Bruinkoolwinning legt natuur aan infuus

De elektriciteitscentrales in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen draaien grotendeels op bruinkool. Daaraan dreigt volgens de regering een tekort, en daarom moet er een nieuwe winningslocatie worden ontgonnen....

ELF DORPEN en twee snelwegen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zullen ervoor moeten verdwijnen, achtduizend mensen moeten verhuizen. In het gebied èn in Limburg dreigt uitdroging van natuurgebieden. Garzweiler II, een uiterst omstreden bruinkoolwinningsproject dertig kilometer ten oosten van Roermond, is nu al uitgeroepen tot ecologische en sociale catastrofe.

In het voorjaar van 1995 moet het definitieve besluit vallen, maar het project lijkt niet meer tegen te houden. De plattegronden van de nieuwbouwwijken voor de getroffen bewoners liggen al klaar.

Van de drie groeves waar exploitant Rheinbraun AG nu bruinkool wint, zijn er twee, Inden I en Garzweiler I, rond 2006 uitgeput. De grootste bruinkoolgroeve, Hambach, heeft nog een flink surplus, maar volgens Rheinbraun en de deelstaatregering onvoldoende om in de toenemende energiebehoefte te voorzien. Bruinkool is daarin essentieel. Vier van de tien elektriciteitscentrales in Noordrijn-Westfalen stoken de goedkope bruinkool.

Winningslocatie Garzweiler II ligt bij Mönchengladbach en heeft een oppervlakte van 48 vierkante kilometer. Diep onder de grond zit 1,6 miljard ton bruinkool die tussen 2006 en 2045 moet worden benut. Bij het afgraven van de bruinkoolgroeve moeten enorme hoeveelheden grondwater worden afgevoerd, omdat de krater anders zou volstromen. Dat grondwater wordt in Duitsland op dusdanig astronomische schaal weggepompt, dat gevreesd moet worden voor het uitdrogen van het natuurreservaat de Meinweg bij Roermond.

De Meinweg is een bijzonder beekdalengebied van zestienhonderd hectare met een grote verscheidenheid aan zeldzame flora en fauna, waaronder reptielen en de laatste elf amfibiesoorten van Nederland. Kenmerk van een beekdal is dat het bijzonder sterk afhankelijk is van de grondwaterstand. Al na een geringe daling zullen talloze plantesoorten in de Meinweg uitsterven. Het meer oostelijk, in Duitsland, gelegen Swalm-Nettegebied wordt nog zwaarder getroffen door Garzweiler II.

Al jaren wordt er gediscussieerd over de effecten van de grootschalige pompwerkzaamheden en over de maatregelen die daartegen moeten worden genomen. Het is een theoretische discussie, waarbij nogal wat rekenarij met computers nodig is. Zelfs de grootste experts op het gebied van grondwater durven geen garantie te geven dat de natuur behouden zal blijven. Daarvoor is de onderaardse waterhuishouding te ingewikkeld.

Swalm-Nette is ten dode opgeschreven, zo durven de Duitse waterdeskundigen wel te beloven, als er geen compenserende maatregelen worden genomen. Berekend is dat er jaarlijks tachtig miljoen kubieke meter grondwater moet worden geïnfiltreerd om de natuurgebieden te behouden. Een van de voorgestelde methodes is om het water met pijpleidingen direct in de bedreigde beken en bronnen in te brengen. Samen met een lange 'waterbuffer' bij de bron van de rivier de Swalm kan het natuurgebied worden veiliggesteld.

Rheinbraun beschouwt met name die buffer als de ultieme oplossing. Over een lengte van twaalf kilometer worden honderden gaten gegraven, waar een drainageleiding doorheen loopt. Vanuit de met grind opgevulde gaten moet het water de grond in lopen. De nieuwe techniek is op kleine schaal met succes beproefd.

Maar de lange-termijnervaring ontbreekt, menen de critici. Zij hechten geen geloof aan het kunstmatig vochtig houden van de natuurgebieden. In dit verband spreekt men in Duitsland wel van 'Natur am Tropf', 'natuur aan het infuus'. Ook de provincie Limburg is niet erg onder de indruk van de voorgestelde infiltratiewerkzaamheden, die tot ten minste 2100 zouden moeten duren.

Grondwaterexpert T. van Dort van de provincie: 'Er zijn geslaagde infiltratieproeven gedaan, maar die waren gericht op de aanvoercapaciteit: hoeveel water kan er door een sleuf van honderd meter? Daarop zijn vervolgens de modelberekeningen losgelaten, maar het is pure theorie allemaal, niemand kan garanties geven. Garzweiler II wordt vooral een gigantisch experiment op het gebied van grondwaterinfiltratie.'

