ANNETTE HEFFELS

PSYCHOTHERAPEUTE ANNETTE HEFFELS HEEFT NIETS TEGEN FACELIFTEN, VINDT DAT THERAPEUTEN VEEL TE SNEL WORDEN GERAADPLEEGD EN DAT DE SEKSUELE REVOLUTIE NIET HAD MOETEN PLAATSVINDEN....

'Vrouwen zeuren niet alleen, ze klagen ook. Burn-out, RSI... Natuurlijk zijn jonge moeders die 's nachts een paar keer hun bed uit moeten vaak moe. Maar op het moment dat daar een term als burn-out wordt opgeplakt, met een nette connotatie – het raakt juist mensen, die het allemaal heel goed willen doen, dus is het een keurige ziekte waar niemand zich voor hoeft te schamen – héb je het ook sneller. En de maatschappij blijft maar vol begrip op al die klachten reageren. Ik denk dat vrouwen weleens wat flinker mogen worden. En dat het met dat begrip best minder kan.'

Zuid-Limburg, even voorbij Maastricht. Een kluitje huizen, dan straten die Kasteelstraat of Kloosterstraat heten en vervolgens het witte kasteel Rijckholt. Hier resideren psychotherapeute Annette Heffels en haar echtgenoot Han van der Meer. Zes jaar geleden namen ze het kasteel over van een nicht die het ooit als bouwvallige jeugdherberg had gekocht. Het koetshuis van het kasteel is restaurant, tevens te huur voor een `romantisch huwelijksfeest' of `strak georganiseerde conferentie'; in de andere vertrekken wonen Annette Heffels en haar man, en houden ze ook kantoor. Han van der Meer Produkties geeft mediatrainingen, organiseert manifestaties en maakt bedrijfsfilms en documentaires.

Heffels heeft een praktijk voor directieve psychotherapie, waarin nog drie andere therapeuten werken. Verder schrijft ze een column en een vragenrubriek in vrouwenblad Margriet, waarvoor ze incidenteel ook interviews doet. Ze geeft lezingen en cursussen, werkt geregeld mee aan televisieprogramma's en schrijft boeken, onder meer over relatieproblemen. In november komt van haar een boek uit over kinderen. `Mijn zoontje werd 10 en ik realiseerde me dat ik al die jaren dingen over hem geschreven had. Toen ben ik eens gaan kijken in hoeverre dat een representatief beeld gaf van de ontwikkeling van een kind.'

Ze heeft nog twee dochters van 20 en 22. Alle drie haar kinderen zijn geadopteerd. `De twee meisjes komen uit Colombia, hen heb ik met mijn vorige man geadopteerd toen ze vijf dagen waren. Mijn zoontje heb ik samen met Han geadopteerd. Hij komt uit Peru. Han had geen kinderen toen ik hem leerde kennen, gelukkig maar, het was zo al ingewikkeld genoeg: mijn dochters waren 8 en 10 jaar toen ik met Han trouwde, dus die heeft hun hele puberteit meegekregen.'

Haar huidige echtgenoot leerde Annette Heffels vijftien jaar geleden kennen tijdens het programma De Ver van mijn Bedshow, dat Van der Meer voor de KRO presenteerde. Daar vertelde ze over haar reis naar Zuid- Afrika, waar ze in een township bij Kaapstad gesprekken had gevoerd met jonge slachtoffers van het apartheidsregime.

`Han en ik kregen niet meteen een "echte" relatie, we hebben eerst nog een ander programma gemaakt: In therapie, een programma over psychotherapie. In de loop van dat programma – ik was inmiddels gescheiden – hebben we elkaar beter leren kennen. Heel keurig, ja; en we zijn ook heel keurig en rustig uit elkaar gegaan. Als ik Han nooit had ontmoet, zou ik overigens ook gescheiden zijn. Mijn ex-man en ik waren beiden tot de conclusie gekomen dat we elkaar wel aardig vonden, maar niet bij elkaar pasten. Ik denk dat we elkaar hebben ontmoet in een periode van ons leven waarin we allebei veel behoefte hadden aan rust. De keuze voor elkaar was vooral een verstandige; de passie ontbrak een beetje.'

De vraag naar relatietherapie groeit nog steeds, zegt Heffels; de meesten van haar cliënten zijn echtparen. `Ik denk dat niet zozeer sprake is van meer huwelijksleed dan vroeger, eerder is de gevoeligheid ervoor groter geworden. De intolerantie voor ongelukkig zijn is enorm toegenomen, mensen hebben veel sneller dan vroeger het gevoel dat ze iets moeten doen, een oplossing moeten zoeken. Soms te snel, vind ik. Het woord scheiding hoeft maar te vallen of er komt wel een vriendin of familielid met het voorstel "eens met een deskundige te gaan praten". Het wordt echt een beetje te dol, zo langzamerhand. Heel veel problemen horen gewoon bij het leven.

`Mensen denken dat voor alles een oplossing is, en dat niemand tegenwoordig meer ongelukkig hoeft te zijn. Dat is natuurlijk onzin. Als je een ongelukkige relatie hebt maar je komt na twee gesprekken tot de conclusie dat je toch niet bij je partner weg wilt, bijvoorbeeld omdat het leven alleen je ook vreselijk lijkt of omdat je er dan financieel te veel op achteruit gaat, dan ben je er dus uit. Dan leef je door met een relatie die niet optimaal is; maar daar hoef je niet voor in therapie.'

