Barokspeler met 'guts' geeft Nederlandse Haydn profiel

Simon Murphy is een barokspeler met guts, een term die op meer van toepassing is dan alleen op de darmsnaren van zijn altviool....

Het valt te hopen dat iets daarvan hem uit handen wordt genomen, zodat de rasmusicus Murphy (29) zich kan toeleggen op datgene waar hij sinds zijn studies in Sydney en Den Haag het best in is: het boetseren van een orkest, en het reanimeren van vergeten muziek. Murphy is uit hetzelfde hout gesneden als Marc Minkowski en Jed Wentz, energieke ensembleleiders wier muziekinstincten gepaard gaan met de gedrevenheid van de geboren missionaris.

In het Amsterdamse Felix Meritis is de oude concertzaal, ooit de werkvloer van de componist en orkestleider Joseph Schmitt (1734-1791), deze week het podium van een festival waarin Murphy en zijn Academy zich concentreren op Joseph Schmitt en tijdgenoten. Schmitt was een priester uit het Duitse Rheingau, die als leraar en muziekuitgever neerstreek in Amsterdam. De musicoloog Dunning heeft veertig jaar geleden nog eens een boek gewijd aan de vergeten Schmitt, waarna het gewoon weer stil bleef.

Het feit dat ruim een dozijn Schmitt-stukken ooit zijn toegeschreven aan Haydn, heeft Murphy bewogen tot 'gala's' met Schmitt-symfonieën onder het motto de Nederlandse Haydn. Ze blijken, inderdaad, de pit en de charme te hebben van de vroege Haydn, wat niet hetzelfde is als Haydn-kwaliteit. Haydns experimenteerdrift en orkestratiekunsten ontbreken, en in de langzame delen zit minder diepte. Maar Murphy blijkt goed te weten hoe hij de gein en de inventiviteit van een kleinere meester kan profileren. Met zijn hang naar overrompeling en dynamische schakering zet hij Joseph Schmitt zaliger, navolger van de Mannheimer school, levend voor je neer, con spirito en presto energico.

Dat is ook zijn succesrecept bij het strijkersvuurwerk van echte Mannheimers als Stamitz, zoals te horen is op de cd die Murphy in Felix Meritis ten doop hield. Dat Murphy's missiewerkersgave het soms wint van zijn beoordelingstalent, bleek uit de keuzes van divertimento-werk van Dittersdorf en Hoffmeister, adagio uitgevoerd door ensembleleden en Murphy zelf. Gaaf altvioolspel, maar gewijd aan oud-Weense kniewatermuziek, niet vooruit te branden.

Murphy en zijn New Dutch Academy sluiten komende zomer het Festival Oude Muziek Utrecht af met een Corelli-festijn. Als Murphy zijn energie weet aan te wenden om zijn violisten ook tot wat meer precisie te bewegen, ligt daar een grote kans voor het grijpen.