De grote Wit-Russische verdwijntruc

Een Ierse en Nederlandse ondernemer hadden het megalomane plan om met biogewassen de grond nabij Tsjernobyl schoon te wassen. De Wit-Russen deden mee, net als tientallen Nederlandse particuliere beleggers. Maar de fabrieken kwamen er nooit, het geld is weg en de twee oprichters zijn spoorloos.

Marc Janssens stopt op zijn kantoor in het oude centrum van Brussel 150 duizend euro aan gestreken bankbiljetten in drie bruine enveloppen. Als hij naar buiten kijkt, schijnt de zon. Het is de eerste dag van juni 2007. Honderdvijftigduizend euro in cash hadden ze gezegd. Hij had het nog nooit in handen gehad, maar ze hadden hem voor het blok gezet. 'Na al de tijd die ik al in het project had gestoken, zonder betaald te krijgen, heb ik de gok gewaagd', zegt Marc Janssens nu. Bij familie, vrienden en kennissen schraapt de Belgische ondernemer het geld bijeen dat hij zelf niet op een spaarrekening heeft staan.

Hij loopt naar zijn azuurblauwe BMW 7. Het voelt onwennig met zoveel geld op zak. Eenmaal ingestapt besluit hij het geld te verspreiden door de wagen. Een envelop stopt hij in de armleuning op de achterbank, een andere schuift hij onder de passagiersplaats en de laatste steekt hij bij zich in de binnenzak.

Zo rijdt hij Brussel uit op weg naar Antwerpen, waar hij in een restaurant een afspraak heeft met Michael Rietveld, de Nederlandse baas van Greenfield Project Management. Dit Ierse bedrijf wil een bioethanolcentrale neerzetten in Wit-Rusland. Dat kost erg veel geld, maar er zijn ook hoge rendementen mee te behalen. Eerst zijn er echte investeerders nodig. Janssens is daar een van.

Schone lei
Rietveld en Janssens bespreken de leenovereenkomst, maar Janssens weigert het geld in Antwerpen te overhandigen. Hij wil verder praten in Hilversum, waar de onderneming feitelijk wordt bestuurd door de Ier James Kennedy. Kennedy is naar eigen zeggen directeur-generaal energie van de Europese Commissie geweest en nu adviseur bij ABN Amro op het gebied van olie en gas. Maar in dit geval is hij vertegenwoordiger van Ann McClain, de eigenaresse van de moedermaatschappij Greenfield, die is gevestigd in Nieuw-Zeeland.

Rietveld is ondanks zijn titel van 'ceo' slechts adviseur van het bedrijf. Even later rijden ze achter elkaar aan naar het Gooi, waar in een bovenwoning in de Langestraat Rietveld en de goed geklede Kennedy het geld in ontvangst nemen.

De overdracht van het geld wordt uitgebreid gedocumenteerd. Janssens krijgt een leenovereenkomst waarin ze ook een hoge rente afspreken na twee jaar. Janssens moet het geld contant leveren omdat de onderneming een zogenoemde clean balance sheet moet houden, een schone lei. Daar hamert vooral Kennedy op. Investeerders zouden met minder betalingsverplichtingen minder hindernissen zien.

Nadat hij op deze lentedag het geld heeft overhandigd, loopt Rietveld met de enveloppen naar een zijkamertje. 'Hij telde het ongetwijfeld', zegt Janssens. Ondertussen is Kennedy druk met een flipover, waarop hij uittekent wat de laatste vorderingen zijn en de wijze toelicht waarop Janssens' middelen de onderneming zullen versterken.

Janssens is al sinds 2005 als adviseur betrokken bij het ambitieuze project. Het is een droom. Het zou een oplossing kunnen bieden in de nasleep van het grootste nucleaire ongeluk ooit: de brand en explosie in de kerncentrale nabij Tsjernobyl in 1986 in Oekraïne. Een grote wolk met radioactief materiaal kwam toen in de atmosfeer terecht, die de wind meevoerde naar het noorden en noordwesten. Meer dan 80 procent van de straling kwam terecht op Wit-Russisch grondgebied. De aanplant en grond zijn er zwaar besmet met onder meer strontium-90 en cesium-137.

Greenfield Project Management wil die grond versneld stralingsvrij maken door er graan en suikerbieten te verbouwen. De straling hoopt zich op in het gewas. Greenfield wil van de besmette graan en suikerbieten, die door lokale boeren moeten worden verbouwd, vervolgens bioethanol maken. Het bedrijf heeft zijn oog laten vallen op twee locaties in het zuiden van Wit-Rusland, nabij de meeste vervuilde gebieden. De radioactiviteit zou in enkele tientallen jaren afnemen tot acceptabele niveaus, waar dat gewoonlijk enkele eeuwen duurt.

De Wit-Russische regering ziet het als een van haar prioriteiten om 20 procent van het grondgebied weer bewoonbaar te maken en geschikt voor voedselproductie. Greenfields eerste bioenergiecomplex in Wit-Rusland moet in het begin jaarlijks 150 duizend ton ethanol produceren. In de tweede en derde fase moet zelfs 450 duizend ton behaald worden.

