Bloeddruppels in de Afghaanse sneeuw

Voor in Nederland wonende Afghanen is de verfilming van De vliegeraar, het succesvolle boek van Khaled Hosseini, een vaak emotioneel weerzien met het land van afkomst....

Zahir, die al acht jaar een Afghaanse filmkraam bemant op de zwarte markt van Beverwijk, schudt zijn hoofd. Nee, zegt hij, De vliegeraar is nog niet verkrijgbaar op dvd. De 39 jaar oude filmverkoper heeft wel alvast rondgevraagd onder zijn contacten, maar dat mocht nog niet baten. ‘Natuurlijk heb ik rondgevraagd’, zegt Zahir trots. ‘Dat is mijn werk. Zodra de film van De vliegeraar er is, wil ik hem kunnen aanbieden. Ik ben de brug. De brug tussen de film en het publiek, zo zeggen wij Afghanen dat.’

De film, gebaseerd op het gelijknamige boek van de Amerikaans-Afghaanse schrijver Khaled Hosseini, is net uitgebracht in de Nederlandse bioscopen. Van het boek heeft Zahir ‘een stukje’ gelezen, in een Perzische vertaling. Een belangrijk boek, vindt hij het. ‘Maar voor mij is het geen nieuw verhaal zoals voor u. Ik weet heel veel dingen uit het boek al, omdat ik zelf Afghaan ben.’

Sommige van de filmposters waarmee Zahir zijn kraam heeft behangen, tonen explosies, grimmig kijkende mannen en geweren. En op het tv’tje op de toonbank spelen Afghaanse mannen met stoffige kleren en platte petten, die door kapotgeschoten gebouwen rennen en zo nu en dan hun raketwerpers afschieten.

‘Dit is ook een belangrijke film’, zegt verkoper Zahir, naar het tv-scherm wijzend. Hij pakt de dvd-hoes, met daarop foto’s van oud-president Najibullah, die in de jaren negentig door de Taliban werd opgehangen. De bestverkochte dvd uit de kraam van Zahir is momenteel de komedie Az Salman ta Sultan. ‘Van kapper tot koning betekent dat. Maar meestal doen actiefilms het bij ons beter dan humoristische.

In Afghaanse films moet altijd een beetje gevochten worden, want dat is de realiteit.’

Amir en Hassan. Twee Afghaanse jongens, stammend uit twee Afghaanse bevolkingsgroepen. De een rijk en Pashtu, de ander arm en Hazara. De vliegeraar, het verhaal van hun door verraad verscheurde vriendschap, culminerend in een vliegerwedstrijd in Kabul, is een internationaal succes. Maar in Afghanistan is de in 2003 verschenen en de oorspronkelijk in het Engels geschreven debuutroman van Khaled Hosseini nog altijd niet uitgegeven. En ook de film wordt er niet vertoond. ‘Het land is er nog niet aan toe’, zegt Ahmed Karimi (26), vanuit Afghanistan door de telefoon. ‘Er wordt hier nauwelijks over De vliegeraar gepraat. De taboes uit het verhaal zijn hier ook echt nog taboe. Een Hazara die verkracht wordt door een Pashtu; daar praten de mensen hier niet over en dat laat je zeker niet zien.’ Karimi, zelf een Hazara, vluchtte als kind met zijn ouders naar Nederland, waar hij politicologie studeerde. En nu woont hij sinds een maand weer in Kabul, om in dienst van een Amerikaans bedrijf mee te werken aan de opbouw. ‘Ik vond het tijd worden om wat doen voor mijn vaderland. Het is ook een soort persoonlijke zoektocht. Ik denk een deel van mijn identiteit hier terug te vinden. Indirect speelt De vliegeraar misschien wel een rol, daar zit ook een terugkeer in.’

Toen hij het boek vijf jaar geleden las, reageerde Karimi ‘zeer geëmotioneerd’. Sindsdien doet hij het boek zo vaak mogelijk aan mensen cadeau. De film heeft hij nog niet gezien. ‘Kopieën van Amerikaanse films zijn in Kabul meestal al na een week te krijgen op de dvd-markt. Dus die ga ik binnenkort eens bezoeken, misschien dat ze hem daar hebben.’ Vliegers heeft hij nog niet gezien, boven Kabul.

‘Maar het weer is ook nog wat te koud, te vochtig. Ik zag wel op de Afghaanse televisie een uitzending over een vliegerwinkel in Kabul. Die verkoper zei overigens blij te zijn met de internationale aandacht voor het boek en de film. Hij hoopte extra vliegers te kunnen verkopen.’

Forugh Karimi (36) is de zus van de naar Kabul teruggekeerde Ahmed. Ze woont in Nederland, is arts en psychiater in opleiding en doet onderzoek naar de betekenis van De vliegeraar voor de psychologie van de Afghaan. In maart houdt ze een lezing over haar onderzoek in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, waar momenteel een tentoonstelling over Afghanistan te zien is.

Karimi: ‘De vliegeraar is een spiegel voor de Afghaanse samenleving, maar blijkbaar is die samenleving nog niet aan die spiegel toe. Het boek is overal vertaald, maar nog niet in Afghanistan. En de Afghaanse intellectuelen, ook die in het buitenland, spreken zich nauwelijks uit over het boek en de daarin behandelde taboes.

‘Gelukkig reageert de jongere generatie anders. De Afghaanse jongeren in Nederland zijn veel met het boek en de film bezig.’

Nigina (21): ‘Toen ik hoorde dat de hoofdrolspeler uit Egypte komt, was ik eerst even teleurgesteld. Maar hij spreekt de taal wel goed. Niet zoals in Rambo in Afghanistan. Dat is deel twee of drie of zo, in die film klinkt onze taal zo nep.’

