Felicitatie

In de boekbespreking 'Rokkostuum, witte sjaal, cilinderhoed' (Cicero, 5 december) word ik zo duidelijk aangesproken, dat ik graag een weerwoord laat horen....

Ik heb definitief met Johan Heesters gebroken nadat ik eind 1977 van zijn biograaf met wie ik aanvankelijk samenwerkte, had vernomen, dat hij op 21 mei 1941 (vier maanden na Mussert) het concentratiekamp Dachau een privé-bezoek bracht en daar voor de SS-bewakers in de kazerne naast het kamp een operetteconcert heeft gegeven.

Ik maakte dit sinds 1945 door hem verzwegen feit begin februari 1978 publiek in Elsevier en het NIW. (De in Wenen verschenen 'anonieme aanklacht' stamt niet van mij.) Tussen Heesters en mij is nooit over een biografie gesproken en ik weet waarom: ik zou zijn fatale collaboratie met het nazi-regiem hebben achterhaald en tot het besef zijn gekomen dat hij mijn onwetendheid als correspondent van enkele grote media 22 jaar lang gewetenloos voor de reparatuur van zijn aanzien in Nederland heeft misbruikt.

Ik had van zijn ariërverklaring (al in 1936), zijn koperfabriek waarmee hij fors aan Hitlers oorlogsindustrie heeft meeverdiend, van de geconfisqueerde joodse villa's waarin hij van 1939 tot 1945 met zijn gezin wat je noemt op stand gewoond heeft, en van zijn aan Goebbels gerichte met 'Heil Hitler' ondertekende bedelbrief absoluut geen notie. Feiten overigens waarvoor hij zich nooit in Nederland heeft moeten verantwoorden. Geen lintje van de koningin, geen bloemetje van het ministerie van OCW. 'Zelfs geen kaartje voor ons consulaat in München' jammert Heesters' echtgenote. 'Hitler, Göring, Hess, Goebbels, de hele clique ging voor mij staan. Dat zou mijn koningin nooit hebben gedaan', vat Heesters in de Bunte zijn glorietijd in nazi-Duitsland samen. Waarmee had Nederland de honderdjarige moeten feliciteren?