `Dat was in het echt ook Ózlems allereerste kus. Niet gerepeteerd van tevoren.'

Meral Uslu ziet in Rana haar eigen erotische verkenningen van toen terug. `Mijn vriendin was erg met jongens bezig, praatte over aftrekken enzo. Ik was nog groen, een beetje verliefd op haar. Zij leerde me hoe het allemaal moest. We waren zo kinderlijk, ons niet bewust van de gevaren die onderweg loerden en toch slimmer dan de meiden in de film.' Er zit een bijna-verkrachtingsscène in – de daders sneven door een tampon – die in werkelijkheid niet is voorgevallen `omdat we doodsbang voor een stel dreigende kerels aan de conducteur gevraagd hebben om onze coupé op slot te doen.' Wèl gebeurd: Turkse douaniers die voelen of het maagdenvlies van de twee nog intact is. Want maagdelijkheid verloren, familieschande geboren. `Gelukkig is zo'n vernederende controle sinds kort bij wet verboden.

`Mijn vader heeft ons uiteindelijk opgehaald en meegenomen naar het huis van zijn minnares, een bekende zangeres in Istanbul. Die vrouw dacht nog dat ik lesbisch was. Ik kende dat woord niet. Lebbisch, zei mijn moeder later. Het was trouwens meer een innige vriendschap; mijn vriendin en ik wilden de rest van ons leven samen blijven. Maar de vriendschap heeft het niet overleefd. Want niets kon de impact en de heftigheid van die reis nog overtreffen .In een week tijd was ik van puber ineens een volwassene in wording die sterker en zelfstandiger in de wereld staat.

`Sindsdien heb ik rondgelopen met het idee van een speelfilm. Ik zie die vriendin nog een paar keer per jaar. Ze is getrouwd met een Turkse man, we hebben niets meer uit te wisselen. Zo zal het slot worden: hoe een vriendschap teloor gaat. Ik moet daar nog eens goed over nadenken.'

Op haar familie rustte schande, na die wegloperij. De schaamte was compleet toen haar moeder de ontrouw van haar uithuizige echtgenoot ontdekte. Ze bad: `Allah kunt u zorgen dat mijn man hem nooit meer omhoog krijgt, als hij echt een minnares blijkt te hebben.' Met half ingeslikte lach: `Dat heb ik mijn moeder zèlf horen zeggen.'

Wervelwind Uslu, haar verhaal is storm.

Schoenen kende ze niet, waterleiding en stroom ontbraken, maar ze had haar eigen geit, in het Anatolische dorp van haar grootouders. Grootgrondbezitters. Duizend stuks vee. 's Zomers vijfhonderd landarbeiders in dienst en die sliepen allemaal op het erf waar niet op een vlo meer of minder werd gekeken. Vader Ata vond heil en rijkdom in Europa. Mijnwerker in België, bootwerker in Amsterdam, maar al gauw opkoper van zieltogende horecazaken die hij nieuw leven inblies en voor het vierdubbele verkocht. Als vijfjarige (`ik heb in drie maanden leren lezen en schrijven) las Meral zijn succesbrieven voor, en beantwoordde ze voor haar moeder, die analfabeet is.

`Met zo'n Turkenbus haalde hij illegale arbeidskrachten naar zijn pension in Haarlem en mijn moeder maakte er schoon, zodra ze in Nederland was. Ze liet mijn broertje en mij achter bij oma en opa. In de zomervakantie werden we als postpakketjes naar Nederland gestuurd, en na vier maanden bij een vreemde man in de auto geduwd of aan de hand van een stewardess weer in het vliegtuig naar Turkije gezet. Tot mijn tiende zijn we zo heen en weer geslingerd tussen oma en opa en vader en moeder.

`Laatst zeiden mijn ouders: "Stuur je kind toch een paar maanden naar ons vakantiehuis Turkije als wij er zijn, dan heb je geen oppasprobleem meer." Ik ben in tranen van woede uitgebarsten. Dat kind heeft toch een vader en moeder nodig? Hem zal niet gebeuren wat mijn broertje en mij is aangedaan. We hebben een deuk opgelopen die niet weggaat.

