Een kind is geen pup

Streng opvoeden is de trend, maar daarmee creëren we kinderen die geen rekening houden met anderen, betogen Gabriëlle Jurriaans en Annemiek Verbeek. Een autoritaire stijl kan wangedrag zelfs aanwakkeren.

Als ouder kun je niet zonder een goed stel oordoppen. Niet vanwege je schreeuwende kleuter, eigenwijze tiener of onstuimige puber, maar vanwege alle strengheid-nonsens die je als opvoeder te horen krijgt. Zeker als er geweld in het spel is, neem Eindhoven, Haren of Almere, zijn de reacties voorspelbaar: ouders moeten hun kroost eerst en vooral beter opvoeden. En daarmee wordt bedoeld: strenger.

Dat minister Plasterk na de trappartij in Eindhoven een moreel appèl deed op ouders om beter op te voeden, ligt volledig in lijn met de strenge wind die waait. Pedagoog Bas Levering constateerde eerder in pedagogisch magazine PIP dat er een strengheidstrend lijkt te zijn. Journaliste Iris Pronk schreef er zelfs een boek over, Waarom ik geen strenge moeder ben (maar het wel zou willen zijn), waarover ze in tal van programma's mocht komen vertellen. In dit boek schuift Pronk het echtpaar Sjoerd en Ludeke naar voren als voorbeeld van strenge, duidelijke opvoeders: als hun zoontje voor de tweede keer van tafel loopt, kiepert vader Sjoerd zonder omhaal een bord pasta met zalm in de vuilnisbak, tot schrik en verdriet van zijn kinderen. En in Viva Mama vat acteur Waldemar Torenstra zijn boerenverstandopvoeding samen door te stellen dat kinderen kleine zoogdiertjes zijn die je als ouder goed moet africhten.

Streng zijn (eufemistisch aangeduid als 'duidelijk'), grenzen stellen, negatief gedrag strikt corrigeren, nee-is-nee-retoriek: we horen en lezen bijna niet anders. Als kinderen maar doen wat ouders zeggen, dan komt het met het morele kompas van de kinderen wel goed, is het idee.

Omdat de meeste ouders niet snel bij buren of familie aankloppen met opvoedvragen (stel je voor, je bemoeien met de opvoeding van een ander!), is er een hele opvoedindustrie ontstaan, die garen spint bij de onzekerheid waarmee veel ouders kampen. Er wordt goed geld verdiend met tal van boeken, cursussen, kindercoaches en opvoedmethodes.

Maar werkt het ook? Dat valt vies tegen, blijkt uit recent promotieonderzoek van pedagoge Rianne Kok van de Universiteit Leiden. Haar conclusie: door uitleg en afleiding leren kinderen beter hun emoties en gedrag te beheersen dan door een autoritaire en afstraffende opvoedstijl.

Gebrul
Ja, met macht kun je op korte termijn veel gedaan krijgen, zeker bij kleine kinderen. Je pakt ze op, zet ze op hun naughty spot en negeert het gebrul. Vroeg of laat houdt het op en past een kind zich aan. Maar léért het er ook wat van? Nee, zegt pedagoog Joop Berding, van de Hogeschool Rotterdam. 'Onherroepelijk komt er een moment dat streng zijn en straffen niet meer werken. Kinderen groeien op en zijn niet meer bang voor je of afhankelijk van je. Dan sta je als ouder met lege handen én is de relatie met je kind beschadigd.' Volgens hem moeten kinderen flink kunnen oefenen met gedrag zonder ver- en beoordeeld te worden door hun ouders.

Toch blijft het idee van 'het slechte kind' dat er primair op uit is om het zijn ouders zo moeilijk mogelijk te maken hardnekkig. Veel gangbare opvoedmethodes, zoals het door de centra voor jeugd en gezin (CJG) gehanteerde Triple P (beter bekend als Positief Opvoeden), gaan uit van het maakbaarheidsprincipe waarin je het kind als het ware kneedt tot het gewenste eindresultaat. Hoogleraar pedagogie Micha de Winter noemt dit de 'technocratisering van opvoeding': je laat er wat opvoedtechnieken op los en dan komt er een goed geslaagd kind uit rollen.

Was het maar zo eenvoudig. Waar een aantal jaren geleden gedragstechnieken alleen ingezet werden voor de echt moeilijke gevallen, zit nu een hele generatie peuters en kleuters op het strafstoeltje. De Winter: 'Opvoeden is zoveel méér dan gedragsregulatie: het gaat om kinderen perspectief bieden, ze een positief wereldbeeld aandragen, voorleven hoe ze hun leven kunnen inrichten, het gaat over de vorming van hun identiteit. Door die probleemcultuur zijn we vergeten hoe leuk opvoeden kan zijn.'

