In 'Bitterzoet' trillen zelfs theekopjes van spanning

Het Bitterzoet van Dennis Potter door Hollandia en Antigone. In 't Stuc, Leuven. 17 t/m 21 november Frascati, Amsterdam. Tournee....

THEATER

Een ziekenhuisbed op toneel met daarin een acteur die een ziekte uitbeeldt, het is vaak erger dan erg. Het leidt de aandacht af en de patiënt wordt meestal zo realistisch gespeeld dat van enige verbeelding geen sprake is. Zo niet in de voorstelling De Bitterzoet, een coproductie van de theatergroepen Hollandia (NL) en Antigone (B) naar een stuk van Dennis Potter.

Het ziekenhuisbed met daarin actrice Carola Arons is weliswaar prominent aanwezig, maar in alles - het stuk, de andere acteurs, de vormgeving - is de voorstelling zo meeslepend dat het bed bijna verdwijnt.

Carola Arons speelt het meisje Carry dat na een ernstig auto-ongeluk verlamd is geraakt. Ze stoot alleen nog maar klanken uit en slaat wild met haar armen om zich heen. Carry's ongeluk heeft het gezin Broex volledig veranderd. Wat anders een doorsneehuwelijk zou zijn geweest, is nu een hel van eenzaamheid.

Vader (Bert Luppes) en moeder Broex (Frieda Pittoors) hebben zich in hun tragiek opgesloten. De verzorging van hun dochter is het enige waarvoor ze nog leven. De moeder gelooft nog op een wonder ('mensen willen mensen'), de vader berust in zijn lot. De conversatie tussen beiden verloopt met ingebouwd onbegrip.

In de eerste scène zit de vader met een snee droog brood aan tafel.

Vader: 'Lag er niets in de vriezer?'

Moeder: 'Niets dat je snel genoeg ontdooit krijgt, en ook nog warm.'

Zo kil is het tussen deze mensen, totdat een onbekende jongeman het wankel evenwicht komt verstoren. Deze Martin (Fedja van Huêt) geeft zich uit voor een vroeger vriendje van Carry. Hij is Potters sterkste troef - ideale schoonzoon en duivel tegelijk.

Hij doet de afwas en doet lief tegen de moeder die weer meisjesvleugels krijgt. Maar ook verkracht hij de wezenloze Carry in haar ziekbed. Met hem heeft het gezin een kwade geest in huis gehaald, die zoals in het schokkende slot blijkt, kennelijk ook in staat is goed te doen. Het brengt de zekerheid over begrippen als goed en kwaad behoorlijk aan het wankelen.

Het Bitterzoet is een briljant stuk, geschreven in 1976, twee jaar later verfilmd maar geweigerd door de BBC omdat het misselijkmakend zou zijn. Dat is het ook, maar het 'misselijkmakende' leidt in dit geval tot een dieper inzicht in het functioneren van de menselijke geest. Want behalve een familietragedie is het ook een politiek stuk over stukgelopen kleinburgers die met hun angsten nergens terecht kunnen. Loepzuiver wordt hier getoond hoe heimwee naar het geordende leven van vroeger kan leiden tot pure vreemdelingenhaat.

In het kale decor met aftandse skailederen meubelen, een enorm keukenblok, twee opgezette herdershonden en een Belgische lantarenpaal wordt op zenuwslopende wijze toneelgespeeld. Zelfs de theekopjes trillen van de spanning.

De vier acteurs zijn volledig aan elkaar gewaagd, met de ruzies tussen Pittoors en Luppes als hoogtepunt, en een zeer gevaarlijke Fedja van Huêt als de grote verrassing. Fysiek en psychisch moet Huêts rol een uitputtingsslag zijn, een slag die hij meesterlijk wint.

Het regieduo Johan Simons/Paul Koek heeft de spelers tot een overdreven, bijna karikaturale wijze van acteren aangezet en dat werkt hier fabuleus.

Bovendien zitten er een paar sterke vondsten in de voorstelling. Als de moeder en de jongen in een vlaag van religieus besef de hulp van god aanroepen, regent en stormt het ineens op het toneel, de hemel kleurt rood, keiharde kitschmuziek zwelt aan. Zo moet theater zijn: grote onrust in het hoofd.

Peer Wittenbols, tekstschrijver van De Federatie, heeft De Bitterzoet (oorspronkelijke titel Brimstone & Treacle) niet alleen vertaald maar ook virtuoos verplaatst van Engeland 1976 naar Nederland nu, met woorden als nachtvluchtverbod en airmilespasje.

Al met al is De Bitterzoet de beste voorstelling van dit tot nu toe matige seizoen. Eindelijk weer eens een ouderwets goede Hollandia-productie die geen KLM-hal of Haags Stadhuis nodig heeft om te verbazen en te ontroeren.

Hein Janssen