Beleggen met wind in de rug

Beleggen in windmolens groeit stormachtig. De varianten zijn divers, maar één ding hebben ze gemeen: ze beloven allemaal een veilig en hoog rendement.

Als het aan de verkopers van windbeleggingen ligt, turen beleggers in de toekomst niet meer naar de AEX maar naar het weerbericht. Zo heeft de Windcentrale, de verkoper van zogeheten Winddelen, een app waarop te zien is hoe hard het waait.

De combinatie 'goed voor het milieu' en 'een stevig rendement' werkt als een magneet op particuliere beleggers. Eneco verkocht vorige maand moeiteloos alle vijfduizend obligaties van 500 euro voor drie windmolens bij Houten. De inschrijving was overtekend.

De Windcentrale was de zevenduizend Winddelen van 200 euro per stuk voor een molen in Culemborg op één zondagavond kwijt. Ook hier meer vraag dan aanbod. De Vereniging Eigen Huis (VEH) beveelt de aanschaf van Winddelen aan en verkocht deze week grif vierduizend stuks.

Meewind, de derde en grootste verkoper van windbeleggingen, zag de afgelopen weken het ingelegde bedrag met 6 procent stijgen naar ruim 40 miljoen euro. 'Dat was het resultaat van een geslaagde actie', zegt Willem Smelik van Meewind. 'Beleggers die inschreven, krijgen een schaalmodel van de windmolens waarin ze beleggen cadeau.'

Windmolens zijn net geldpersen: de beloofde rendementen zijn vorstelijk.

Meewind, dat onder meer Natuur & Milieu, Greenchoice en provincie Noord-Holland als partners heeft, zegt dat beleggers, na kosten van 1,7 procent, 7 tot 10 procent rendement per jaar mogen verwachten. De Windcentrale stelt ruim 8 procent in het vooruitzicht bij een stroomprijsstijging van 3 procent per jaar. Hoge verwachte rendementen gekoppeld aan hippe beleggingsobjecten - denk aan teakhout eind jaren negentig - wekken achterdocht. Is dit niet te mooi om waar te zijn?

De vraag laat zich lastig beantwoorden. De producten zijn onvergelijkbaar en er is nog weinig ervaring opgedaan met beleggen in windparken. De VEH heeft de Winddelen doorgelicht en is zelf verkoper geworden. De Consumentenbond heeft geen onderzoek gedaan naar windbeleggingen.

Volgens de windverkopers zijn de risico's overzichtelijk. Er zijn verzekeringen tegen allerlei technische mankementen. Alleen aardbevingen en terroristische aanvallen zijn uitgesloten. En het risico dat het minder gaat waaien dan verwacht? 'Over een periode van twintig jaar is die kans erg klein', aldus Smelik van Meewind.

Harm Reitsma, een van de oprichters van de Windcentrale, vindt dat je Winddelen niet als puur financieel product moet bekijken. 'Het zijn stukjes van een windmolen waarmee je twaalf jaar je eigen groene stroom opwekt. Omdat mensen willen weten of het een goede besteding is, geven we rendementscijfers.' Bij een stijging van de kale stroomprijs met 3 procent per jaar is het rendement 8,7 procent gedurende twaalf jaar. Als de stroomprijs gelijk blijft, houdt de bezitter 3,7 procent per jaar over.

Er zijn drie grote verschillen met traditionele financiële producten, stelt Reitsma. 'Ten eerste mogen particulieren niet meer dan 85 procent van hun stroomverbruik via Winddelen opwekken.' In de praktijk kopen klanten gemiddeld vier Winddelen van 200 euro per stuk. Reitsma: 'Het is dus nooit een groot financieel risico.'

Een tweede verschil is dat het rendement niet in geld wordt uitgekeerd, maar in een verlaging van je energienota. Per jaar betaal je ongeveer 20 euro minder aan stroom per Winddeel. Dit bedrag is het resultaat van de volgende som: 500 maal de stroomprijs van 8,5 cent, minus de onderhoudskosten van ruim 20 euro. Voorwaarde is wel dat je klant bent en blijft van Greenchoice.

Een derde verschil met sparen is dat je aan het eind van de looptijd niets op je bankrekening hebt staan. De winddeler ontvangt zijn inleg gedurende de looptijd van twaalf jaar terug in de vorm van lagere stroomkosten. De AFM houdt geen toezicht op de Windcentrale omdat per project minder dan 2,5 miljoen euro wordt opgehaald. Onder die grens is een prospectus niet verplicht.

De fondsen van Meewind vallen wel onder AFM-toezicht omdat ze meer dan 2,5 miljoen euro aantrekken. Het grootste fonds van Meewind is Zeewind 1, dat een aandelenbelang heeft van bijna 12 procent in een Belgisch windmolenpark in de Noordzee. Volgens de verplichte risicometer bij beleggingen is het risico van deze belegging gering. De AFM zegt niets zegt over deze specifieke belegging, maar controleert wel regelmatig de wijze waarop aanbieders het risico berekenen.

Smelik stelt dat het lage risico vooral te danken is aan de afspraak met de Belgische beheerder van het stroomnet die de opgewekte stroom tegen een gegarandeerd bedrag afneemt. Achter de netwerkbeheerder staat weer de Belgische overheid.

'De grootste risico's loop je tijdens de bouw van een park op zee', zegt Smelik. 'De bouw kan uitlopen omdat het te hard waait en hoge golven de werkzaamheden vertragen en duurder maken. Als het park eenmaal draait, kan er niet meer zoveel misgaan. Dan moet het juist flink gaan waaien.'

procent is volgens Meewind het miniumrendement van zijn aandelen.