Koenigskwestie

Het deel van de Koenigscollectie dat na de Tweede Wereldoorlog in de Oekra was beland, is weer terug in Nederland....

Heus, ze wilde het interview 'keurig' doen, ze verontschuldigt zich als het nu al te heftig wordt. Maar hoe kan ze de kwestie anders omschrijven dan 'de grote leugen van de Nederlandse staat'?

Ooit was Christine Koenigs (51) filmmaakster. Tien jaar geleden alweer had ze een idee voor een film: hoe zat het nu eigenlijk met de kunstcollectie van haar grootvader? De film is er nooit gekomen. In plaats daarvan voert ze nu fulltime juridische strijd tegen de overheid. Want: 'Hoe meer ik te weten kwam, hoe minder ik het motief van de regering begreep: is het alleen hebzucht? Of zit het dieper, en wil Nederland nog steeds niet zijn eigen oorlogsverleden onder ogen zien?'

Neem nu vorige week donderdag, in het museum Boijmans van Beuningen. Het Journaal was er, Mma lachte, Balkenende hield een speech, zij aan zij met de Oekrase president Koetsjma. Met veel bombarie werd de tentoonstelling geopend van 139 tekeningen en 3 prenten uit de collectie van haar in 1941 gestorven grootvader Franz Koenigs. Werken van Holbein, Den anonieme Duitse meesters uit de 15de en 16de eeuw, die na zestig jaar zijn teruggevonden in Kiev. Zeldzaam, kostbaar en prestigieus. Althans, voor wie het in bezit heeft, en dat is nu de Staat der Nederlanden.

Zelf was Christine Koenigs er niet: 'De museumconservator had mijn accreditatie ingetrokken.' Lachend, provocerend: 'Dat was een represaille'. Zij wil immers nog steeds 'de waarheid boven brengen'. En die is anders: deze Koenigstekeningen zijn g roofkunst, en behoren niet aan de staat. 'Kolenhandelaar D.G. Van Beuningen, later de mecenas wiens naam aan het Rotterdamse museum werd gekoppeld, heeft de collectie door de oorlogsdreiging eerst goedkoop van Franz Koenigs weten te krijgen, en direct na de bezetting heeft hij een deel aan de nazi's doorverkocht. Vrijwillig, en met winst.'

Voor wie de nuance mist: de woorden 'geen roofkunst', 'vrijwillige verkoop' en 'oorlogsdreiging' betekenen in het complexe woud van het oorlogsrecht dat de kunst aan de familie Koenigs zou moeten vervallen. De vrolijke opening in het museum was in de ogen van de kleindochter daarom heel iets anders: 'Jan Peter Balkenende vierde de collaboratie van Van Beuningen.'

Collaboratie? 'Inderdaad, schrijf dat maar op. In Nederland is men blind voor de foute kant van het eigen oorlogsverleden.'

De kwestie rond oorlogskunst - kunst die in de oorlog aan de nazi's verloren is en waarop erfgenamen nu aanspraken kunnen doen gelden - is in Nederland nog lang niet tot een einde gekomen. Toch is er veel veranderd. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog waren de regels voor teruggave van kunst streng, volgens sommigen zelfs hard. Pas eind jaren negentig, onder druk van internationale ontwikkelingen, begon de houding van de staat te veranderen. Er werd een onderzoeksbureau Herkomst Gezocht opgericht en een commissie-Ekkart ingesteld, die voor lossere regelingen pleitte, met meer oog voor morele gronden voor teruggave.

Een onafhankelijke Restitutiecommissie, onder voorzitterschap van de jurist J. Polak, brengt vanaf 2001 aan de regering per zaak advies uit. Zij houdt zich onder andere bezig met de drie geruchtmakendste zaken in Nederland: die van de erven Gutmann, Goudstikker - beide joods - en Koenigs - niet-joods. Christine Koenigs heeft de ontwikkelingen nauwgezet gevolgd: 'Er was vroeger nauwelijks steun in Nederland. Ik heb die Restitutiecommissie bij wijze van spreken zelf opgericht. Telkens heb ik emails geschreven. Samen met de erven Goudstikker en Gutmann hebben we de krachten gebundeld. Ik heb nog kosjere sushi gegeten met de voorzitter van het World Jewish Congress. Ik heb gevraagd of ze kunst bij hun claims in Nederland wilde betrekken, niet alleen het bankwezen. Zo is de druk opgevoerd.'