Sahar (23): ‘De vliegeraar gaat over heel veel dingen, bijvoorbeeld over trouw.’

Marwa (22): ‘Over de macho-houding van de Afghaanse man: je moet je aan je woord houden, al hakken ze je kop eraf. Op zich ben ik zelf ook zo. Alles gaat om je groep en om je familie. Als iemand ons nu zou willen doodschieten, ga ik er als eerste voor staan. Als Afghaan moet je dat gewoon doen.’

Haroon (23): ‘De verkrachtingsscène in de film viel me eigenlijk mee. Ik was erop voorbereid door het boek.’

Marwa: ‘Bloeddruppels in de sneeuw, dat was mooi gedaan. Verfijnd, maar ook weer niet te. Ik denk dat ouderen ook best naar de film kunnen. Maar als je het aan mijn oma vraagt dan zegt ze gewoon: in Afghanistan zijn geen homo’s.’

Haroon: ‘Dat de hoofdpersoon zich niet verdedigde tegen die Taliban, vond ik wel moeilijk om te zien.’ Nigina: ‘Dat vond ik juist mooi!’

Sahar: ‘Maar een Afghaanse man zou altijd iets hebben teruggedaan.’

Nigina: ‘Wat ik heel mooi vond, was dat je in Kabul gewoon moderne Afghaanse vrouwen én vrouwen in boerka én hippies zag lopen. Door elkaar!’

Marwa: ‘Nu is Afghanistan vierhonderd jaar teruggebombardeerd in de tijd, maar in de film zie je ook hoe mooi het er ooit was.’

Haroon, bestuurslid van de Afghaanse studentenvereniging Noor, reserveerde zoveel mogelijk kaarten voor een van de voorvertoningen van The Kite Runner. En zo zat hij twee weken geleden met vijftig Afghaanse studenten in de Amsterdamse bioscoop Tuschinski. Tijdens de film werd er gehuild en gelachen, na afloop werd er druk gepraat.

Studente bestuurskunde Marwa: ‘Alleen had ik het nooit aangekund, dus voor mij was het fijn om er met onze groep van Noor heen te gaan. Na afloop vertelde iedereen wel wat over zijn verleden. Dat heb ik echt nog nooit eerder meegemaakt met Afghanen. Bij ons hoor je daar eigenlijk niet over te praten.’

Marwa vluchtte in de jaren negentig met haar vier zussen en oma te voet van Afghanistan naar Pakistan, nadat ze eerst lange tijd in Kabul in een kelder hadden geschuild voor de oorlog. Haar vader was ambassadeur van Afghanistan in Tadzjikistan, maar werd daar ontvoerd en nooit meer teruggevonden. Op aanraden van haar zus las Marwa De vliegeraar.

‘Toen ik het uit had, heb ik mijn zus voor het eerst over mijn nachtmerries verteld en hoorde ik van haar dat zij ze ook heeft.’

De Noor-studenten, die met hun vereniging lezingen organiseren over de actuele situatie in Afghanistan, zijn van plan binnenkort een authentieke vliegerwedstrijd te houden, in Amsterdam.

Bestuurslid Khalid: ‘Afghaanse jongens kwijlen gewoon bij die vliegerscènes in de film. Ik had zelf op mijn 4de al een plastic vliegertje, en toen ik 6 was gebruikte ik al glasdraad, om de andere vliegers door te snijden.’

Student farmacie Kabir heeft al een spoel besteld, vanuit Afghanistan. ‘Dat zijn toch de beste.’

Bij de parfumkraam op de Zwarte Markt in Beverwijk hangt een authentieke Afghaanse vlieger. Sardar Shafai (26), de parfumverkoper, vindt dat de Russen er wel erg slecht van af komen in The Kite Runner. ‘Dat is denk ik omdat de film Amerikaans is. Maar de Russen waren niet alleen maar slecht.’ In zijn vrije tijd is Sardar filmregisseur. Zijn eerste, in Eindhoven opgenomen, speelfilm No Way Back . The ultimate gangster movie is even verderop op de markt te koop in de filmkraam van Zahir. Op de dvdhoes zijn veel Afghaanse mannen te zien, voorzien van tatoeages en wapens. Sardars broer, een bokser, speelt de hoofdrol. Volgens Sardar zijn er al tienduizend exemplaren verkocht van de film, die in eigen beheer is uitgegeven.

Zijn tweede film Run From Death, gesponsord door een limousinebedrijf, komt binnenkort uit. De hoestekst is al af: ‘Als Rasul voor de dood vlucht uit Afghanistan en in Nederland wil blijven wordt hij door de IND voor de keuze gesteld: terugkeren of werken als undercover (om Afghaanse handelaren te ontmantelen). Wanneer Rasul akkoord gaat, is het zijn entree in de keiharde gangsterwereld.’

Op zich, legt regisseur en parfumverkoper Sardar uit, zou hij ook best eens een film willen maken over zijn eigen jeugd in Afghanistan, een beetje zoals De vliegeraar. ‘Maar daarvoor heb je meer geld nodig.’ En Zahir, de filmverkoper, benadrukt nog maar eens dat hij zeker niet alleen actiefilms verkoopt. ‘Kijk, deze is over een meisje met een strenge vader. Hij laat haar alleen uit de Koran leren, maar zij gaat tegen hem in. Ze wil naar school, want ze wil in de politiek om president te worden.’

Hij zwaait met een dvd, waarop een vrouw in blauw gewaad te zien is. ‘Dat is ook een belangrijk verhaal. Net zo goed als De vliegeraar. Voor 10 euro.’