'Hier heerst bijna een aversie tegen imponeren' Dominic van den Boogerd wordt geboeid door andermans atelier

Aan de Ateliers in Amsterdam kunnen jonge kunstenaars maximaal twee jaar lang een vrij besloten opleiding volgen. In sommige ogen is het instituut een klooster, maar Dominic van den Boogerd, sinds kort directeur, noemt het een hogedrukketel....

'IN EEN LEVEN zonder kunstwerken kan ik me niet verplaatsen. Mijn week is goed zodra ik een paar goede beelden heb gezien. Of het nu gaat om sculptuur, video of om het even welke techniek uit welke periode dan ook. Een schilderij van Manet gaat evengoed als een doek van Daniëls in mijn hoofd zitten en verdwijnt er niet meer uit. Kunst is voor mij van vitaal belang. Vraag me niet waarom, want dat weet ik niet.

'Een beeld kan talloze implicaties hebben, hoe meer hoe beter, maar in laatste instantie geldt alleen het kunstwerk als kunstwerk, als een visuele verschijning die niet is terug te brengen tot haar mogelijke sociologische of psychologische waarde. Kunst is geen verdunde vorm van een ander goed. Oog in oog te kunnen staan met iets waar niemand om heeft gevraagd, dat geen aanwijsbare functie of zin heeft, maar desondanks van levensbelang is: dat is juist het mooie van kunst.'

Dominic van den Boogerd (36) maakte naam als redacteur en later hoofdredacteur van het tijdschrift voor actuele kunst Metropolis M. In september volgde hij de kunsthistoricus Marcel Vos op als directeur van de Ateliers, de opleiding voor jonge kunstenaars waar hij eerder werkzaam was als gastdocent. Voor hem staan dag en nacht in het teken van de kunst. Het enige waar Van den Boogerd voor waakt, is zichzelf een artistieke status aan te meten - ook al voltooide hij in 1983 de academie in Tilburg.

'Het kunstenaarschap is iets onvoorwaardelijks, dat doe je niet ernaast. Achteraf kan ik constateren dat andermans atelier me indertijd al meer boeide dan het mijne. Dat heb ik produktief gemaakt. Ik ging steeds minder schilderen en steeds meer schrijven: interviews, reportages en kritieken. Of Metropolis M de laatste jaren daadwerkelijk alle belangrijke ontwikkelingen heeft vastgelegd, zal de komende decennia blijken. Ik ben geen Nostradamus, maar toen ik er hoofdredacteur werd, was het blad een beetje ingedut en heb ik er meer mensen bij betrokken, met name internationale correspondenten, om in elk geval zo dicht mogelijk op de kunst zelf zitten.

'Van het redactiewerk heb ik definitief afscheid genomen. Als auteur zal ik aan Metropolis M nog wel af en toe een bijdrage leveren, zoals ik ook over kunst blijf schrijven voor HP/De Tijd. De overstap naar de Ateliers is minder groot dan je misschien denkt. Van reflectie op kunst die er al is, voltooid en wel, begeef ik me dichter naar de bron. Ik zie de beelden nu ontstaan. De produktie ervan voltrekt zich onder mijn ogen.'

De directeur bevindt zich in een bevoorrechte positie. Bezoekers van de Ateliers vangen van alle artistieke activiteiten hooguit wat getimmer op, dat in het meest onthullende geval vergezeld gaat van house of keiharde klassieke muziek. De in 1963 in Haarlem gevestigde kunstenaarswerkplaats vond in 1992 onderdak aan de Stadhouderskade in Amsterdam, op het vroegere adres van de Rijksakademie, die is verhuisd naar de Sarphatistraat. In het gerenoveerde pand werken twintig kunstenaars achter de gesloten deuren van hun ateliers.

Wat zij daar gedurende maximaal twee jaar uitspoken is vooralsnog hùn zaak, alsmede die van de (gast)docenten en de directeur met wie ze eens per week hun werk bespreken. In het trappehuis en op de gangen ontbreekt van de beeldende kunst elk spoor. Alleen in de kantoorruimte waar Van den Boogerd - incidenteel - buitenstaanders ontvangt, hangt aan de muur een schilderij van René Daniëls, De Donkere Kamer, uit 1986. En onlangs was zelfs dit doek verdwenen: uitgeleend aan het Stedelijk Museum voor de tentoonstelling Couplet V.

'Al die tijd heb ik het gemist', bekent Van den Boogerd. 'Het is een raar schilderij, met twee van die Hollandse, geruite luikjes in een paarse kamer: tegelijk interieur en exterieur. Waar je precies naar kijkt, weet je niet. Daniëls is me heel dierbaar. Pas toen ik hem tegenkwam, op de academie in Tilburg waar hij les gaf, begon ik iets te begrijpen van wat dat nou eigenlijk is: kunstenaarschap. Het is veel meer dan een vak waarvoor je kiest. Er is een compromisloze toewijding voor vereist. Behalve aanleg ook doorzettingsvermogen, wilskracht, karakter èn moed, want niemand zit te wachten op je verrichtingen.

'Daniëls is een bijzondere, ontwapenende man. Hij droeg ter gelegenheid van de eindexamenexpositie een T-shirt met de tekst You're all free. Daarmee werden al die academiejaren in één klap gerelativeerd. Kunst valt niet te onderwijzen. De drang beelden te maken, dat vuurtje dat ergens brandt, dat blaast niemand voor je aan. Dat moet je zelf doen. Dat standpunt wordt hier ook gehuldigd. Edy de Wilde, oud-directeur van het Stedelijk, heeft de Ateliers ooit treffend omschreven als ''een opleiding tot autodidact''.'

