Collecteren

Een kennis belde. Of ik deze week wilde collecteren voor het reumafonds. Omdat ik geen nee durfde zeggen, zei ik ja. Daarna begon ik mezelf hartgrondig te vervloeken, want ik haat collecteren, om een paar redenen: 1) dat geschooi langs de deuren is gewoon mensonterend. Je voelt je op slag zo'n duister type dat vroeger bij de mensen aanbelde met het vage aanbod hun scharen en messen eens lekker te slijpen; 2) het regent altijd als je collecteert; 3) ik heb verdomme helemaal geen tijd om te collecteren, en 4) je zal zien dat de directeur van het reumafonds twee keer zoveel verdient als ik.

Even googelen. Ja hoor: 'Het jaarsalaris van de algemeen directeur bedraagt 125 duizend euro en is conform de Adviesregeling Beloning Directeuren van Goede Doelen.'

Tuurlijk. Laat die gast voor zijn 125 duizend euro lekker zelf langs de deuren gaan, met zijn collectebus! Trouwens, 5) die rammelende bussen zijn enorm uit de tijd. Als mensen iets willen overmaken aan het reumafonds, kunnen ze dat tegenwoordig heel handig via internet doen.

Dat dacht ik allemaal, maar meteen daarna sloeg het schuldgevoel toe. Volgens de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer, die verder vooral vond dat de mens niet deugt, is medelijden de basis van elke morele handeling. Het zien van andermans leed roept in ons de neiging wakker het op te heffen of te verlichten. 'Ongeluk is de voorwaarde van medelijden en medelijden de bron van mensenliefde', schreef hij in Über die Grundlage der Moral, vorig jaar in het Nederlands vertaald als Dat ben jij.

Wanneer heb ik de neiging andermans leed op te heffen of te verlichten?

Mijn geweldige moeder gaat elke woensdag eten koken in een verpleeghuis. Een kennis drinkt op vrijdag altijd thee bij een eenzaam, oud vrouwtje. Wat doe ik, aan onbaatzuchtigs? Geen bal. Ik mocht blij zijn dat ze me eindelijk eens hadden gevraagd om te collecteren voor een goed doel. Vermoedelijk zouden alle mensen bij wie ik aan de deur kwam, verheugd hun portemonnee leegstorten en me daarna dankbaar om de nek vallen, omdat ook zij nu een goede daad hadden verricht.

's Avonds ging ik vervuld van medelijden en mensenliefde de straat op. Het was droog. In de folder had ik gelezen hoe het is om reuma te hebben (afschuwelijk) en hoeveel mensen eraan lijden (2,3 miljoen).

Bij het eerste huis deed de bel het niet.

Bij het tweede huis werd niet opengedaan, hoewel ik de televisie toch heel duidelijk door de gordijnen zag flakkeren.

Bij het derde huis werd ook niet opengedaan.

Bij het vierde huis werd wel opengedaan. Een man keek me vuil aan, alsof ik had voorgesteld zijn scharen eens lekker te slijpen, en smeet zonder iets te zeggen de deur dicht.

Bij het vijfde huis sprong een grote, zwarte hond naar buiten.

Een uur later en 3,75 euro rijker ging ik terug naar huis. Ik dwong mijn kinderen het kleingeld uit hun spaarpotjes in de collectebus te gooien, deed er wat papiergeld van mezelf bij en besloot dat een paar mensen heel erg deugen, maar de meeste mensen niet. En ikzelf nog het minst.