De dader heeft het niet gedaan

Wie zijn vinger beweegt, denkt dat hij zelf bewust zijn vinger beweegt. Omdat hij dat wil. Maar dat is niet zo, stelt psycholoog Dan Wegner....

Aan de andere stoplichten ziet de fietser dat het zijne bijna op groen springt. Hij telt af: drie, twee, één, groen! Dochtertje onder de indruk; papa heeft het stoplicht op groen gezet. Hij glimlacht. Maar toch, als de timing scherp is, heeft hij héél even dat gevoel dat zijn geest het gedaan heeft.‘De vraag is: hoe weet je nu of de geest je niet de hele tijd zulke illusies voorspiegelt?’, zegt Dan Wegner, hoogleraar psychologie aan de Amerikaanse Harvard Universiteit. Vorige week hield hij in Utrecht, tijdens een symposium van NWO Cognitie, de lezing Illusions of conscious will: How do we know that our actions are our own?Wegners eigen antwoord is, zacht uitgedrukt, contra-intuïtief. ‘Het gevoel dat je bewust opstaat en naar de andere kant van de kamer loopt, en achteraf weet dat jíj dat bewust wilde – dat gevoel is sterk en overtuigend, maar niettemin een illusie.’ Beweert u dat we geen vrije wil hebben?‘Daar gaat het mij niet om. ‘Geen vrije wil’ wordt opgevat als: dan overkomt me alles en kan ik niet bereiken wat ík wil. ‘Ik wil weten: wat creëert dat gevóel van de bewuste wil als initiator van je handelingen. Dat gevoel is een centraal argument in de discussie over vrije wil. De mensen die niet in vrije wil geloven, wijzen op de overmaat aan aanwijzingen dat menselijk gedrag voorspelbaar is en wordt geregeerd door wetmatigheden. De vrije-wil-aanhangers wijzen op het onmiskenbare gevoel eigenaar te zijn van het eigen handelen: ík ben degene die nu bewust mijn vinger beweegt, dat voel ik, dat weet ik.’U noemt dat gevoel een illusie. Dat riekt naar studeerkamerfilosofie en het al redenerend vergeten dat er een echte wereld is.‘Je kunt het aantonen. Uit aandoeningen als schizofrenie en een syndroom waarin iemands hand zijn eigen gang lijkt te gaan, maar ook uit zaken als hypnose en glaasje draaien, blijkt al dat gedachten en handelingen losgekoppeld kunnen worden. De persoon beweegt iets zonder door te hebben dat hij het zelf doet, en andersom: hij denkt ergens verantwoordelijk voor te zijn terwijl een ander het doet. ‘Ook manipuleren en induceren wij en andere onderzoekers dat gevoel auteur te zijn van je handelingen in allerlei experimenten. Zo hebben we bijvoorbeeld proefpersonen in de spiegel laten kijken naar wat hun eigen armen lijken, maar die toebehoren aan iemand die achter hen staat. Als ze daarbij steeds een opdracht horen – ''krab aan je neus; zwaai nu met je rechterhand" – vlak voor die wordt uitgevoerd, dan leven ze sterker in de illusie dat de bewegingen voortvloeien uit hun eigen wil. Dat zeggen ze, en dat kun je ook meten aan de zweetreactie als die armen een pijnlijke opdracht uitvoeren.‘Ook in andere experimenten blijkt steeds: als de gedachte vlak aan de handeling vooraf gaat, dan is het gevoel van bewust willen, sterker. De geest interpreteert dat als: ik dacht het en daarna gebeurde het, het zal oorzaak en gevolg zijn; mijn gedachten waren de oorzaak om het te doen. Andere factoren die het idee van eigenaarschap vergroten zijn samenhang (passen de gedachte en de handeling bij elkaar?), exclusiviteit (ben ik de enige persoon in de spiegel die de beweging zou kunnen veroorzaken?) en de inspanning die wordt geleverd tijdens de beweging. ‘Dat suggereert dat het gevoel van auteurschap geen directe uitdraai is van wat er in het brein gebeurt, maar een interpretatie op basis van signalen. De geest weegt de signalen en geeft de best mogelijke schatting: wie of wat heeft dit veroorzaakt?’Maar als het mijn gedachten niet zijn, wie of wat stuurt mijn handelen dan wél aan?‘De gedachten zijn niet de oorzaak van de beweging; de geest veroorzaakt beide. Zowel de bewuste gedachte als de handeling, vindt haar oorsprong in onbewuste hersenprocessen. De onbewuste oorzaken van gedachten en handelingen worden wellicht beïnvloed door elkaar en door andere hersenprocessen. We kunnen al die processen niet overzien, wel de bewuste plaatjes die worden gecreëerd van de gedachte en de handeling. ‘Als we onszelf ervaren als handelend persoon die bewust onze handelingen veroorzaken, dan is dat geen correcte weergave van het oorzakelijk verband, maar een interpretatie, wanneer de geest de gedachte presenteerde als juiste en tijdige voorvertoning van de handeling die erop volgde.’ Dat klinkt omslachtig. Waarom zou de geest zoveel moeite doen om ons continu voor de gek te houden en ons te laten geloven in de illusie van auteurschap?