Langer of korter werken of eerst maar met pensioen?

Eerder stoppen met werken als antwoord op de oplopende werkloosheid. In Nederland is herinvoering van de vut taboe, maar in buurlanden België en Duitsland is vervroegde uittreding nog heel gewoon.

AMSTERDAM - Moet de vut van stal worden gehaald nu de werkloosheid blijft oplopen? Dan kunnen jonge werklozen de baan overnemen van ouderen die al jaren (zwaar) werk hebben verricht. FNV Bouw pleitte vorige week als eerste voor de invoering van het deeltijdpensioen voor bouwvakkers vanaf 60 jaar. In Duitsland en België wordt een dergelijke regeling nog steeds ingezet.

En dat terwijl de trend is langer door te werken om te voorkomen dat de pensioenen onbetaalbaar worden door de stijgende levensverwachting en het lagere kindertal. De gemiddelde leeftijd waarop werknemers in Nederland met pensioen gaan, was vorig jaar gestegen tot 63,6 jaar. In 2007 lag dat gemiddelde nog op 61.

FNV Bouw wil dat de bijna 6 duizend 60-plussers in de sector met deeltijdpensioen kunnen. De resterende werktijd kunnen ze jongeren het vak leren. De vakbond hoopt daarmee ook te voorkomen dat er een tekort aan vakmensen ontstaat als de economie straks weer aantrekt. De werkgevers voelen er weinig voor, vooral omdat er geen geld is.

Ook de bouw is zwaar getroffen. Het aantal werklozen is opgelopen tot 50 duizend en de verwachting is dat er de komende twee jaar nog 30 duizend werklozen bijkomen. De werkgelegenheid daalde navenant. Deze maand zijn er 118.500 mensen in de bouw aan het werk, in juli 2009 waren dat er nog 163 duizend.

Maar vooralsnog lijken vut, preprensioen of flo, zoals de regelingen voor het vroegpensioen nog heten, een langzame dood te sterven. Alleen wie voor 1950 is geboren, kan nog ongestraft eerder stoppen en afvloeien via een vaak heel acceptabele regeling. Wie wil, kan er tot en met 31 december 2014 uit. Daarna rest een veel duurdere ontsnappingsmogelijkheid: aan het pensioenfonds vragen of het aanvullend pensioen eerder kan worden uitgekeerd. Dat scheelt honderden euro's per maand, en de AOW wordt niet eerder uitgekeerd.

Cijfers over hoeveel mensen er nog met de vut kunnen, ontbreken, maar er zijn iets meer dan 1 miljoen mensen tussen de 60 en 65, de groep die nog voor vroegpensioen in aanmerking komt. Van hen zijn ruim 430 duizend aan het werk, bijna 35 procent.

De discussie over de verhoging van de pensioenleeftijd, tot 65 jaar en 1 maand dit jaar, heeft volgens werkgeversorganisatie AWVN ertoe bijgedragen dat werknemers in elk geval meer nadenken over wanneer ze stoppen met werken. 'Toen je er op je 60ste of 62ste uitkon, stopten mensen automatisch', zegt Leon Mooijman van de AWVN. 'Dat is veranderd. Mensen werken soms nog een of twee jaar door.' Volgens de FNV zitten werknemers gemiddeld nog 1,4 jaar in de vut voordat ze met pensioen gaan. Van de 235 duizend werknemers die 65 jaar worden, zijn er 70 duizend met vervroegd pensioen. De rest werkt of heeft een uitkering', zegt een woordvoerder.

Maic Beck (61), praktijkcoach bij de politie, regio Midden-West-Brabant:

'Ze verwachten bij de politie dat je doorwerkt tot je 65ste. Toen ik kwam, kon je er nog op je 57ste uit. Met de vut kan ik niet meer, maar we kunnen bij het ABP ons pensioen naar voren halen. Dat heb ik per 1 januari gedaan. Omdat bij de politie weinig aan ouderenbeleid wordt gedaan. Je kunt worden vrijgesteld van nachtdiensten en minder werken. Maar ze verwachten wel bij horeca- en evenementendiensten met dreigende situaties dat je volop meedoet. Dan kun je als 60-jarige achter jonge gasten aanrennen. Dat kan, maar ik zag iets te veel collega's omvallen voordat ze hun pensioen haalden.

'Mijn vervroegde pensioen scheelt me 450, 500 euro netto per maand. Ik krijg pas AOW als ik 65 jaar en 5 maanden ben. Ik werk nog een paar uur per week, als docent.'