Het resultaat tot nu toe: de erven Gutmann kregen in 2003 hun kunst terug, de zaak van de erven Goudstikker is nog niet afgerond, Koenigs claim is vorig jaar afgewezen. Maar moedeloos, zegt ze, is ze allerminst. Arnold Heertje schreef gelijk een fax toen de tekeningen uit Kiev kwamen: we gaan weer beginnen. En haar juristen zeggen: het kan. Nu is ze in beroep tegen de eerste uitspraak, en ze heeft nog een claim op een schilderij lopen. Zodra ze haar nieuwe onderzoek in Duitsland klaar heeft, komt er een nieuwe claim.

Details, daar ging het eigenlijk steeds meer om. Koenigs ploegt door archieven in Duitsland, Engeland, pluist catalogi, geschiedenisboeken en tijdschriften uit. Uren kan ze over de details vertellen, tientallen namen, netwerken en bedragen. Details kunnen in deze zaak alles in een ander daglicht stellen, details kunnen bepalen wie de kunst in bezit krijgt.

Want wat is er voorafgegaan aan de speech die Balkenende in het Boijmans kon geven over 15de-eeuwse Duitse tekeningen? Slechts voor een deel loopt het verhaal van Koenigs parallel aan dat van de Restitutiecommissie en Albert Elen, nu conservator in het Boijmans en daarvoor als rijksambtenaar bij het Instituut Collectie Nederland verantwoordelijk voor de Koenigskwestie.

Zeker is dat de Duitse zakenman Franz Koenigs in de jaren twintig en dertig van de grootste collecties tekeningen van Europa samenbracht: 2671 bladen, varind van Duitse 15de-eeuwse en Nederlandse 17de-eeuwse meesters tot Fransen uit de 19de eeuw.

Koenigs vestigde zich al in 1920 in Nederland, en wist uitgekiend te profiteren van de handelsbeperkingen die na de Eerste Wereldoorlog aan Duitsland waren opgelegd. In de jaren dertig kreeg hij het financieel moeilijk, en leende geld bij de bank Lisser & Rosenkranz, met joodse eigenaren waarmee hij bevriend was. Zijn collectie, hoewel veel meer waard dan de lening, gaf hij als onderpand. De bank ging in liquidatie door de dreigende oorlog: ze hief zichzelf op, ondanks dat ze financieel gezond was.

De enorme collectie droeg Koenigs over aan de bank. Toen de bankiers het land uit wilden vluchten, werd er een betrouwbare koper gezocht. Op 9 april 1940 - dus vde Duitse inval - werd de collectie voor een miljoen gulden verkocht aan Van Beuningen, die beloofde de collectie bij elkaar te houden in Nederland. Direct na de inval verkocht hij 526 tekeningen voor anderhalf miljoen aan de nazi's door. Hitler wilde de tekeningen hebben voor het Fmuseum, dat hij in Linz wilde oprichten.

Ook over de na-oorlogse geschiedenis van de tekeningen blijft de onenigheid beperkt: het Rode Leger nam, als compensatie voor geleden schade, treinwagonnen vol kunst mee uit Duitsland, inclusief de dozen met 526 Koenigstekeningen. Na de val van de Muur werd duidelijk dat het Poesjkin Museum in Moskou er 307 in de kelder had liggen, en die niet terug wilde geven. In 2002 bleek echter dat ook in Kiev een deel lag. Dat deel is nu terug, en ook de onderhandelingen over de tekeningen in Rusland zouden zijn hervat.

De verhalen beginnen pas flink uiteen te lopen bij de motieven: van Koenigs, van Van Beuningen, eigenlijk van iedereen. Want waarom verloor Koenigs zijn collectie? Volgens de Restitutiecommissie veroorzaakte niet de oorlog, maar economische omstandigheden Koenigs verlies. Daarmee vervallen de aanspraken van de familie.

