Karremans toastte al eerder met de 'vijand'

Maanden voor zijn uitzending naar Srebrenica moest Dutchbat-commandant Karremans het getreiter slikken van enkele 'Serviërs'. Het was een oefening, maar Karremans zakte genadeloos....

Overste Thom Karremans is danig in het defensief gedrongen. De Bosnische Serviërs praten voortdurend op hem in en stellen uiteindelijk een toast voor. Iemand schenkt een glas vol en duwt het hem in de handen. Een cruciaal moment. Karremans neemt het glas aan en toast met 'de vijand'.

Plaats en tijdstip: november 1994, op het oefenterrein Vogelsang in Duitsland, waar Dutch-bat III de eindoefening doet voor de uitzending naar Srebrenica. 'Generaal Mladic heb ik tijdens de oefening nooit ontmoet', zegt Karremans in zijn boek Srebrenica, Who Cares?. Maar een halfjaar voor de val van de enclave is Karremans wel degelijk voorbereid op de geslepenheid van de Serviërs.

Hij toonde zich echter hardleers. Door te toasten met de grijnzende generaal Mladic - het meest prangende beeld van de machteloosheid van Dutchbat in het aangezicht van de Servische overmacht - maakte hij in de zomer van 1995 precies de fout waarvoor hij tijdens de oefening vooraf was gewaarschuwd.

Het is bekend dat Karremans tijdens en na de val van Srebrenica geen leiding gaf. Naar nu blijkt is de landmachttop daarvoor medeverantwoordelijk, omdat zij vooraf waarschuwingen uit eigen gelederen over de geschiktheid van Karremans in de wind heeft geslagen. De landmacht heeft er daardoor zelf aan bijgedragen dat Karremans, wiens persoonlijke integriteit volgens collega's buiten kijf staat, in een operationele situatie werd geplaatst waartegen hij niet was opgewassen.

Al ruim voordat Dutchbat III in Srebenica aankwam, werd bij de landmacht over Karremans de noodklok geluid. Deels vanwege zijn optreden tijdens de oefening. Daarin werd door militairen die eerder naar Srebrenica waren uitgezonden in een rollenspel de situatie in de enclave nagebootst. Een oud-Dutchbatter daarover: 'Alles wat Karremans is overkomen in Srebrenica, is tijdens de oefeningen al serieus getraind.'

Een van de mensen die de oefening Noble Falcon van Dutch bat III in Vogelsang op film vastlegden, blikt terug: 'Met het toasten trapte Karremans in de val die de oefenleiding in het scenario had bedacht. Zij lokten dingen uit die voor het imago van de VN-militairen niet goed waren.' Van de toast maakten de 'Serviërs' een foto, die ze als pamfletten boven 'Moslimgebied' verspreidden.

Een oud-Dutchbatter laat weten dat Karremans' voorganger, overste Everts, tijdens een eerdere oefening eveneens een borrel van de 'Serviërs' aannam. Karremans was als hulpleider ook bij die oefening aanwezig.

Volgens de filmmaker, die anoniem wil blijven, kon Karremans tijdens de eindoefening geen beslissingen nemen. 'Daardoor kreeg je misverstanden en wisten militairen niet wat ze moesten doen. Ik vond dat gênant en dat vonden de officieren ook.'

Een van die officieren, Arnold Jansen op de Haar, deed in januari 1997 in Het Parool zijn verhaal over Noble Falcon. 'De officieren die de rol hadden gekregen van generaal Mladic en de Moslimcommandant Naser Oric, haalden Karremans het bloed onder de nagels vandaan. Het verlokte hem voor de camera's die de oefening vastlegden tot uitspraken in de trant van ''Ik doe geen zaken meer met de strijdende partijen''.'

Karremans was volgens Jansen op de Haar 'doorgeflipt'. De leiding greep in, maar 'de oefening werd hortend en stotend voortgezet; die moest een succes worden'.

Binnen een week na de publicatie werd Jansen op de Haar, inmiddels uit dienst, gesommeerd zich bij plaatsvervangend bevelhebber Blomjous te melden. 'Dat was een heuse intimidatiepoging', aldus Jansen op de Haar. 'Wie ik wel was, een reserve-officier, om zulke dingen te zeggen. ''Ik wil niet dat u ooit nog iets in de pers zegt'', kreeg ik te horen.'

De officier die in 1994 stappen ondernam, was kolonel Jean Lemmen, waarnemend commandant van de luchtmobiele brigade. Volgens de toenmalige bevelhebber generaal Couzy, die zich alleen 'enthousiaste mensen' op Noble Falcon herinnert, is Karremans door Lemmen nooit formeel voorgedragen voor ontheffing uit zijn commando. Wel uitte Lemmen 'in het najaar van 1994' zijn bedenkingen tegenover Couzy. 'Ik heb tegen Lemmen gezegd: aan twijfels heb ik niet zoveel.' Couzy stuurde Lemmen weg met de boodschap dat hij zijn twijfels nader moest onderbouwen. Na 'vier à zes weken' kwam Lemmen opnieuw bij Couzy op bezoek. 'Lemmen vond het verantwoord om Karremans uit te zenden. Daarmee was voor mij de zaak afgelopen', zegt Couzy.

Volgens andere betrokkenen heeft Lemmen bij de landmachttop wel een voordracht tot ontheffing voorgelegd, maar werd deze niet-ontvankelijk verklaard. Defensie liet vrijdag weten dat 'er nimmer een concreet voornemen tot ontheffing uit functie' is geweest.

Kolonel Lemmen, inmiddels buiten dienst, wil tot de publicatie van het NIOD-rapport op 10 april geen commentaar geven. 'Als het goed is, staat het daar allemaal in.'