‘Die illusie is heel handig. Het is een stempel: dat is van mij, dat niet, dat heb ik gedaan, dat niet, en die gedachte was niet zomaar een, nee, dat was de míjne. Dat stempel, in de vorm van een gevoel, maakt jouw handelingen authentiek, meer dan je ooit met denkwerk bereikt. En het is heel handig om direct te weten wat van jou is en wat van een ander, onder andere in het sociale verkeer.’ Zo vaak staan we anders niet voor de spiegel met andermans armen onder onze oksels.‘Toch gaat het over essentiële en dagelijkse kwesties. Het gaat over verantwoordelijkheid voor gebeurtenissen en over eigenaarschap van ideeën. Onze huidige proeven gaan bijvoorbeeld over plagiaat. In veel zaken zegt de beschuldigde: ik dacht dat ik het zelf bedacht had. Soms is dat zo. Mensen kunnen zich zo verdiepen in andermans gedachten dat ze zich die herinneren als hun eigen. Ze slaan de gedachte op met het verkeerde stempel van auteurschap. ‘We doen nu experimenten die aantonen dat ook dan het stempel een schatting van eigenaarschap is, op grond van signalen zoals geleverde inspanning. In die proeven lossen proefpersonen anagrammen op, waarbij soms de computer het antwoord geeft. Laat je hen nu tijdens het denken knijpen in zo’n knijper om de handspieren te trainen, en loslaten als ze de oplossing bedenken of zien, dan denken ze vaker ten onrechte dat zij zelf het anagram hebben opgelost. De inspanning kan een signaal zijn dat jij gewerkt hebt aan de oplossing. ‘Een tekst kan hetzelfde effect hebben – en onopzettelijk plagiaat stimuleren – als het probleem in moeilijke taal gesteld is en het antwoord in makkelijke. Je kan in problemen komen doordat het gevoel van eigenaarschap slechts een schatting is, en feilbaar.’Toch wil het er niet in dat ons van alles overkomt en dat het brein erbij fantaseert dat wij de dader waren. Dat dat gevoel iets bewust te willen en daarom te doen, een illusie is.‘Meestal gaat het goed. Doorgaans weten we prima welke handelingen door onszelf zijn veroorzaakt en welke door anderen, door de wereld of door toeval. Bij gezonde mensen is dat systeem goed ontwikkeld. We moeten niet voor niets van die rare experimenten verzinnen om fouten te vinden. ‘Normaal gesproken ís een gedachte die aan de handeling vooraf gaat, natuurlijk een goede indicatie dat wij de handeling willen en doen. Maar het blijft een indicatie, een plaatje gecreëerd door de geest. Wij geloven dat plaatje en zien het aan voor bewijs. Mijn punt is dat we het systeem niet kunnen vertrouwen.’ Maar we weten toch allang dat we de werkelijkheid niet direct waarnemen, maar een interpretatie ervan? Psychologen hameren daar al jaren op. ‘Toch lijken weinig wetenschappers te begrijpen dat dat ook voor de wil opgaat. Die is heilig, als was het een waarachtige representatie van de innerlijke werking van de geest.’ U heeft nogal wat tegenstanders.‘Het is nog steeds controversieel. De illusie van de bewuste wil is een overtuigende. Mensen geloven het en willen het geloven. Ze hebben het idee dat hun anders hun vrijheid wordt ontnomen. En ik neem ook nog de magie weg. De geest wordt ervaren als iets magisch. Als je de machinerie ontbloot, dan neem je de betovering weg.‘Maar ik kan er niet bij dat ook veel wetenschappers zeggen: op grond van mijn eigen ervaring weet ik gewoon dat het zo is. Dan neem je bij voorbaat dat aan wat je wil onderzoeken.’Michael Bratman (hoogleraar filosofie aan Stanford University; was ook aanwezig op het symposium – red.) borduurt voort op uw bewijzen dat de bewust ervaren wil zo feilbaar is. Maar hij noemt de conclusies die u eraan verbindt, te vergaand. Die bewuste wil is meer dan een passief stempel, zegt hij, hoe kunnen we anders met bewuste intentie een handeling tegenhouden, of plannen maken voor de toekomst?‘Bratman en ik onderzoeken de tegenovergestelde kanten van de medaille. Hij bestudeert de relatie tussen intentie, planning en daarop volgende actie. Ik onderzoek waar dat systeem hapert. Een lastig punt is dat de bewuste wil ook over bewustzijn gaat. En het bewustzijn wordt nog door niemand goed begrepen, ondanks boeken met titels als ‘bewustzijn verklaard’.’ Wat zijn de implicaties van uw theorie? Als de bewuste wil een illusie is, dan heeft rechtspraak weinig zin.‘Nee. Het feit dat het gevoel een illusie is, neemt niet weg dat het een heel belangrijk gevoel is. Het neemt de moraliteit niet weg, het is er juist de basis van. Rechtzaken gaan vaak over: was er opzet in het spel? Ook al is het maar een schatting, het is wel een schatting waardoor mensen zich schuldig of trots kunnen voelen, en waardoor ze kunnen ervaren dat ze rechtvaardigheid, waardering of straf verdienen. Voor moraliteit is dit persoonlijke gevoel van verantwoordelijkheid belangrijker dan de daadwerkelijke verantwoordelijkheid.’