Een bittere voorstelling over het wijf dat moeder heet

De Gebroeders Flint met La Mamma, muziek Paul Prenen, De Roode Bioscoop Amsterdam tot 29 jan. Tournee...

Moeder is alles: een heilige, een hoer, een steunpunt, een pispaal, een trut, een tiran. En vooral een inspiratiebron voor de schilder, beeldhouwer en dichter.

Wil je het publiek met grijze haren behagen, dan slijm je een eind weg. Wil je indruk maken op generatiegenoten, dan kat je haar af. Maar pas op voor het laatste, want ligt ze eenmaal onder de groene zoden, dan komt de spijt. Daar weet Willem Elsschot alles van:

Gij die later wordt geboren,

wilt naar wijze woorden ho ren:

pakt die beide handen beet,

dient het wijf dat moeder heet.

Het muziekbandje oefent. De dartele noten van de viool lijken alle kanten op te vliegen, maar worden door de strakke pianoklanken binnen het schema gehouden. De achterwand is een gigantische linnenkast. Moeder haalt de was van de lijn en schenkt de jongens een kopje melk in. Moeder is dienstbaar en kent haar plaats.

Dat is slechts de schijn van het begin. De Gebroeders Flint hebben gespit in de moederliteratuur, maar gunnen de lieve moeder alleen een bijrol. La Mamma is meestal niet aardig, ook al kunnen de allerkleinste kinderen nog liefdevol over haar praten. Zij neemt haar man in de maling en speelt in het verzorgingstehuis haar twee zoons tegen elkaar uit. En zij maakt gruwelijke snert.

Ook de nonnen, de plaatsvervangsters van Moeder Gods, deugen niet. Zij zijn wreed en benepen.

De Gebroeders Flint houden zich al jaren aan een strakke repertoireverdeling. Op straat spelen ze met veel tam tam een simpel en opgewekt verhaaltje, terwijl in het theater een literair thema wordt uitgediept. Moederliteratuur is zeker niet het meest originele onderwerp, maar de manier waarop De Gebroeders Flint er mee omgaan is groots. Ze hebben er een bittere voorstelling van gemaakt, waar vreselijk hard om gelachen kan worden. Ook moeder zelf ziet er wel de grimmige humor van in dat haar man slechts schijnwaardering voor haar heeft als hij zegt: 'Jij bent het zachte kussen waar ik thuis op zit.'

Patrick van den Hanenberg