Het spookt in het oude Hollandse fort in Ghana

De weg naar het oudste Nederlandse fort op de kust van Ghana stokt in een flinke kuil. De rest van het zandpad naar de heuveltop wordt bevolkt door marktvrouwen....

'Het is er een tamelijk vieze troep', had prof. Der, historicus, gezegd. En dat klopt. De geulen die als riool dienst doen, hullen het uitgestrekte dorp in een weeë geur. De mensen leven er dicht opeengepakt. Achter de heuvel ligt het strand, waar de vissers in prauwen hun vangst aan land brengen. Geen oord voor toeristen, zei Der, zoals het beroemdste slavenfort Elmina, gerestaureerd (onder andere met Nederlands geld) en druk bezocht.

Ook geen gidsen of educatieve dienst, al wonen hier dan de nazaten van de eerste Afrikaanse bondgenoten van de Hollanders in hun strijd tegen de Portugese rivalen op de Goudkust. Wat weten de vissers van Mori eigenlijk van de ruïnes die boven hun vieze dorp uittorenen? Voor antwoord moet je bij de oude, wijze mannen en vrouwen zijn. Niet voor feiten en jaartallen, wel voor verhalen. Een jongen wijst de weg naar Kwesi Takyi.

Ah, dat fort, daar kan hij heel wat over vertellen (een jongen vertaalt zijn woorden), dat staat daar al zijn hele leven. Sterker nog: het stond nog overeind toen hij een kleine jongen was. Zomaar op een dag gingen de blanken weg en bliezen het kasteel op. De brokstukken vlogen in het rond. De kano van zijn oom werd zo helemaal vernield. Ze deden het met dynamiet, zegt Takyi, en wel om acht uur 's morgens.

Er heeft zich nu een flinke menigte rond de verteller gevormd. Takyi raakt geïnspireerd door het publiek. Dit fort was de grootste en de mooiste van alle forten op de kust, zegt hij. Hij zag het met eigen ogen. Nee, binnen is hij nooit geweest. Tot aan de poort, niet verder. De kinderen waren bang voor het fort. 'Als iemand zich had misdragen, werd hij daar naar binnen gebracht. Vandaar gingen ze naar Elmina.' Dat had zijn vader hem verteld.

Vader had ook gezegd dat er veel schatten waren in het fort. De bewoners waren zo ongelukkig toen de regering hen sommeerde te vertrekken dat ze alle schatten in de grond hebben verborgen. Die zitten er nog steeds. Waarom de arme inwoners van Asebu dan niet gaan graven? Daar, in de ruïnes spookt het. De ogen van de geesten van zowel zwarten als blanken die in het fort zijn gestorven, houden de wacht.

De westerse jaartallen: 1612: Hollanders bouwen Fort Nassau; versterkingen en uitbreidingen in 1623-'24 en 1633-'34; 1637: Hollanders veroveren Elmina en maken dat hun hoofdkwartier; Engelsen bezetten Fort Nassau kort in 1664 en 1782-'85; begin negentiende eeuw wordt Fort Nassau verlaten.

Doen er nog steeds verhalen de ronde over de tijd van de Nederlanders? De koning van Esebu leverde strijders aan de Hollanders die Elmina op de Portugezen gingen heroveren. Takyi weet het niet. Hij weet alleen van de Britten. Kent hij dan een verhaal over de strijd tussen de Engelsen en de Hollanders, toen Elmina het centrum was van de Nederlandse aanwezigheid? Dat niet, maar wel een legende over de strijd tussen de Asebu en de Ashanti uit het binnenland samen met die lui uit Elmina.

En Takyi begint een verhaal. Het gaat over de legendarische leider Asebu Amanfi, die ten strijde trok tegen de machtige koning van Ashanti. 'Hij waarschuwde hen dat hij de zee in brand zou zetten.' En zie, de dappere Asebu Amanfi versloeg de legers van de Ashanti en Elmina. Maar dat was niet het einde van het verhaal, oh nee. De Ashanti verlaagden zich tot een list. Ze verspreidden een ziekte en Asebu Amanfi werd een leproos. Toen kwamen de vijanden terug en versloegen het volk der Fante, waartoe de Asebu behoren.

Het publiek bromt instemmend, maar niet een oude vrouw, die net is gearriveerd. Zijn echtgenote, blijkt. Wat staat die oude daar toch te bazelen? Mag zij misschien ook wat zeggen? De blanke wil vast wat weten over de slavenhandel vroeger. Nou, zij weet wel hoe dat is toegegaan.

Ze richt haar vinger op haar man: 'Het was de schuld van jullie, mannen. Die blanken kwamen op een dag met hun schepen. Ze zetten vele tonnen bier op het strand. En toen hebben onze mannen zich ladderzat gezopen, zoals jullie nog steeds doen. De blanken konden onze mannen gewoon wegdragen!'

De vrouwen in het publiek joelen van plezier, de mannen grijnzen besmuikt.