Boerenbedrog

De idylle van het platteland heerst nog altijd in de media. En de boeren leven zelf ook in die droom, bleek deze week.

Leefde Merijntje Gijzen nog maar. De televisiejongen uit de jaren zeventig - niet te verwarren met zijn Drentse neef Bartje - kwam uit een armoedig Brabants boerengezin, en was in het eerste boek van A. M. de Jong een (leve Wikipedia) 'naïef rooms-katholiek jochie, dat onvoorwaardelijk vertrouwen heeft in de autoriteiten in zijn leven zoals zijn ouders, zijn grootmoeder, meneer pastoor en zijn oudere broer Arjaan'.

Aandoenlijk. Waar kennen we dat beeld van? Van het huidige nieuws en in de media. Want dat is wat opnieuw opvalt in de verslaggeving van de zaak-Vaatstra: Randstedelijke media bezien en verbeelden het plattelandsleven nog altijd met een hippe jarenvijftigbril. Het contrast is al zichtbaar bij de eerste de beste Journaalverslaggever in iets te strak jasje met trendy sjaaltje om de hals, voor de gesloten deur van het Dorpshuis van Oudwoude.

Melkbussen aan dorpsweggetjes, roodgekoonde buurvrouwen bij de buurtsuper. Bauke, Bearn, Siepie, Gooitske en Geke: het zijn de Sietse en Hielke Klinkhamers van de 21ste eeuw. Zomaar ineens op tv.

Het platteland - en alles wat provincie heet - lijdt aan een verkrampt boerenbeeld. Wat heerst, is de gedroomde idylle. Van een platteland van vroeger, toen alles nog veilig was. En God nog in Jorwerd woonde.

De boeren leven zelf ook in die droom, bleek deze week. De grootste schok, van Zwaagwesteinde tot Oudwoude, was dat het 'een van ons' is. Liever koesterde de godvruchtige gemeenschap het geloof dat het een asielzoeker was geweest. Dat de moor- denaar van Marianne Vaatstra haar keel had doorgesneden, was het bewijs. Zoiets doen 'wij' niet, maar wel die lui uit verre apenlanden.

De woedende bevolking, van 'hier' of een paar dorpen verderop, gooide scharreleieren naar de bestuurders die niet optraden tegen het plaatselijke asielzoekerscentrum. Onder publicitaire druk werden twee asielzoekers gearresteerd - ze bleken onschuldig. Schrijnend, de persoonlijke opluchting die Netty Groeneveld, directeur van het toenmalige azc, deze week in EenVandaag uitte na dertien jaar achterdocht: 'Er waren mensen die dachten dat ik informatie had achtergehouden. Wat dat betreft is het nu echt een nieuwe tijd voor mij.'

De idylle van het platteland dreef op boerenbedrog: het 'beest' (aldus vader Vaatstra) was onder ons. Het huist in ons. Dat is even wennen, zelfs - of juist - voor een veeboer.

Over dat beest en zijn daad kwamen we niets meer te weten dan op de geserreerde persconferentie van politie en bestuurders werd meegedeeld. Daarentegen weten we alles over het platteland. Tussen droom en daad figureerden passanten bij de buurtsuper, de mistige velden, de Friese vlaggen aan de gevels. De buurvrouw van Jasper S. in Pauw & Witteman. Van het naburige Zwaagwesteinde wist ze niets, want dat was 'daar'.

Media drijven nog altijd op de droom van het buitenleven. Ze bevestigen hem; de komkommerknagende kneus uit Boer zoekt vrouw is voor de Randstedeling als Vijftig tinten grijs voor de vinexvrouw. Series als Dokter Deen en de commerciële evenknie Dokter Tinus verdoven miljoenen kijkers. Even zo vaak is het nieuws juist wat die droom verstoort. 'Volendam snuift meer dan Parijs'. 'Urker jeugd snuift op grote schaal'. Het rustieke Haren op de kop gezet door dronken relschoppers. Er beur'n rare ding'n in de dramaserie Barslet.

De fascinatie voor de diepe provincie is mateloos. Hoe anders valt te verklaren dat een lokale moordzaak als die van Vaatstra zo lang landelijk nieuws is? Het is een televisieding, opgebouwd door regisseur Peter R. de Vries, wiens vasthoudendheid in de moord natuurlijk te prijzen valt.

Zeker, het gebruik van dna-verwantschapsonderzoek is nieuw en spectaculair, maar de moord blijft een lokale zaak die normaliter een tweekolommer in de regionale krant was gebleven als niet televisie zich erop had gestort.

Het wordt tijd dat media het leren: het is in Loppersum of Vlagtwedde niet veiliger dan op een nachtelijk Damrak of Coolsingel. Het barst er van de beesten, en ze plegen soms een moord. Merijntje Gijzen is dood.