HET KABINET-WIEGEL/FORTUYN

HET erelid van de VVD is altijd goed voor een leuk verhaal. Vrij Nederland klopte vorige week dan ook niet tevergeefs op de deur van Hans Wiegel, de man die niet gisteren, maar twintig jaar geleden afscheid nam van de landelijke politiek....

Als jonge fractievoorzitter van de VVD wist Wiegel al precies wat er onder het volk leeft. Dat was voor een deftige partij als de liberale toen nog was, al heel wat. Maar Wiegel kon die wetenschap ook in praktijk brengen. Als geen ander gebruikt hij de publiciteit om zijn boodschap aan het volk over te brengen.

Daar komt nog een derde factor bij. Wiegel is een onafhankelijk man. Als gewezen VVD-leider schept hij er een zeker behagen in zijn opvolgers voor de voeten te lopen met ongevraagde adviezen, afwijkende standpunten of - als senator - dissident stemgedrag. Zelfs Bolkestein was een beetje bang voor hem. Bij Dijkstal, de man die debuteert als lijsttrekker van de VVD, zal de interventie van Wiegel de nachtrust niet bevorderd hebben.

Want Wiegel breekt een lans voor een kabinet van VVD, CDA ... en Leefbaar Nederland. Deze variant bestond tot nu toe alleen in het hoofd van Pim Fortuyn, de kandidaat-premier van Leefbaar Nederland. Fortuyn is zelfs bereid Wiegel als premier van dit droomkabinet te dulden, want twee kapiteins op een schip is er één te veel.

De formatie van het kabinet-Wiegel/Fortuyn kwam deze week in een stroomversnelling door publicatie van de groslijst van Leefbaar Nederland. Niet omdat de ondernemende vrienden van Pim staan te trappelen om in de Tweede Kamer te komen. Integendeel, net als Wiegel zelf bedanken ze voor de eer om hun comfortabele herenbestaan voor een politiek avontuur in de waagschaal te stellen.

Maar wat afgelopen woensdag wel duidelijk werd, is dat Leefbaar Nederland rechtstreeks met de VVD concurreert op de kiezersmarkt. Onder Nagel (40 jaar VARA, 35 jaar PvdA) en Westbroek (nog steeds VARA) had de partij een progressieve uitstraling. Het programma van D66 (gekozen burgemeester, referendum, districtenstelsel) werd integraal overgenomen. LN keerde zich ook tegen privatisering en wilde vooral niet in de rechtse Nederland-is-vol-hoek gedreven worden. Nederland is hooguit gezellig druk.

Westbroek hield ermee op, zodat Nagel (zonder lijsttrekker) en Fortuyn (zonder partij) tot elkaar veroordeeld zijn. Of dit monsterverbond stand houdt tot 15 mei, zal moeten blijken. Fortuyn (Nederland is echt vol!) blijkt namelijk een echte achterban te hebben, bestaand uit kleine zelfstandigen die de VVD een te slappe, te linkse partij vinden. Mensen dus, die zich wel bij de VVD van Wiegel of Bolkestein thuisvoelen, maar niet bij de VVD van socialistenvrienden als Hans Dijkstal, Frank de Grave of de prudente jurist Benk Korthals.

Hans Wiegel kent zijn plaats als stuurman aan de wal. Hij dringt zichzelf uiteraard niet op, hoe gevleid hij ook is door Fortuyns pluimstrijkerij. Wiegel ziet in Gerrit Zalm, dus niet in Dijkstal, de ideale opvolger van Wim Kok als minister-president. Maar dan moet de VVD natuurlijk wel de grootste partij worden.

Wiegel formuleert hier in alle openheid een ambitie waar de VVD niet voor kan weglopen. Als de VVD op 15 mei niet de grootste partij wordt, heeft ze dat aan zichzelf te wijten.

Wiegel wijst daarbij niet voor niets op Zalm. De vrolijke minister van Financiën symboliseert immers bij uitstek het succes van Paars als solide schatkistbewaarder. Omdat Wim Kok afscheid heeft genomen valt de 'premierbonus', het aantal extra zetels dat hij voor de PvdA kan binnenhalen, weg. Waar de PvdA een Melkertmalus heeft, beschikt de VVD over een Zalmbonus. Maar die moet de VVD dan wel inzetten, ook al doorkruist dat de ambities van Dijkstal. 'Ik heb een zwak voor Pim', vertrouwt Wiegel Vrij Nederland, toe. Fortuyn noemt Wiegel 'mijn vriend Hans'. Hoe diep de kameraadschap gaat, is mij niet bekend. Ze weten in ieder geval een goede sigaar op zijn waarde te schatten, dat schept een band.

In een land waarin de gedoogzones voor rokers steeds nauwer worden getrokken, krijgt de sigaar een politieke betekenis: namelijk die van 'ik heb overal schijt aan'.

Fortuyn en Wiegel zeggen wat ze denken, doen zich niet mooier voor dan ze zijn en zijn natuurtalenten in het bespelen van het publiek - of dat nu in de zaal zit of voor de televisie. Melkert en Dijkstal zijn veel minder mediageniek en vertegenwoordigen bovendien de gewraakte compromissenpolitiek van de achterkamer. Die achterstand is in een toeschouwersdemocratie als de onze moeilijk goed te maken.

Een schrale troost voor hen is dat de kabinetsformatie zich in alle beslotenheid zal afspelen. Dan doen ze zaken als vanouds en komen komedianten als Wiegel en Fortuyn er niet meer aan te pas.