Het gezaghebbende tijdschrift New Scientist wijdt er later een lovend artikel aan. 'Tsjernobylwoestenij mogelijk gezuiverd door biobrandstof', kopt het blad. De bioethanol zou zelf niet radioactief zijn, omdat bij de destillatie, waarbij de damp van aan de kook gebrachte vloeistof weer afkoelt, alleen de lichtste deeltjes opstijgen als damp. Het overgebleven zware radioactieve residu zou worden verbrand in een energiecentrale, waarbij een zwaar radioactief geladen as overblijft. Deze zou dan moeten worden opgeslagen op een plaats waar nucleair afval wordt bewaard.

Voor het project is geld nodig, veel geld. Met een klein begin van 4 miljoen euro - waar Janssens 150 duizend aan heeft meebetaald - weet het bedrijf plannen op te zetten. Maar voor twee ethanolcentrales is 217 miljoen euro nodig. De Wit-Russen willen eenvijfde van de kosten voor hun rekening nemen, maar er zijn ook particuliere investeerders nodig. Die gaat Greenfield bij elkaar zoeken.

Op 18 december - zes maanden nadat hij met Janssens naar Hilversum is gereisd - tekent Rietveld een raamwerkovereenkomst met de Wit-Russische regering, vertegenwoordigd door vicepremier Ivan Bambiza. Bij de bezegeling van de samenwerking zijn ook toenmalig premier Sergei Sidorsky, Ann McClain en Andrei Aleinikov aanwezig, die de Greenfieldvestiging in de hoofdstad Minsk bestiert. Het vooruitzicht is hoopgevend. Greenfield zal de biobrandstof gaan exporteren en een hoog rendement voor de aandeelhouders binnenhalen, onder wie Janssens.

Alleen gebeurt er daarna niets meer. Rietveld en Kennedy hebben de gelden opgestreken, maar die worden niet naar Greenfield overgemaakt. De Wit-Russische overheid steekt veel kostbare tijd en moeite in een project, maar het slaan van de eerste paal blijft uit. In 2009 schrapt de overheid alle raamwerkovereenkomsten. De twee initiatiefnemers Rietveld en Kennedy zijn inmiddels spoorloos.

Verhouding
De Nederlandse Financiële Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) buigt zich over de zaak. Door betalingen voor diensten niet via de onderneming te laten lopen, omzeilen Kennedy en Rietveld onder meer de betaling van btw. Michael Rietveld zou aan de tand zijn gevoeld, maar de opsporingsdienst laat weten geen redelijk vermoeden te hebben van strafbare feiten en adviseert schuldeisers een civiele procedure aan te spannen.

Bekend is dat James Kennedy een verhouding heeft met Ann McClain, de enige aandeelhouder van Greenfield. Zij zou op haar beurt een aangetrouwde nicht van de erven van Freddy Heineken zijn. De stichting die het Heinekengeld beheert, is volgens Kennedy dan ook al 'ingestapt' voor bijna een half miljoen euro, maar dat wordt later ontkend door McClain.

Kennedy is een kleurrijke, kameleontische man. Hij houdt van kunst en is veelvuldig te vinden in de kunstboetiekjes rond het Brusselse Zavelplein. Kennedy had Greenfield in 2003 in contact gebracht met de Wit-Russische autoriteiten. 'Hij had er relaties', zegt Basil Miller, oud-directeur communicatie van Greenfield. Dat blijkt ook uit een deelnemerslijst van een in 2000 gehouden conferentie over klimaatverandering, waar ene James Kennedy namens Wit-Rusland aanwezig is, samen met de huidige minister van Buitenlandse Zaken Andrei Savinyh. De Wit-Russische autoriteiten belonen Kennedy volgens Miller voor zijn inspanningen voor Tsjernobyl met een traditioneel olieverfportret, waarop hij is afgebeeld als een Wit-Russische edelman.

Maar uiteindelijk laat de Wit-Russische regering Kennedy vallen, omdat er geen garanties kunnen worden gegeven. Potentiële investeerders haken daardoor af. 'Zonder leveringsovereenkomst en -prijs wilden wij niet verder praten over een mogelijke investering', zegt een van hen. 'En zonder overheidssubsidies kan zo'n centrale nooit duurzaam worden. Het is een kostbare methode. De gereduceerde prijs voor de besmette graan en suikerbiet zou grotendeels teniet worden gedaan door de hogere verwerkingskosten door de radioactiviteit. Garanties van de Wit-Russische overheid waren dan ook des te belangrijker.'

In 2007 houdt Frank Kuijlaars, het hoofd van de olie- en gasdivisie van ABN Amro, nog een wervend praatje op een bijeenkomst in Minsk. Hij is aanvankelijk geïnteresseerd in een investering, maar haakt af als Greenfield zelf niet genoeg geld bijeen kan brengen. Hij werkt inmiddels in Kazachstan en wil vanuit Astana niet verder ingaan op de indruk die hij van het bedrijf kreeg.

