Berekuil

De Berekuil in Utrecht is een van de beroemdste rotondes van Nederland. Er komen vier wegen samen: de Waterlinieweg naar Lunetten, de Biltsestraatweg naar De Bilt en Zeist, de Sartreweg naar Voordorp en Overvecht, en de Biltstraat naar de binnenstad....

De Berekuil is ook al erg oud – in 1944 werd het verkeersplein in gebruik genomen. Uniek eraan is dat fietsverkeer beneden door de kuil gaat, en het autoverkeer er boven omheen draait. Waar de naam vandaan komt, is minder duidelijk. Er zijn mensen die beweren dat er vroeger een beer in de kuil zat, maar waarschijnlijker is toch dat de rotonde vernoemd is naar het Engelse 49ste regiment verkenningstroepen, de Polar Bears, die op 7 mei als de bevrijders van Utrecht over de Biltstraat de stad binnentrokken.

Goed.

Je zou zeggen dat de Berekuil een hectische plaats is, als verkeersknooppunt, maar niets is minder waar. Wie de fietstunnel naar beneden neemt, komt in een oase terecht waar het onkruid welig tussen het hoogopgeschoten gras groeit. Paardebloemen, margrieten, distels, fluitekruid natuurlijk, maar ook rode klaver, gele en paarse smeerwortel, hondsdraf, akkerkool, weegbree, look zonder look en akkerdistel. Ook staan er een paar bomen, en rood-witte ANWB-borden die de weg aangeven naar Zeist en De Bilt, de Uithof en het centrum. De tunnels zijn betegeld met duizenden wit-blauwe tegels met beren, een kunstwerk van de dames Berkman & Janssens. Tot slot zijn er lantarenpalen, en staat er een elektriciteitskast.

Verder niets.

Dat is jammer, maar tegelijkertijd de schoonheid van de Berekuil. Er zijn geen banken en prullenbakken om het verpozen hier te vergemakkelijken. Wie van de kuil – een soort stille, groene navel in het stadsgeweld – wil genieten, moet er vaak doorheen fietsen, of de fiets parkeren en in het gras gaan liggen. Op de rug is ideaal, en helemaal perfect is het als dan hoog in de lucht een buizerd zweeft.

Helaas niet.

Een aantal jaren geleden is ook een busbaan door de Berekuil aagelegd; die ligt nog lager dan het fietsersgedeelte. Af en toe glijdt er een bus doorheen die naar de Uithof gaat. Ik word getroffen door een exemplaar dat reclame draagt van Barbara Uitvaartverzorging. Het gezicht van een oude, maar blije dame tooit de uiting. Ik denk aan de begraafplaats Sint Barbara, hier vlakbij. Er staat een grote bloemenstal tegenover de ingang, en ernaast is een bushalte met reclame voor Psychologie Magazine: ‘De Ontdekking van Jezelf.’

Mezelf ontdek ik hier, in de Berekuil.

Schaarsgeklede meisjes rijden voorbij, oudere heren op keurige Gazelles, een enkele bromfiets, studenten in druk overleg, een wandelende moeder met een kind. Boven ons draaien vrachtwagens rondjes over de rotonde. Het leven is goed. De Heilige Barbara (zij leefde in 200) werd door haar vader in een toren opgesloten omdat er zo veel mannen achter haar aan zaten. In haar isolement bekeerde ze zich tot het christendom, en vader hakte haar hoofd af – waarna hij door de bliksem werd getroffen.

Sindsdien geldt Barbara als beschermster tegen brand, bliksem en een plotselinge dood. Maar zij is ook de schutspatroon van artilleristen, infanteristen, ingenieurs, mijnwerkers, brandweermannen, architecten, dakdekkers, koks, hoedenmakers, slagers, meisjes en stervenden. Ja, een druk leven had Barbara na haar dood. Daarna denk ik, een grasspriet in de mond, aan de andere Barbara – de Franse zangeres. Als haar Aigle Noir nou even hoog boven me kwam hangen, zou de dag er eentje zijn om in te lijsten. Maar geen adelaar, zelfs geen buizerd. Alleen maar klein geluk in de Berekuil.