'Het is een terugkerend misverstand dat dit een instituut voor postacademisch onderwijs zou zijn of een tweede-fase-opleiding. Het talent dat hier terechtkomt is vaak nog heel jong. De een heeft een poosje een reguliere academie gevolgd, een ander komt van de koksschool. Uit de driehonderd aanmeldingen per jaar nodigen we die kunstenaars uit die we nog wat kunnen bijbrengen en van wie we verwachten dat ze een autonome artistieke attitude zullen ontwikkelen. De Ateliers is een praktijkinstituut. Sommigen noemen het een klooster; ik zie het als een hogedrukketel. Een beetje contemplatief naar het plafond zitten staren is er niet bij.

'Alles is hier op het werk gericht, en dat wordt alleen maar verstoord wanneer galeriehouders, verzamelaars en journalisten zich er vroegtijdig mee bemoeien. Elke dinsdag komen de vaste docenten en gastdocenten langs, die bijna allemaal zelf kunstenaar zijn, zoals Jan Dibbets, Georg Herold, Marien Schouten, Toon Verhoef en Willem Oorebeek. Zij bezoeken alle ateliers, de een na de ander, en brengen van over de hele wereld hun eigen ideeën en meningen mee. Ze hebben allemaal wat anders te beweren. De studenten staan aan het eind van zo'n dag te tollen op hun benen.

'Gaandeweg krijgen ze, als het goed is, in de smiezen wat binnen die diversiteit aan tegenstrijdige opvattingen voor hen van waarde is: wat zij persoonlijk voorstaan en hoe ze zich verhouden tot andermans kunst. De intensiteit van de Ateliers is mogelijk door de kleinschaligheid van het instituut. Het is een goede opmaat tot de beroepspraktijk waarin je als kunstenaar voortdurend aan andermans opinie bent blootgesteld. Ook onderling beconcurreren en stimuleren de studenten elkaar. Ze praten over kunst tot de kroegen sluiten.'

Op zijn eerste werkdag werd de nieuwe directeur zich al meteen bewust van de 'enorme gedrevenheid', tijdens de kennismakingsreis die voorafgaat aan elk studiejaar op de Ateliers: een excursie die alle studenten en docenten per bus door het buitenland voert, naar verspreid gelegen kerken, musea en exposities. Van den Boogerd: 'Onderweg naar Duitsland merkte ik al hoe intensief het er aan toegaat. Er is een geweldige betrokkenheid bij de kunst. Oud of nieuw maakt geen verschil.

'Na een lange reis kwamen we aan in Naumburg, een stadje in de voormalige DDR. Vlak voor sluitingstijd bezochten we de dom. We zijn amper uit de bus en in de kerk, en daar, plotseling, staat iedereen oog in oog met Uta en Ekkehard, twee dertiende-eeuwse sculpturen: de eerste figuren met een individuele expressie. Iedereen kent ze wel uit de kunstgeschiedenisboeken, maar de bijna lijfelijke kennismaking met de èchte beelden. . . die confrontatie werkt verpletterend. Iedereen stond er met open mond naar te kijken.

'In Wolfsburg bezochten we een expositie van Georg Herold en daar ontstond zo'n opwinding over de installaties dat iedereen er druk gesticulerend doorheen liep. 's Avonds in het café kwamen de gesprekken pas goed los. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat deden we niets anders dan kijken. Na die tien dagen waren we gebroken, maar er werd nog weken over nagepraat. Ik vond het fascinerend te merken dat er van alles broeit bij de studenten.

'Er heerst bijna een aversie tegen de imponeerkunst van iemand als Damien Hirst en ook Matthew Barney, die de technische ondersteuning van dertig assistenten nodig heeft bij zijn werk. En tegen het voortdurende hergebruik van beelden uit de populaire media, die glamourkunst. Dat overgeproduceerde en gedesignde werk staat ver van hen af. Niet dat de studenten zich er echt tegen afzetten, ze creëren vooral ruimte voor zichzelf.

'De heersende modellen van wat goede kunst zou zijn, worden losgelaten. Zij willen zelf iets voortbrengen, en dan geen maatschappijkritische programma's à la Barbara Kruger of Jenny Holzer, maar domweg met hun blote handen. Ze willen terug naar af: zelf een figuur maken. Ze gebruiken hun eigen impulsen in plaats van bestaande beelden. Alle ervaringen en indrukken die ze gecomprimeerd in hun kop hebben zitten, vormen het uitgangspunt voor hun werk.

'We zijn van plan meer gastdocenten en jongere gastdocenten voor hen uit te nodigen. Daarnaast gaan we een lezingenreeks organiseren, om op hoog niveau de terreinen te verkennen die noodgedwongen onontgonnen blijven in de gesprekken op de ateliers. De contacten daar spitsen zich zoveel mogelijk toe op de recente verrichtingen van de studenten.

'Bij de Ateliers verandert voortdurend alles. De golfbewegingen van de kunst zijn hier waarneembaar in het prilste stadium, heel rauw en soms nog uiterst wazig. De studenten weten waar ze naar toe willen, alleen nog niet precies op welke manier. Wat er speelt kan nog niet worden beschreven en vastgelegd, maar het bepaalt wel de toekomst van de kunst. Dat maakt het zo opwindend.'