`Holland was steen, alleen maar steen. Holland was op mijn tiende al mee naar het politiebureau, mee naar het ziekenhuis. Meral, kom! Ik had nog geen Nederlands geleerd of moest al als tolk optreden. De gruwelijkste ziektes moest ik tot in detail vertalen, kind of niet. En verplicht mee op visite. Daar kwam ik tegen in opstand. Dan zette ik mijn moeder te schande door me vol te proppen met eten. Ik heb geen kind-jeugd gehad, maar ben heel snel de volwassen-wereld in getrokken. Ik heb ook nooit een idool gehad in de popmuziek. Mijn idool was een Turkse tolk, een potig manwijf maar een waanzinnig leuke vrouw met schijt aan alles. Later hoorde ik dat ze het met Jan en alleman deed. Ze was alle mannen de baas. Zo wilde ik ook zijn.'

Rank en tenger als een ballerina, Meral Uslu. Ze komt uit een bloeddorstig geslacht en ze zegt dit terughoudend, alsof het om verzamelaars van Chinees porselein gaat. Drie eeuwen geleden trokken haar voorouders uit Syrië Anatolië binnen, plunderend, brandschattend, moordend. De Küçük Ali'ler waren nomaden met groengrijze ogen, `net als die van mijn vader', en vochten vetes uit om hun herdersterritorium te vestigen. `Om verder bloedvergieten te voorkomen, hebben de muhtars van twee rivaliserende dorpen elkaars kinderen aan elkaar uitgehuwelijkt. Dat waren mijn opa en oma. Zo kwamen ze aan hun landerijen. De oudste broer van mijn vader liep daar tot zijn dood met een zwaard op zijn rug. Er zitten veel crimo's in mijn familie hoor, gelukkig ben ik uit de vredelievende tak voortgekomen.'

Als hij niet in Haarlem was, leidde haar vader in Istanbul het leven van een pasja. Champagnekurken knalden bij de hereniging met zijn weggelopen dochter. `Met tranen in de ogen vroeg hij: "Waarom ben je weggelopen?" Toen zei ik: "Mijn moeder scheldt me altijd uit voor hoer en jij bent er nooit". Hij voelde zich zo schuldig, dat hij het heeft goedgemaakt. Het nachtleven van Istanbul in, en eten met beroemde artiesten die hij voor optredens in zijn eigen zaken naar Nederland had gehaald. Met hem en zijn vriendin zes weken lang op vakantie, het was één groot feest.'

Nederland had afgedaan, even. Ze trouwde dolverliefd met een politieman in Izmir. Zeventien jaar oud, de mavo niet afgemaakt, opeens huisvrouw. Eindelijk ontsnapt aan de familie-hiërarchie. De junta van 1980 kwam en ook het huwelijk kraakte. `Kom me halen, anders pleeg ik zelfmoord,' seinde ze haar vader. Terug in Haarlem hield de relatie nog even stand (`bijzonder gepassioneerd maar verstikkend, dat wordt mijn tweede speelfilm') en toen vluchtte ze, met vijf vuilniszakken kleren en wat foto's op een bakfiets. Een vriendin wist een kraakpand. In Amsterdam. In een jaar tijd negen kraakpanden afgewerkt. `Mijn familie had me verstoten. Weet je wat dat betekent?'

Bijtend op haar nagelriemen (`anders ga ik roken'), praat Meral Uslu met bijna iets van vertedering over haar militante verleden in de vrouwenbeweging. Een warme deken van veiligheid bij gemis aan familie? Ze sluit het niet uit. Opgepakt bij het Vrouwenvredeskamp in Soesterberg. In de gevangenis gezeten. Makelaars geïntimideerd met bom-meldingen. 's Nachts over hekken geklommen om een leegstaand pand te kraken. `Ik was ont-zet-tend radicaal, stemde op de CPN en was vooral boos. Boos omdat ik verstoten was, terwijl familie zo belangrijk voor me is. Eigenlijk is het de rotste tijd van mijn leven geweest.'

