Ex-statenlid krijgt wachtgeld én loon

Oud-leden van provinciale staten kunnen aanspraak maken op wachtgeld, ook als zij een volledig inkomen genieten bij hun huidige werkgever....

In Limburg is commotie ontstaan over het financiële extraatje voor oud-statenleden, die in het eerste jaar na hun vertrek kan oplopen tot 8700 euro en die maximaal twee jaar geldt. Veel andere provincies hebben een vergelijkbare wachtgeldregeling.

Volgens de Limburgse gedeputeerde Herman Vrehen maken in zijn provincie twintig ex-statenleden oneigenlijk gebruik van de regeling, die volgens hem 'niet scherp genoeg is geformuleerd'. Vrehen: 'De regeling is bedoeld om inkomensderving te compenseren. Maar die twintig mensen maken er gebruik van zonder dat ze er in inkomen op achteruit zijn gegaan.' Hij hoopt dat provinciale staten de regeling snel met terugwerkende kracht aanpassen.

Volgens de regeling worden inkomsten die een statenlid heeft op de dag van zijn vertrek, niet gekort op het wachtgeld. Alleen nieuwe of hogere inkomsten worden verrekend. Dat betekent bijvoorbeeld dat Gerard IJff, sinds een jaar wethouder van Roermond, als oud-statenlid ook wachtgeld opstrijkt. 'Een bezopen regeling', erkent IJff. Maar de staten hebben de regeling 'in het volle besef' goedgekeurd en 'dus' maakt hij er gebruik van. Ook IJff is voorstander van aanpassing van de regeling.

Volgens het IPO, het overlegorgaan van de twaalf provincies, hebben de meeste provincies een wachtgeldregeling voor oud-statenleden. De minister van Binnenlandse Zaken heeft in 1994 alleen de grenzen daarvan vastgesteld: maximaal twee jaar, in het eerste jaar maximaal 80 procent van de wedde van een statenlid (die nu 10.889 euro per jaar bedraagt), in het tweede jaar maximaal 70 procent, en eindigend wanneer iemand 65 jaar of ouder is.

'Binnen die grenzen staat het de provincies vrij om hun wachtgeldregeling in te vullen', aldus IPO-woordvoerder Louis van Wayenburg. Het ministerie stelt geen voorwaarden aan de inkomenspositie van de oud-statenleden.