Impressies van 20 jaar film

HET is een woest beeld in het hart van het jubileumkatern. Redden wie zich redden kan, staat erboven, er is geen ontkomen aan, aan deze creaturen....

Genodigden, medewerkers en oud-medewerkers - van wie een opvallend aantal in 1981 nét zo'n beetje klaar met de middelbare school en helemaal klaar voor het leven in de grote stad met al zijn bioscopen - noteerden hun herinneringen, hetgeen een levendige, zij het wat willekeurige verzameling impressies heeft opgeleverd.

Samengevat onder de noemer 'culturele evolutie' vormen ze een twaalf pagina's tellende kern van de krant; en de rommeligheid ten spijt, krijg je nog best een aardig beeld van het voor de gelegenheid 'afgestofte filmjaar', 1981.

'Er is iets goed fout gegaan in de ontwikkeling die film de afgelopen twintig jaar heeft doorgemaakt. Film is geen cultuurgoed meer, film is alleen nog maar een marktartikel', vindt René Seegers - en hij is niet de enige in dit nummer die zich pessimistisch uitlaat over de stand van zaken in de Nederlandse film. Seegers maakte begin jaren tachtig films samen met Jean van de Velde en Leon de Winter. Deze drie 'boertjes' uit de provincie hadden samen de Eerste Amsterdamse Filmassociatie (EAFA) opgericht; tijdens het Nederlands Film Festival dit najaar is er een retrospectief gewijd aan hun werk.

Die eer valt ook Renée Soutendijk te beurt. In 1981 speelde zij haar eerste grote hoofdrol, Hannie Schaft, in Het meisje met het rode haar. De film werd gedraaid voor een budget van 1,6 miljoen gulden, net iets meer dan haar recentelijk in première gegane Met grote blijdschap. Eerstgenoemde trok een veelvoud aan publiek - iets dat nu niet meer mogelijk is, aldus de actrice.

In het kader van de buitenlandse film buigt redacteur Jos van der Burg zich in twee aardige bijdragen over de spijtige teloorgang van de Georgische cinematografie en de metamorfose van de Poolse regisseur Krzysztof Zanussi - in de eerste Filmkrant nog 'één van de populairste Poolse filmers in Nederland', nu ook al agrarisch deskundige in onderhandelingen over de Poolse toetreding tot de EU.

Lili Marleen en haar betekenis nu (toen: Fassbinder + Schygulla = kassa) komt uitgebreid aan bod, gevolgd door een reeks kortere besprekingen waaronder Raiders Of The Lost Ark, die de steun van De Filmkrant destijds moest ontberen.

Welke inhoudelijke veranderingen de jubilaris zelf heeft ondergaan, wordt aan de trouwe lezer ter beoordeling gelaten. Redacteur Bart van der Put herinnert zich: 'Toen het eerste nummer in april 1981 verscheen was meteen duidelijk aan welke zijde van de keurig afgebakende scheidslijn men stond: hier regeerde de filmkunst' - waarop hij uiteenzet in welke mate dat begrip zelf is geëvolueerd.

Geen wezenlijke koerswijziging, suggereert hoofdredacteur Dana Linssen. Aan een goedlopend concept moet je niet morrelen, lijkt de boodschap, ook uiterlijk niet - en dat is toch werkelijk voor verbetering vatbaar. Niet doen, waarschuwt medewerker Hans Beerekamp, 'je zou wel gek wezen. . .'

En na alle feestvreugde, toch een beetje abrubt, gaat De Filmkrant over in de dag van vandaag. Van Renée Soutendijk naar Georgina Verbaan. 'Omdat de geschiedenis doorgaat.'