Wat hij dan niet weet - noch andere investeerders en betrokkenen - is dat James Kennedy werd geboren als Jim McCann in het Noord-Ierse Belfast. Ze ontdekken dat pas als de onderneming is opgedoekt. Angstige vermoedens die rezen na McCann's weigeringen om te vliegen en auto te rijden worden bewaarheid. McCann blijkt een van de grootste drugs- en wapensmokkelaars van de jaren zeventig. Het geld dat hij met de drugs verdiende, gebruikte hij voor wapens voor het eerste stadium van de Ierse verzetsbeweging IRA. Hij komt ook prominent voor in de in 2010 als Mr. Nice verfilmde autobiografie van de beroemde Britse drugssmokkelaar Howard Marks.

De verenigde schuldeisers ontdekken steeds meer over de handel en wandel van McCann. Zo zat hij begin jaren zeventig vast in de Ierse Crumlin Roadgevangenis voor het bestoken van de Queens Universiteit met molotovcocktails. Maar hij wist te ontsnappen. In die periode brengt hij ook enige tijd door in Nederland, waar hij een Nederlandse vrouw leert kennen. Ze krijgen drie kinderen.

Verder duiken in de archieven meerdere arrestaties op, uitzettingen, gijzelnemingen, vervalste paspoorten en een bomaanslag op het Duitse hoofdkwartier van het Britse leger in Rheindalen. Of McCann nog altijd gezocht wordt, is niet duidelijk. Wel zegt de Brusselse politie bij Marc Janssens' aangifte van verduistering dat zijn naam opdook in de Interpolbestanden. Wat de verdenking was, krijgt Janssens niet te horen. De Belg ziet zijn geld nooit terug.

Ook andere investeerders zijn hoogstwaarschijnlijk gedupeerd. In de beginfase zou meer dan 4 miljoen geïnvesteerd zijn, suggereren documenten uit 2007. Hieronder artsen en tandartsen die voor een ton meededen.

Of het project vanaf het begin een wassen neus was, blijft voor alle betrokkenen onduidelijk. Zowel Rietveld als McCann is onvindbaar. McCann's dochter zag hem drie maanden geleden voor het laatst, maar zegt geen sterke band met hem te hebben. Ze was een van de bestuurders van de inmiddels opgeheven stichting Academia Foundation. De stichting was een van de vermeende begininvesteerders in Greenfield, maar zou ook McCann's kunstbezit beheren. 'Wat mijn vader met de bv uitspookte, weet ik niet. Ik was alleen formeel bestuurder.'

Radioactief afval wegwerken met planten: gedurfd
Het klinkt volkomen logisch: planten die als groene stofzuigers een met radioactieve stof besmette grond zuiveren. Deze maand werd bekend dat Waterland Internationaal in de buurt van de ontplofte kerncentrale van Fukushima duizenden hectares huttentut (Camelina sativa) gaat verbouwen. Het Nederlandse bedrijf gaat de planten verwerken tot biobrandstof.
Volkomen logisch, 'maar ik ken geen enkele fabriek ter wereld die een productieproces heeft ontwikkeld om radioactieve bestanddelen uit de biobrandstof te halen', zegt Luuk van der Wielen, hoogleraar bioscheidingstechnologie van de TU Delft. Hij reageerde in het universiteitsmagazine Delta op de aankondiging van Waterland International dat het in Japan aan de slag gaat.
In Japan is 800 duizend hectare landbouwgrond rond de reactor van Fukushima door de kernramp van vorig jaar ongeschikt geraakt voor de verbouwing van gewassen voor consumptie. De Japanse regering heeft buitenlandse bedrijven gevraagd te kijken naar alternatieven. 'Als het land ongeschikt is voor de voedselproductie betwijfel ik of die gebruikt kan worden voor biobrandstof', stelt Van der Wielen. 'Radioactieve stoffen horen ook niet in biodiesel, omdat het in de nabijheid van mensen wordt gebruikt en ongecontroleerd vrijkomt.'
In Japan wordt al langer gekeken naar of Moeder Natuur een handje kan helpen bij de rommel die de mens in Fukushima heeft gemaakt. Zo is er voorgesteld om koeien te laten grazen op grasvelden die bedekt zijn met cesium. Anders dan mensen nemen koeien geen cesium op; wat ze binnenkrijgen, poepen ze weer uit.
Na de kernramp in Tsjernobyl in april 1986 hebben tal van onderzoekers en ondernemers plannen bedacht om met planten, struiken en bomen de omgeving van radioactief materiaal te ontdoen. Waar Greenfield Project Management koos voor graan en suikerbieten, om die te verwerken tot biobrandstof, hebben anderen mais, hennep, zonnebloemen en mosterdplanten beproefd. Verder dan in een laboratoriumopstelling zijn al deze pogingen nog niet gekomen.