Gedeputeerde M. Lodewijks: 'In feite trek je een gebied droog over een periode van vijftig jaar. Ondertussen hebben ze in Duitsland een enorme pretentie van: ''Wij bouwen zo'n waterlandschap wel eventjes met de hand na''.'

Voor het afgraven van drie huidige bruinkoolgroeves pompt Rheinbraun jaarlijks 1,2 miljard kubieke meter grondwater weg uit Noordrijn-Westfalen. Het grootste gedeelte daarvan wordt rechtstreeks op de Rijn geloosd. Onder invloed van de grootschalige pompwerkzaamheden tekent zich nu al een ecologische dreiging af.

Zo ontspringt de Swalm, de slagader van de Meinweg, een kilometer westelijker dan tien jaar geleden. De Swalm wandert, zegt men in Duitsland. Eind jaren tachtig viel de bovenloop van de Swalm volledig droog.

En er zijn andere voorbeelden van Duitse beken en bronnen die 'wegwandelen' van de bruinkoolgebieden. Zo is het riviertje de Niers de afgelopen tien jaar acht kilomter naar het noorden opgeschoven. Zonder de huidige infiltratie en drainage van Rheinbraun zouden de Swalm, de Niers en andere beken nu al droog komen te staan.

Ook de drinkwatervoorziening van Mönchengladbach (260 duizend inwoners) lijdt onder de bruinkoolwinning. Rheinbraun moet jaarlijks met pijpleidingen twaalf miljoen kubieke meter grondwater naar de stad voeren, de helft van de drinkwaterbehoefte. Het bedrijf is onlangs begonnen met het aanleggen van een kilometerslange watergreppel aan de zuidgrens van de stad. Zonder dit soort maatregelen zou Mönchengladbach met een ernstig tekort aan water komen te zitten.

Sinds 1960 is de diepe grondwaterstand in het Meinweg-gebied geleidelijk gedaald met twaalf meter. Daarvoor kan de Nederlandse drinkwaterwinning slechts gedeeltelijk verantwoordelijk zijn geweest, blijkt uit een TNO-onderzoek van 1990. Daarom zoeken de onderzoekers in het rapport een voorzichtig antwoord bij de Duitse pompwerkzaamheden: 'De daling doet zeer sterk denken aan het regionale effect van zeer grootschalige ingrepen in de waterhuishouding.'

Met Garzweiler II zou het grondwaterpeil wel eens schrikbarend snel kunnen zakken. Het bruinkoolgebied ligt midden in de zogeheten Venloschollen, een ondergronds waterlandschap dat zich uitstrekt van Keulen tot aan de Nederlandse Peel, en die watervoorraden zijn van levensbelang voor het Duitse natuurgebied Swalm-Nette en de Meinweg.

Hoe de natuur zal reageren op Garzweiler II, is kijken in een glazen bol. Dat geldt al helemaal voor de zogeheten Restsee, het sluitstuk van het bruinkoolplan. Als de bruinkoolwinning er in 2045 op zit, is er van de grondwaterpakketten van de Venloschol weinig meer over en rest er een 220 meter diepe krater van 28 vierkante kilometer. Dit enorme gat wordt aangewend om het grondwaterpeil te herstellen. Rheinbraun pompt het tot 2500 vol met water uit de Rijn. Via de bodem van deze Restsee moet het water naar de Venloschollen doorsijpelen.

De vraag is of de Rijn als nieuwe aanvoerbron kan worden ingezet. Het water is nu al sterk verontreinigd en de verwachtig is dat de kwaliteit niet noemenswaardig zal verbeteren. Rheinbraun zou liever de grondwaterputten in de directe omgeving aanspreken, maar die staan rond 2045 droog.

Behalve voor een aanvoer vol zware metalen uit de Rijn, wordt gevreesd voor het ontstaan van een enorm zuurbad. In de ondergrond van de krater die Garzweiler II achterlaat, bevinden zich grote hoeveelheden pyriet. Als die ertssoort reageert met water, ontstaat er een soort zoutzuur dat in verdunde vorm het natuurgebied zal moeten voeden.

De laatste jaren heeft de provincie Limburg herhaaldelijk protest aangetekend tegen het bruinkoolplan. In augustus krijgt Limburg de laatste kans om zijn twijfel uit te spreken over de voorgestelde tegenmaatregelen. Volgens gedeputeerde M. Lodewijks wordt Nederland serieus genomen bij de besluitvorming, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

'Het is natuurlijk belachelijk te denken dat we die bruinkoolwinning kunnen tegenhouden', zegt Lodewijks. 'Wat wil ik klaarspelen in een deelstaat met zeventien miljoen inwoners?'