Na vier jaar durfde ze haar moeder te bellen. Om te zeggen dat ze op school zat (sociale academie) en dat ze naar een andere school ging (filmacademie). `Het was even stil en toen vroeg ze: "O, dus je bent geen hoer geworden? Je bent geen junk geworden?"' Verzoening na vier jaar verstoting. De manier waaròp maakt haar weer kwaad: `Mijn ouders wilden naar Turkije toen mijn zusje Günay twaalf was. Ik zei: laat haar hier naar de Montessorischool gaan, dan kan ze bij mij wonen. Omdat ik studeerde, hebben ze er in toegestemd. Door Günay is het goed gekomen. Maar eigenlijk pas ècht bij de diploma- uitreiking aan de filmacademie. Ze waren er allebei. Heel bijzonder. Ik was 26 en straalde.'

Wat kon haar nu nog overkomen? In een Marokkaans dorp was ze op een haar na ontvoerd, samen met een vriendin. Nog wel uit voorzorg een Oostenrijker als chaperonne uit het hotel geplukt alvorens te gaan wandelen. Ze doken uit het niets op, ongure kerels met ghettoblasters, littekens, taouages. 'Ze trokken een stiletto, wij hielden hard hollend elk een hand van die Oostenrijker vast, hysterisch gillend. Ik ben nog een nagel kwijtgeraakt, rennend voor ons leven.' Het was niet de laatste keer dat Uslu de dood in de ogen keek. Als cameravrouw raakte ze in Nigeria betrokken bij een gewapende roofoverval. Geweer tegen het hoofd, de neus op het asfalt, alles kwijt; inclusief filmmateriaal over een Nigeriaanse prins die in Nederland oude autobanden opkocht. `Je kunt daar zelfs de politie niet vertrouwen.'

In Turkije overleefde ze een auto-ongeluk, op weg naar haar geboortedorp; voor een documentaire die een ode aan haar overleden grootmoeder had moeten worden, aan verwanten in de diaspora. Was het een voorteken? `Ik ben niet bijgelovig, maar in het ziekenhuis dacht ik: kappen, ik durf niet meer.' De auto was total loss, maar de bureaucratie liet zich niet zonder meer overtuigen. U wilt een papier mevrouw? De ambtenaar in kwestie verlangde een lunch als tegenprestatie en er diende discreet een stapeltje bankbiljetten geschoven te worden. Kom zeg, in haar Turkije wonen? Woest schuddend hoofd, zwarte krullen vallen als een gordijn voor haar jukbeen.

Zeker, ze kan voor vakanties terugvallen op haar eigen droomhuis aan de Turkse kust, en ze heeft heimwee. Haar huis in Amsterdam-Zuid getuigt ervan.- Pronkstuk van post-Ottomaanse parafernalia is een combi van schilderij, spiegel en estafette-lichtjes die een natuurgetrouwe waterval suggereert. Ze ziet er moe uit, en zegt `Ik ben heel erg verscheurd. Altijd is er het verlangen dat je daar altijd wilt zijn, maar ik word in dat land nooit voor vol aangezien. Omdat ik niet in het systeem pas. De bourgeoisie is er rijker dan hier; van die salonsocialisten die zichzelf verrijken, daar erger ik me dood aan. Tussen arbeiders vind ik het heel prettig maar op zeker moment ben je uitgeluld. En een Turkse middenklasse bestaat amper.'

Ze kon zo aan de slag bij de TRT, de Turkse staats-tv, maar ze zeiden daar: je bent gek, bij jou in Europa heb je toch veel meer mogelijkheden? Gierend: `Speelfilms worden er opgenomen met antiek materiaal zonder geluid; dat wordt later pas ingesproken, dus het is altijd asynchroon en twee beelden ernaast. Zie je me daar al bezig?' Ze verafschuwt de diffuse regels van het maatschappelijk verkeer in haar geboorteland. `Je wordt gedwongen tot een soort theaterspel, dus nooit roken waar je vader bij is. Uit respect. Maar eigenlijk lieg je de hele tijd. Daar kan ik niet tegen, daar ben ik te eerlijk voor. Turkije is ondoorzichtig. Nederland is een hartstikke prettig land om in te wonen, de mensen zijn oprecht. En door die regelgeving weet je altijd waar je aan toe bent.'

