'Ik ben gewoon Anne'

De elfjarige Anne Rats speelt de hoofdrol in Otje. Hoe doet ze het, acteren? En wat maakt kinderen in de ogen van regisseurs tot goede acteurs?...

HUILEN IS niet moeilijk, vindt de elfjarige Anne Rats. Als ze in een scêne moest huilen, dacht ze aan de dood van haar twee konijnen. Of aan haar eerste nest hamsters met vijftien jongen, waarvan niet één het overleefde. 'Ik dacht ook wel eens aan uien.'

Anne speelt de hoofdrol in de AVRO-serie Otje, naar het gelijknamige boek van Annie M.G. Schmidt. Tijdens de opnames was ze negen en tien jaar. De opgewekte en stoere Otje heeft na een paar afleveringen al vele harten gestolen. 'Ik ben gewoon Anne', zegt de hoofdrolspeelster. Maar tevens is ze 'een echte Otje'. Net als Otje praat ze tegen haar dieren. 'Alleen praten ze bij mij niet terug, dat is wel jammer.'

Soms komt er een kind voorbij dat ontzettend veel talent heeft, weet kinder-regisseur Ben Sombogaart. Olivier Tuinier was zo'n kind. Nadat hij in films als Het Zakmes (regie Ben Sombogaart) en De Kleine Blonde Dood had gespeeld, was Olivier jarenlang het kindsterretje van Nederland. Nu is hij zestien en voorlopig houdt hij het acteren voor gezien.

De vraag is: hoe krijgt een kind het voor elkaar om een getergde blik te hebben zonder een spier te vertrekken? Hoe is het mogelijk dat een lieftallig meisje een angstaanjagende demon verandert zoals Linda Blair in The Exorcist?

'Kinderen moeten een echte persoonlijkheid hebben. Dat is nog belangrijker dan dat ze kunnen acteren', zegt Ben Sombogaart. Als hij zijn jeugdige acteurs en actrices cast, let hij er vooral op of zij op de personages lijken. 'Een kind moet de rol opvullen met zichzelf.'

Volgens Sombogaart kan een kind moeilijk een scène spelen waarmee het niets heeft. 'Olivier Tuinier vond het verschrikkelijk moeilijk om in De Tasjesdief een oud dametje haar tasje af te rukken. Dat past niet bij die jongen.' In de serie Allemaal Tuig liet Sombogaart jongeren spelen die al eens wat gepikt hadden. 'Jongeren die nooit iets gejat hebben en een boef gaan spelen: dat wordt een cartoon.'

Daarom zocht hij voor de film Mijn vader woont in Rio bewust een meisje waarvan de ouders gescheiden zijn. Haar moeder heeft een nieuwe vriend, waarop het meisje jaloers is. 'Een kind waarvan de ouders bij elkaar zijn, vindt het moeilijk voor te stellen waarom het meisje zo akelig tegen die aardige vriend doet. Wenneke had het gevoel onmiddelijk te pakken.'

Maar de regisseur zit niet altijd in de luxe positie dat kinderen een gevoel automatisch kunnen oproepen. In Sombogaarts nieuwste film Abeltje, die binnenkort in première gaat, moet hoofdrolspeler Ricky van Gastel een scène spelen waarin hij met de schoolmeester worstelt om een skateboard. 'Dat is moeilijk voor kinderen, want ze hebben geleerd respect te hebben voor volwassenen. In zo'n geval vertel ik het verhaal eromheen. Ik heb Ricky met zijn filmmoeder een scSne laten spelen waarin hij het skateboard krijgt. Dat komt niet voor in de film, maar zo snapt hij wel waarom hij alle recht heeft om zijn skateboard vast te houden.'

Doorgaans repeteert Sombogaart geen scènes met 'zijn' kinderen. 'Anders verliezen ze hun oorspronkelijkheid.' Daarom laat hij de kinderen en hun ouders het script maar één keer doorlezen. Daarna wil hij het terug. 'Anders gaan ze de scènes instuderen, want kinderen zijn ontzettend ambitieus en willen niks fout doen. Ouders die hun kinderen dialogen gaan overhoren zijn het ergste.'

De regisseur wil altijd een situatie creëren waarbij de kinderen zich volkomen op hun gemak voelen. 'Ik zeg altijd: ''Wij tweeën gaan samen die film maken, wij tweeën tegen de rest.'' Ze mogen alleen maar naar mij luisteren en geen vriendjes worden met volwassen acteurs waarmee ze in de film een rotrelatie hebben.'

Net als Sombogaart probeert de Deense kinderregisseur Jesper Nielsen zijn kinderen zo goed mogelijk te typecasten. Tijdens het Cinekidfestival, dat vandaag begint, wordt een retrospectief van Nielsens kinderfilms getoond. De filmer deinst er niet voor terug om zwaar beladen onderwerpen als alcoholisme en zelfmoord aan te snijden.

Nielsen zoekt niet naar de zwakke punten van een kind. 'Het zou mogelijk zijn om in de psyche van het kind te duiken en te zoeken naar traumatische ervaringen en die te gebruiken. Dat doe ik niet. Ik probeer te kijken, niet te kwetsen. Het is net als vissen, het is maar afwachten wat je vangt uit de kinderziel.'

Uit Amerika is bekend dat sterren als Jody Foster en Drew Barrymore een knauw hebben overgehouden aan hun kinderberoemdheid. In Nederland worden 'kindersterren' over het algemeen goed afgeschermd. Anne is bij Paul de Leeuw in de uitzending geweest en zondag zit ze bij Hanneke Groenteman in De Plantage. Daarna zal de familie Rats het kalm aan doen. Anne's leven moet zo min mogelijk ontregeld worden, vindt haar moeder.

'Het is voor niemand goed om op die leeftijd zo gelanceerd te worden', zegt Erik van 't Wout. Hij werd in 1975 op dertienjarige leeftijd van de ene op de andere dag een bekende Nederlander, omdat hij de slimme en bebrilde Aristides Quarles van Ispen in de jeugdserie Q en Q speelde.

Omdat Van 't Wout voor een groot deel zichzelf kon spelen, hoefde hij geen moeilijke acteerprestaties te leveren. Later kwam hij erachter dat niet alles wat hij aanraakte in goud veranderde. 'Q en Q was een prachtige tijd. Ik wil niet te dramatisch klinken. Ik heb alleen zo'n zeven jaar verloren. Na de Filmacademie leerde ik mezelf pas kennen.' Van 't Wout werkt tegenwoordig als regisseur bij de NCRV voor onder andere de dramaserie Zebra.

Ook Anne meent dat het acteerwereldje 'echt geen rozengeur en maneschijn' is. 'Ik had gedacht dat het wat rustiger en kalmer zou zijn.' Desondanks wil Anne later actrice worden. Ze heeft nog geen aanbiedingen gehad.