'Het loopt niet zo'n vaart met die bom'

Dat gehamer op het 'Iraanse gevaar' is begrijpelijk, maar misplaatst, zegt krijgshistoricus Martin van Creveld. 'Iraniërs zijn heus niet op zelfmoord uit.'

MEVASSERET - 'Waarom zouden we ons druk maken om de nucleaire ambities van Iran? Denken we nou echt dat Teheran zo'n wapen meteen zal inzetten tegen Israël? Iraniërs zijn rationale mensen, ze zijn heus niet op zelfmoord uit. Ik denk dat Iran veel meer te vrezen heeft van Israël, dan andersom het geval is.'

De Israëlische krijgshistoricus Martin van Creveld (66) begrijpt al de ophef niet die de Israëlische regering maakt over een mogelijk Iraans atoomwapen. 'Veel deskundigen, inclusief een voormalige chef van de Mossad, zijn het er over eens dat het niet zo'n vaart zal lopen.'

Toch laat de Israëlische premier Netanyahu geen mogelijkheid voorbijgaan om op 'het Iraanse gevaar' te hameren. Hij noemt een Iraanse atoombom een existentieel gevaar voor Israël, met een mogelijke tweede Holocaust als gevolg.

Van Creveld: 'Ik ben zelf een kind van Joden die de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben overleefd, dus ik begrijp die 'nooit meer'-gedachte heel goed. Die zit er bij ons Israëliërs als cement ingegoten. Maar hier is elke vergelijking misplaatst. Israël heeft als atoommacht weinig van een Iraans atoomwapen te vrezen.'

Amerikanen houden ook van het opgeheven vingertje als het om atoomwapens gaat, zegt Van Creveld. 'Bangmakerij voor de Russen, de Chinezen, ja ook de Fransen, Britten en de Israëliërs, in hun jacht naar de atoombom - de Verenigde Staten hebben in de loop der decennia wel duizenden waarschuwingen doen uitgaan. Met goede reden natuurlijk, want ze waren zelf de eersten met een atoombom.'

Het is paniek zaaien om niks, meent de historicus. 'In de jaren negentig kwam het boek Clash of Civilizations van Samuel Huntington uit waarin gewezen werd op het verschrikkelijke gevaar van Indiase en Pakistaanse atoomwapens. Een paar jaar later waren ze er, en wat gebeurde er? Niks. Hetzelfde gold voor Noord-Korea.'

Martin van Creveld, die in 1950 als 4-jarig Joods-Nederlands jochie naar Israël kwam, staat bekend als een eigenzinnig denker. De hoogleraar van onder meer de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem heeft tientallen boeken over krijgskunde op zijn naam staan. Deze weken presenteert hij op de Nederlandse televisie een serie over het Israëlische leger die door de Nederlandse documentairemaker Willy Lindwer werd gemaakt. (Zondag is deel 3 te zien.)

Reeds in 2007 zei Van Creveld dat 'de wereld moet leren leven met een Iran als nucleaire macht, net zoals we dat hebben moeten leren ten aanzien van de Sovjet-Unie en China. (...) Dankzij de Iraanse dreiging krijgen we wapens van de Verenigde Staten en Duitsland.'

De laatste uitspraak wil hij op zijn zonnige terras in Mevasseret, een voorstadje van Jeruzalem, wel verduidelijken. 'Al sinds het begin van het zionisme hebben wij de wereld duidelijk gemaakt dat wij klein zijn, dat we bedreigd worden door een grote vijandige wereld om ons heen. Het was altijd van 'help ons, help ons'. En het werkte. Wat kregen we ervoor terug? Geld en wapens, wapens, wapens. Er is geen land in de wereld dat zo veel financiële steun heeft gekregen - en nog krijgt.'

Premier Netanyahu is volgens Van Creveld 'wereldkampioen' in het vragen van hulp. 'Ik ben geen fan van hem, verre van dat, maar dat metier beheerst hij uitstekend. Dat is ook de reden waarom hij Iran zo hoog op de agenda zet. En het werkt. Laatst werd bekend dat Israël van Duitsland een zesde onderzeeër krijgt. Hebben wij zes onderzeeërs nodig? Nee, natuurlijk niet. Als Iran niet bestond, zou Israël het moeten uitvinden.'

Wie mocht twijfelen aan de vaderlandsliefde van Van Creveld, komt bedrogen uit. 'Ik houd van mijn land, ik zou nergens anders kunnen wonen. Er zijn hier de laatste zestig jaar wonderen verricht op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied. Toen Israël in 2008 de 60ste verjaardag vierde kwam het Britse weekblad The Economist met een coververhaal uit, over Israël als een niet-functionerende staat. Wat heb ik me daar aan geërgerd. Hoe durfden die Britten, zelf hebben ze in die zestig jaar zo'n beetje alles verloren, terwijl wij... Ach, die Britten zijn snobs!'

Hoewel hij het Iraanse gevaar niet zo hoog inschat, sluit hij zijn ogen niet voor andere bedreigingen. 'Ik maak me ernstig zorgen over Syrië. Ik denk dat het beter is als Assad aanblijft. Hij is de duivel die we kennen, als hij valt komt er een duivel die we niet kennen. Dan zou er weleens een tweede Afghanistan aan onze noordgrens kunnen ontstaan.'

Over de Palestijnse kwestie zegt hij: 'We moeten weg van de Westelijke Jordaanoever, desnoods een eenzijdige terugtrekking zoals in Gaza. De huidige status-quo is niet houdbaar. Israël is als de man die gangreen in een van zijn benen heeft. Soms gaat er antibiotica in, een volgende keer slaat hij er van pijn op en roept hij 'rot been, rot been'. Maar het einde van het liedje is dat het been toch zal moeten worden geamputeerd, wil de man niet sterven.'

De moraal van dit verhaal? 'Willen we de Joodse identiteit van mijn land ook in de toekomst waarborgen dan moet Israël zich loskoppelen van de Palestijnen - en weg van de Westoever.'