De Hennies: lieve, naïeve drugskoeriers

In hun omgeving gelooft niemand dat de twee Hennies schuldig zijn. Maar de Turkse officier van justitie denkt daar anders over....

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

In maart 1998 kregen Hennie van Doeselaar en zijn vriendin Hennie Idzes uit Enschede van hun buurvrouw een reisje naar Turkije aangeboden. Uit dankbaarheid: de beide Hennies hadden de buurvrouw verzorgd toen zij ziek was. Zij wilde iets terugdoen. De buurvrouw is getrouwd geweest met een Turk, spreekt Turks en wilde de Hennies laten kennismaken met haar Turkse vriendenkring. Voor haar Nederlandse gasten, beiden in de veertig, was het hun eerste reis naar het buitenland.

Op de laatste dag van de vakantie ging het mis. De Turkse douane vond in de tassen van de twee Hennies in totaal tien kilo heroïne. 'Leg dan maar eens uit dat je onschuldig bent', verklaart advocaat H. Sepers in één zin het probleem van de verdediging.

Sepers is ervan overtuigd dat de Hennies er door de buurvrouw zijn ingeluisd. 'Het zijn simpele, lieve, zielige mensen. Makkelijk te beïnvloeden. Niet superintelligent. En ook duidelijk niet uit een crimineel circuit.' Sepers treedt op als tolk op verzoek van de Nederlandse ambassade in Istanbul. De verdediging is in handen van een Turkse advocaat.

Sepers denkt uit de verhalen te kunnen reconstrueren hoe de Hennies onbewust drugskoerier werden. 'Op de laatste avond in Turkije was er nog een afscheidsfeest. Maandag komt er een taxi voorrijden. De kofferbak gaat open en de buurvrouw zegt: kijk, daar zijn jullie nieuwe tassen.

'Dat was een laatste cadeautje van haar: gloednieuwe tassen waar de spullen van de Hennies al schoon gewassen in zaten. Bij een check op het vliegveld bleek in de bodem van de tassen heroïne te zitten, professioneel ingetaped. Het pijnlijke is dat de Hennies die tassen niet zelf hebben gedragen.'

Deze lezing van het verhaal kent de Turkse justitie inmiddels ook. Het probleem is evenmin dat de buurvrouw, die ook is opgepakt, het ontkent. Het probleem is volgens Sepers dat zij te lang heeft gewacht om de ware toedracht te vertellen. Daardoor denkt de Turkse justitie dat dit verhaal achteraf is verzonnen om twee van de drie verdachten vrij te pleiten.

Op de sociale werkplaats in Enschede, waar Hennie van Doeselaar sinds begin jaren negentig werkt, leeft iedereen mee. Ook daar wordt Hennie omschreven als naïef. 'Hij is te goed van vertrouwen', vindt afdelingschef H. Hassing. Hij benadrukt wel dat Van Doeselaar er om medische redenen werkt, niet omdat hij zwakbegaafd zou zijn.

'Als Hennie wordt veroordeeld, zou dat hier inslaan als een bom', weet Hassing. 'Hennie en zijn vriendin zijn geen mensen om heroïne te smokkelen. Ik heb het niet juridisch nagetrokken, maar wat mij betreft zal een veroordeling geen consequenties hebben voor Hennies baan.'

Vóór zijn reisje naar Turkije had Hennie het moeilijk, vertelt Hassing. 'Hij dreigde vanwege reuma niet meer als stoffeerder te kunnen werken. Maar dat is nog geen reden om dit soort dingen te doen. In een voor hen zware tijd hebben ze zich vastgeklampt aan die buurvrouw.'

Op de sociale werkplaats is vorige week een boekwerk gemaakt met foto's van de Hennies tijdens de vijf eerdere rechtszittingen in Turkije en brieven van de twee aan hun familie. 'Als je die foto's ziet, weet je dat ze het moeilijk hebben daar', zegt Hassing. 'De mannelijke Hennie woog zo'n honderd kilo. Dat is nu niet meer dan zeventig.'

Ook Sepers weet hoe de twee lijden in hun Turkse gevangenissen. 'Tijdens de laatste rechtszitting, de dag voor Kerstmis, kon je het goed zien. De vrouwelijke Hennie maakte rare bewegingen, helemaal doorgedraaid. Maar tante de buurvrouw vermaakte zich best. Die had de avond daarvoor de bloemetjes buitengezet met uit fruit en oud brood gemaakte drank. Die weet zich zelfs in de gevangenis aan te passen.'

Afdelingschef Hassing had geregeld contact met Van Doeselaar. 'Een van zijn vele celmaten had een telefoontje. We belden vaak. Nu lukt het niet meer.' Door dat contact weet Hassing dat Hennie optimistischer wordt als een procesdag nadert. 'Maar eigenlijk gaat het heel, heel slecht. Er is in zijn cel iemand vermoord. Dat heeft hem erg aangegrepen.'

De zwager van Van Doeselaar, R. van Daalen, is naar Istanbul gereisd om morgen het proces mee te maken. Hij is vol lof over de hulp van de Nederlandse ambassade in Istanbul. 'Kleding die wij opsturen is snel ter plekke. En elke keer als ik daar kom, ligt de toestemming om de Hennies te bezoeken al klaar.'

Van Daalen weet niet wat er moet gebeuren als zijn zwager en diens vriendin morgen worden veroordeeld. Hij weet dat er een verdrag bestaat waardoor Nederlanders hun in Turkije opgelegde celstraf in eigen land mogen uitzitten. 'De Nederlandse rechter moet de straf toetsen aan de Nederlandse maatstaven. Stel nou dat ze daar één jaar moeten zitten en hier twee. Hoe bar en boos het daar ook is, wat is dan het beste?'