Met haar 38 jaar een meisje nog, maar pas op, het vuur van sufragette smeult achter baar donkere ogen. 'Als mij grenzen worden opgelegd dan kom ik in verzet. Mijn levenshouding is: wie bepaalt waarom iets niet wel of niet mag? Homo- of heteroseksualiteit zijn ook van die begrenzingen waar ik niet in geloof. In de vrouwenbeweging ben je opeens lesbisch. Maar als je iemand tegenkomt die je raakt, man of vrouw, dan maakt de sekse in wezen toch niet uit? Zoals je in mijn film kunt zien, ben ik al vroeg gaan onderzoeken wat ik prettig vind, wat er te koop is in de wereld. Op zo'n moment heb ik schijt aan mijn achtergrond.'

Geen schok bleef haar familie bespaard, ze stelt het proestend vast. Twee documentaires over hoeren gemaakt. `Mijn moeder heeft me altijd voor hoer uitgescholden, terwijl ik keurig in het wit als maagd het huwelijk ben ingegaan, zoals het hoort. Dus wilde ik weten wat dat voor vrouwen waren die het lef hadden om achter de ramen te zitten. Dat lukt je nooit, hoor ik een docente nog zeggen.

`Vijf werkdagen van een hoer, dat was de opdracht aan mezelf. De bekende onderwereldfiguur Frits van de Wereld heeft me nog geadopteerd, die vond het zo schattig, zo'n meisje met dit onderwerp als eindexamemwerkstuk dat ik gratis in een pand van hem heb mogen draaien. Klanten nam ik natuurlijk niet in beeld. Mijn zusje dat overal mee naar toeging, vroeg of ze ook even achter het raam mocht zitten. Ik dacht dat ik een hartverzakking kreeg.'

Op de première van hoerenfilm nummer twee zat de streng islamitische moeder Uslu in de bioscoop pontificaal naast Margot, hoofdrolspeelster van de betaalde liefde in kwestie. `Mijn moeder dacht dat Margot het allemaal had geacteerd. Maar ik zei: nee hoor, het is gewoon haar werk. Mijn moeder verbleekte.'

De grootste schok kwam nog. Om de lieve vrede te bewaren had Meral Uslu haar liefdesleven veelal verzwegen, tot de aankondiging dat ze zeven maanden zwanger was. Van een joodse man. Met wie ze al vier jaar samenwoonde. 'Afgrijselijk', vond mijn moeder. `Van een goddeloos kleinkind kan ik nooit houden.'

`Mijn vader kwam me in Izmir van het vliegveld halen, ik tilde mijn trui op, hij moest lachen en huilen. Ik was 34, ze hadden de hoop al opgegeven dat het ooit goed met mij zou komen. Volgens de traditie heeft mijn vader de naam aan ons kind gegeven Cem. Een Alewitische naam, ontleend aan de vrijgevochten profeet Ali die in een moskee werd vermoord, waarna zijn volgelingen voortaan in Cem-huizen hun geloof beleden. Cem betekent bijeenkomen, eenwording. Jamsessie is er een afgeleide van. Ik vond het prachtig bedacht van mijn vader: een joods- islamitisch kind met zo'n toepasselijke naam.' De bijnaam Cesar, vanwege de keizersnee, werd al gauw verbasterd tot cc(-tje) en kwam toen geheel te vervallen.

Vorig jaar trouwde Meral Uslu met Hans Polak, maker van gedenkwaardige televisiedocumentaires (`we kunnen elkaar bestuiven'). Zijn nu 18-jarige dochter kreeg in Meral een moeder die ze nooit gekend heeft. Een moeder van formaat. Maar geen hoca in Turks Nederland te vinden die het huwelijk samen met een rabbijn wilde bekrachtigen. Hans' en Merals inmiddels vier jaar oude zoontje kan al met vuur 'Allah Akbar!' zingen. `Mijn moeder heeft Cem voor een groot deel opgevoed. Ik breng hem vaak naar haar in Haarlem, of ze komt hier. Hij gaat met haar mee naar de moskee. De hele familie is verzoend, en Hans wordt op handen gedragen. Als ik bonje met hem heb, kiest mijn moeder blindelings partij voor Hans.'

