Hoogleraren

Harrie Eijkelhof (66), is hoogleraar didactiek van de natuurkunde. Ton de Boer (56), is hoogleraar farmacie. Michiel van den Broeke (44) is hoogleraar klimaatonderzoek. Albert Heck (47) is hoogleraar scheikunde en farmaceutische wetenschappen. Corné Pieterse (48) is hoogleraar biologie. Ze zijn verbonden aan de Universiteit Utrecht, provincie Utrecht.

Zorg
Hebben jullie vrienden of familie die zorg nodig hebben?
Heck: 'Ik heb een moeder die veel thuiszorg krijgt.'

Eijkelhof: 'Ik heb een zwager met het downsyndroom. Daar kom ik een paar keer per jaar en dan zie ik hoe het eraan toegaat in zo'n verzorgingscentrum. Ik vind dat vrij confronterend. Het is een totaal andere wereld dan die ik normaal meemaak op de universiteit met allemaal hoogintelligente mensen, die enthousiast zijn en levendig en vitaal.'

Wat vinden jullie van de zorg die zij krijgen?
Eijkelhof: 'Wat ik bij mijn zwager zie is erg goed.'

Heck: 'Mijn moeders ogen moeten een paar keer per dag gedruppeld worden. Daarvoor krijgt ze per week zo'n twintig mensen over de vloer. Dat is niet prettig, maar ik ben blij dat het wordt gedaan.'

Heeft u zelf ook zorgtaken?
Heck: 'Weinig. Mijn zus woont vlak bij haar. Die kijkt regelmatig of alles nog goed gaat.'

Zouden jullie uw ouders in huis nemen als dat nodig zou zijn?
Pieterse: 'Ik zou dat wel overwegen.'

Van den Broeke: 'Ik zou het willen, maar dan zou ik wel een groter huis moeten hebben. Ik vind dat ze hun eigen plekje moeten hebben, met wat privacy.'

En als jullie zelf oud zijn? Zijn jullie daarmee bezig?
Pieterse: 'Ik denk daar nog niet over na.'

Eijkelhof: 'Ja, ik zit er natuurlijk wat dichter bij, maar ik maak me er geen zorgen over. Als het erg zou worden met mij, als ik niet meer kan volgen wat er in de wereld gebeurt, dan vind ik wel een arts die mij helpt naar de hemel te gaan.'

Onderwijs
Is het niveau van de studenten van nu lager of hoger dan toen jullie gingen studeren?
Van den Broeke: 'Er wordt veel geklaagd over de kennis van wiskunde, maar ik ben heel positief over de studenten. Zij zijn veel beter in staat te communiceren over ingewikkelde problemen. Gemiddeld werken studenten hard en ze zijn zeer gemotiveerd.'

Eijkelhof: 'Ik vind dat ze meer afleiding hebben dan wij door die interactieve media. En ik vind dat ze te veel drinken. Er wordt ontzettend veel gezopen, veel meer dan in mijn tijd, en dat is heel slecht voor de hersenontwikkeling.'

Is er iets veranderd in hun instelling?
De Boer: 'Ik vind studenten minder zelfstandig. Vaak stellen ze vragen waarvan ik denk, dat kun je toch zelf uitzoeken?'

Pieterse: 'Veel studenten zien de universiteit echt als een verlengstuk van de middelbare school. Studenten gaan niet naar de universiteit, ze gaan 'naar school', en ze gaan niet naar college, maar ze zitten 'in de klas', dat soort dingen. Ze gaan naar de universiteit omdat dat voor de hand ligt.'

Heck: 'In mijn tijd was het een voorrecht als je mocht studeren. Ik kom uit een klein gehucht in Zeeland en van de vijftig leerlingen uit onze vwo-klassen ging maar een handvol naar de universiteit. Dan was je toch speciaal. Dat besef is nu helemaal weg. Alleen bij allochtone studenten zie je dat ze het als een voorrecht zien te mogen studeren.'

Zijn er te weinig bètawetenschappers?
Heck: 'De industrie geeft sowieso aan dat er een tekort is aan bètawetenschappers, maar ik denk dat het ook goed zou zijn als bètawetenschappers weer grote bedrijven zoals Shell gaan leiden. De afgelopen twintig jaar zijn de belangrijke bedrijven geleid door economen en juristen, die niet verder denken dan het volgende kwartaal. Bètawetenschappers denken na over hoe het over twintig jaar moet zijn.'

Vinden jullie dat er een antiwetenschappelijk klimaat ontstaat?
Pieterse: 'Vaak worden statements gemaakt die niet gebaseerd zijn op feiten, maar op gevoel. Ik heb in een commissie gezeten die advies moest geven aan de regering over genetisch gemodificeerde gewassen. Wij kwamen tot de conclusie dat het niet gevaarlijk was, maar toch werd het voorstel afgeschoten, op basis van gevoelens: omdat men er bang voor was. Ik ontmoet zelfs mensen die zeggen: ik lust geen dna of ik ben bang om dna binnen te krijgen.'

Zien jullie hier een oplossing voor?
Van den Broeke: 'Kennis, goede communicatie en een portie geduld. Daarom ben ik zo positief over de studenten van nu. Wij brengen ze vakkennis bij en zij beschikken over de communicatieve vaardigheden.'

Toekomst
Wat zijn jullie zorgen voor later?
Pieterse: 'Als we een kenniseconomie willen blijven houden, moeten we stoppen met bezuinigen op onderzoek en wetenschap. Onze departementen biologie, natuurkunde en scheikunde zijn de laatste tien jaar gehalveerd.'

Heck: 'In de politiek en media gaat het alleen om incidenten, en steeds minder om echt belangrijke zaken. Neem de globalisering, die is een feit. Je kunt daar niet meer voor of tegen zijn. Het is gewoon gebeurd en het gaat alleen maar verder. Ik roep al tien jaar: wanneer wordt hier de eerste Chinese hoogleraar aangesteld? De Harvard Universiteit heeft 30 procent hoogleraren met een niet-Amerikaanse achtergrond.'

Van den Broeke: 'Ik maak me het meeste zorgen om de energiecrisis. We zijn natuurlijk allemaal verslaafd aan goedkope olie en we weten tegelijkertijd dat de olievoorraden eindig zijn. Er zijn heel veel mogelijkheden om onze economie te veranderen, maar dan moet de overheid daar wel op inzetten.'

Linkerflank

Het zijn de partijen aan de linkerflank die domineren bij de hoogleraren bètawetenschappen. GroenLinks, Partij voor de Dieren, PvdA en D66 komen het meest voor in de topdrie van de Stemwijzer. Maar ook CDA en VVD halen twee keer de eerste plaats. Vier van de vijf hoogleraren vinden dat studenten financieel niet te hard moeten worden aangepakt. Met de stelling: 'Studenten moeten voortaan geld lenen voor hun studie' zijn zij het oneens. Over de vraag of iedereen in Nederland automatisch orgaandonor moet zijn, zijn de hoogleraren verdeeld. De helft vindt van wel, de helft van niet.