Socioloog Henk de Vos is ervan overtuigd dat kinderen alleen sociaal en moreel gedrag leren door ermee in aanraking te komen. Dit 'voorleven' werkt vooral in een rijke sociale omgeving, waar het kind dagelijks in aanraking komt met veel verschillende mensen die op een redelijke manier met elkaar omgaan en conflicten oplossen. Daar is een sterke buurt voor nodig, waar mensen elkaar een beetje kennen.

In onze seculiere, geliberaliseerde samenleving is dat grote sociale netwerk nou juist gesneuveld. We hebben ons teruggetrokken achter de veilige muren van het gezin, met het bordje 'Niet mee bemoeien' op de voordeur. Het kerngezin leeft geïsoleerder dan vijftig jaar terug. Kinderen leven in hokjes: van school, naar de opvang, naar huis, maar van een gemeenschap is nog amper sprake. Ouders worden meer dan voorheen aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor het gedrag van hun kinderen, terwijl diezelfde kinderen in die schrale omgeving dus helemaal niet genoeg kúnnen leren over sociaal gedrag.

Er is meer aan de hand. 'Laat niet over je heenlopen hoor', zeggen ouders tegen elkaar in de speeltuin, of: 'Mijn kind weet dondersgoed wat wel en niet mag.' Gedrag zien ze vaak niet als normaal en onderzoekend, maar als irritant en opzettelijk stout. En daar moeten we als ouders wat aan doen, anders nemen ze een loopje met je, is de teneur. Dat terwijl er een subtiel, maar zeer dwingend verschil zit tussen je sociaal gedragen en sociaal zijn. Door goed gedrag af te dwingen, leg je niet meer dan een laagje fineer over het kind, dat weinig zegt over of een kind een goed mens is.

Gedresseerd aapje
Natuurlijk zijn bijvoorbeeld beleefdheid en vriendelijkheid nuttige vaardigheden in het sociale verkeer, maar daar zou de focus niet op moeten liggen. Op korte termijn lijkt dat prettig - een gedresseerd aapje dat ja-en-amen zegt - maar hoe leert een kind dan zelf de goede, morele beslissingen te nemen?

Juist in de openbare ruimte zijn problemen. Onze kinderen doen het over de gehele linie genomen best goed, maar de heftigheid van schijnbaar willekeurige geweldsuitbarstingen neemt toe. Uit onderzoek blijkt dan weer dat het juist die jonge daders zijn die thuis weinig in te brengen hebben. Wanneer de dwingende morele stem van ouders wegvalt in de puberleeftijd, is het voor deze jongeren enorm moeilijk om zichzelf te reguleren. Hoe moet je je leren gedragen in die openbare ruimte als alle controle die je jarenlang gewend was, wegvalt? Welk innerlijk mechanisme moeten deze kinderen aanspreken? Sta je dan, met je strenge opvoeding.

Er zijn ook ouders die tegen al die strengheid ingaan. Caroline Verlee, docent op een middelbare school en moeder van een kleuter en een dreumes, eist geen gehoorzaamheid, en consequent zijn vindt ze schromelijk overschat. Een laat-maar-waaien-ouder is ze niet. 'Ik ben en blijf hun moeder en zeker nu ze klein zijn, zal ik keuzes voor hen maken. Toch behandel ik ze niet anders dan ik zelf behandeld wil worden. Ik gruw van iemand die zegt wat ik moet doen, dus ik leg mijn dochter ook niet op dat ze 'dank u wel' moet zeggen. Lang zei ik het namens haar, nu doet ze het steeds vaker uit zichzelf. Ze groeien echt niet snel op voor galg en rad.'

Streng zijn creëert juist wat we willen voorkomen: kinderen die zich niet om anderen bekommeren, omdat er amper naar hén geluisterd is en ze amper hebben geoefend met sociaal gedrag. En het haalt wel alle lol en liefde uit het opvoeden. Willen we dat de maatschappij er een is van samenhang en begrip, dan zullen we onze kinderen vanaf het allereerste moment met mededogen en liefde moeten bezien.

Grenzen kun je ook aangeven zonder dat je een kind als puppy probeert te trainen. Met goed voorleven geef je kinderen de boodschap mee dat hun behoeften en emoties er net zo goed toe doen als die van anderen. Dat is niet hetzelfde als alles maar goed vinden. Kinderen doen wat jij doet en niet wat je zegt.

 Gabriëlle Jurriaans (1971) was jarenlang jeugdwerker en is nu schrijfster en columnist voor o.a. kiind.nl.

Annemiek Verbeek (1977) schrijft voor diverse media over opvoeding en onderwijs.