Gediplomeerd moslim hoeft Cem Polak niet te worden van zijn moeder. Ze wil hem de pijn van het besnijdenisritueel besparen, en er vooral zorgen dat hij vanaf zijn zesde ook alles over het joodse geloof te weten komt. `Ik wil dat Hans flink meedoet aan de opvoeding van Cem, net zo goed als het huishouden gelijkwaardig verdeeld wordt. En als dat niet zo is, dan schop ik een rel.

'Ik denk wel dat Hans veel te verduren heeft. Als ik onredelijk ben, komt dat doordat ik ergens anders in gekwetst ben. En dan ga ik vechten. Ik vind dat mannen vaak een bord voor hun kop hebben. De sfeer niet aanvoelen. Ze zijn zo monomaan, maar met één ding bezig, helemaal met hun hoofd in de computer, terwijl ik met tien dingen tegelijk bezig kan zijn. Dat moet ik wel, anders kan ik als freelancer niet overleven. Die handicap van mannen, heus niet van Hans alleen, daar kan ik heel erg tekeer tegen gaan.' Haar collega's van het NPS- programma Urbania kennen haar temperament, ook haar eigen vader is soms het mikpunt.

`Misschien omdat ik verraad heb gepleegd ten opzichte van mijn moeder, toen hij me als kind deelgenoot maakte van zijn geheime liefdes.' Twee kinderen verwekt bij Haarlemse mevrouwen en nu zit hij met een veertig jaar jonger liefje aan de Turkse kust. `Dat meisje is verstoten door haar familie, zij is de dochter van een hooggeplaatste militair. Ik zei tegen mijn vader: volgens mij ga je niet op een gewone manier dood. Dat denk ik echt. Want dat meisje heeft al gedreigd om hem en zichzelf te vermoorden als hij haar niet meer wil. Waar moet ze heen? In de prostitutie soms?

`Toen mijn moeder haar zag, heeft ze dat meisje geprobeerd te stenigen. Terwijl die twee vrouwen hèm er natuurlijk uit hadden moeten gooien! Ik heb rechter gespeeld en als oudste van vier een soort scheiding tussen mijn ouders uitgesproken.' In een adem door: `Maar ik hou ontzettend veel van mijn vader. De leukste vader die er is. Een hele vrije geest, iemand die een feest maakt van zijn leven. Je moet alles doen wat je prettig vindt. Na perioden van heel hard werken kan ik soms ook erg uithuizig raken. Op stap met vrienden en niet weten waar je uitkomt. In principe vertellen Hans en ik elkaar alles. En dan word ik wel eens teruggefloten.' Haar lach smoort in gepeins.

`Op mijn dertigste heb ik een abortus gehad. Mijn moeder zei: kun je in je eentje de verantwoordelijkheid over dat kind aan? Ze heeft me gesteund. Stel je voor, mijn diep-religieuze moeder, Mekka-ganger, hartstikke gesluierd, hield tijdens de ingreep mijn hand vast. Welke geëmancipeerde Nederlandse vrouw kan dat zeggen? Ik vind mijn moeder feministischer dan menige feminist hier.

`Ik heb me met haar helemaal verzoend. Ik ben rustiger geworden. Door de geboorte van mijn kind ben ik eigenlijk pas in balans geraakt. In mijn speelfilm komt alles samen: wie ik was, wie ben. Ik heb er zò intensief aan gewerkt dat Cem boos riep: "Ik ga jouw film kapotmaken en door de wc spoelen, dan gaat ie vanzelf naar de zee en dan gaan de krokodillen en de haaien hem opeten." Ik zei: "Maar jij zit ook in de film." "O", zei Cem. Ik keek naar mijn kind en kreeg een brok in mijn keel. De storm was over.'