De versie van Christine Koenigs verschilt vooral op dat punt: volgens haar ging de oorlogsdreiging op voor Koenigs. 'Want waarom ging de bank in liquidatie? Om de oorlogsdreiging. Koenigs initieerde de liquidatie zelfs. Hij deed dat voor de joodse zaak. Terecht, bleek achteraf: de enige andere joodse bank, Lipmann & Rosenthal, werd later gedwongen om joodse tegoeden voor het Derde Rijk te confisqueren. Door zijn hulp werd dat Lisser & Rosenkranz bespaard. Maar Koenigs leed zelf schade. Als hij bij een niet-joodse bank was geweest had hij immers zijn lening kunnen verlengen.'

Daarbij is volgens haar de houding van Van Beuningen cruciaal. 'Er zijn twee bozen in het spel: Hitler en Van Beuningen. Door Hitler moest de joodse bank liquideren. Van Beuningen maakte er misbruik van. Hij wilde geen correcte prijs betalen. Sterker nog: hij eiste zelfs de toevoeging van twaalf schilderijen, vier van Jeroen Bosch en acht van Rubens, samen al een miljoen waard. Harry van Wijnen, die nu een biografie over Van Beuningen schrijft, meent zelfs dat Van Beuningen al vde transactie zijn schoonzoon Lucas Pettrich naar Duitsland stuurde om te sonderen of de tekeningen daar met winst konden worden doorverkocht.'

Maar als het zo logisch lijkt, waarom wordt haar visie dan niet gedeeld door de Commissie? Fel: 'Het is een politiek -tweetje. De Restitutiecommissie is niet onafhankelijk, maar verwoordt nog steeds het ouderwetse regeringsstandpunt. En Albert Elen bijvoorbeeld werkte bij het Instituut Collectie Nederland, en is door de regering in het Boijmans gezet, op het moment dat zij wist dat er tekeningen zouden komen. Heb jij een sollicitatieprocedure gezien? Zo is er geen aparte visie meer: hij kan het verhaal over roofkunst, sterker dan ooit, herhalen. 'Elen en Balkenende kunnen blijkbaar niet eerlijk zeggen: we liegen omdat wanders de kunst niet terugkrijgen, maar die Koenigskinderen. De Oekrase president Koetsjma wil die leugen geloven, omdat hij hoopt op goodwill van de Nederlandse regering in de EU. En misschien geldt dat binnenkort ook voor de Russen, hoewel die weten dat het anders ligt.'

Nederland hangt volgens Koenigs een ouderwets geschiedsbeeld aan, en dat wreekt zich in de beoordeling van oorlogskunst. Dom wordt haar claim afgewezen. 'De voor-en naoorlogse geschiedschrijving in Nederland klopt niet. Om deze kwestie goed te beoordelen, moet nu eenmaal de hele oorlogssituatie meegenomen worden.

'In feite wordt al vanaf het begin schuldig omgegaan met de collectie. Nederland keek al rond 1940 naar Koenigs als een emigrals een beroerde vent. Toen was het omdat hij voor de joodse zaak was. Veel Nederlanders wilden immers zelf aan de joden verdienen. Zo was met de verkoop aan Hitler een veel grotere groep uit de Nederlandse kunstwereld betrokken dan altijd wordt aangenomen. Van Beuningen organiseerde na de verkoop aan Hitler een etentje voor allemaal. Dat zegt genoeg.

'Vreemd genoeg wordt in het rapport juist van Koenigs een beeld geschapen alsof hhandeltjes dreef met de nazi's, en niet Van Beuningen. Maar al in 1939 gaf hij informatie aan de Britse inlichtingendienst. Hij overleed omdat hij in Keulen bij het instappen onder de trein kwam. Ik ben ervan overtuigd dat hij vermoord werd door de nazi's. Ik ga nu op zoek naar het autopsierapport in Duitsland. Als dat nog bestaat. En anders? We weten waar hij begraven ligt. Dan graven we 'm op. Zelfs de omstandigheden van zijn dood zijn van belang om onze aanspraken op de collectie te begrijpen.'