De belangrijkste klacht waarmee Heffels te maken krijgt, is dat mensen niet meer met elkaar kunnen praten. `Het gevoel van: het contact verdwijnt, de intimiteit neemt af, net als de zin om met elkaar te vrijen.' Sleur, kortom.

`Vroeger werd sleur getolereerd, dat hoorde erbij. En je had elkaar ook meer nodig.' Het simpele feit dat het economisch voor veel mensen mogelijk is om te scheiden, speelt ook een rol. Je hebt tóch wel een soort van basisinkomen, de maatschappelijke veroordeling is minder sterk, de nadelen zijn teruggedrongen. Daarmee is niet per se gezegd dat mensen tegenwoordig te snel uit elkaar gaan – bijna altijd is een scheiding toch een groot persoonlijk drama – maar ik denk wel dat mensen soms heel overspannen verwachtingen van een relatie hebben. Vaak komen ze in een volgende relatie dezelfde problemen opnieuw tegen.

'Of je wel of niet bij elkaar past, is niet eens zo relevant: de meest uiteenlopende karakters kunnen uitstekend met elkaar leven, juist doordat ze dat verschil heel leuk en spannend vinden. Dat de een wel gaat scheiden en de ander niet, heeft vaker te maken met het vermogen om met de wisselingen in een relatie om te gaan en je daaraan aan te passen. Het is vaak het verhaal dat je ervan maakt. Hoe meer je benadrukt wat je in die ander mist en wat je allemaal graag anders zou hebben, hoe eerder je geneigd zult zijn om dat wat je mist, bij iemand anders te zoeken. Als je besluit uit elkaar te gaan komt dat voort uit een combinatie van dingen die je niet bevallen in je relatie en een soort lokkend perspectief, de voorstelling die je hebt van hoe het zou zijn zonder die partner.'

Toen ze zelf scheidde van haar eerste man was Heffels 40, de leeftijd waarop veel vrouwen een vorm van midlifecrisis doormaken. `Het gevoel van; is dit het nou? Vrouwen realiseren zich op die leeftijd dat ze moeten ophouden te denken dat het later leuker wordt, want later is nu. Je bent niet meer veelbelovend en aanstormend. Tegelijkertijd voel je dat je heel veel kunt; het is een leeftijd waarop je een aantal dingen voor elkaar hebt gekregen, waarop je weet wat je sterke kanten zijn.'

Inmiddels is ze 53. `Ik heb de belangrijkste rimpeltjes onlangs laten wegspuiten toen ik een artikel schreef over melkzuurinjecties. In de kliniek van Vanessa, inderdaad: een heel chique kliniek, beetje jetsetterig. Uiterlijk vind ik belangrijk, dus toen die gelegenheid zich voordeed dacht ik: ja! Nadat ik me goed had geïnformeerd, uiteraard. Het is een afbreekbare stof, het lijkt geen kwaad te kunnen, en pijnlijk was het ook niet.

`Rimpels horen erbij? Hou op zeg. Rimpels krijg je van te veel in de zon zitten. Het is dat ik te schijterig ben voor een facelift en dat het zo duur is, maar anders zou ik het doen. Ja, dat zal best betekenen dat ik een deel van mijn gevoel voor eigenwaarde aan mijn uiterlijk ontleen. Maar ik vind uiterlijk belangrijk. En ik heb ook heel bewust die verandering ervaren van veel naar beduidend minder aandacht krijgen door je uiterlijk.

Zo rond mijn 45ste was er een duidelijke shift. Het gaat om uitstraling, hoor je dan te zeggen, en dat zal ook wel; maar mensen reageren toch primair op het plaatje. Als iemand mij vroeger zei dat mensen vooral waardeerden wat ik vertelde omdat ik er aardig uitzag, werd ik woest. En het ging natuurlijk ook om de inhoud. Maar je merkt in elk contact dat mensen anders reageren op iemand die er jong en aantrekkelijk uitziet dan op iemand die ouder is. Neem Máxima, dat die politici stuk voor stuk voor de bijl gingen heeft alles met haar uiterlijk te maken. Mannen worden veel minder op hun schoonheid beoordeeld. Ik lijd daar niet verschrikkelijk onder – maar wel een beetje. Ik stoor me aan mensen die ontkennen dat uiterlijk een rol speelt. Je kunt zo een hele boekenkast neerzetten waaruit blijkt dat mooie mensen slimmer, aardiger, liever en succesvoller worden gevonden dan lelijke. Dat is gewoon een realiteit. En daartegen moet je vechten, natuurlijk, maar – nou ja, ik kom er eigenlijk niet uit. Ik vind het belachelijk eraan mee te doen, maar doe het toch. Ik kan me niet in mijn eentje verzetten.'

NRC Handelsblad opende een paar weken geleden met het opzienbarende nieuws dat meisjes tegenwoordig dik mogen zijn van zichzelf. Heffels: 'Ik geloof er niks van. Die mededeling duikt eens in de zoveel tijd op, en ik zou het prachtig vinden als het waar was, maar ik zie er in mijn omgeving niets van. Het aantal vrouwen dat bijvoorbeeld aan eetstoornissen lijdt, neemt helemaal niet af. Het is een gegeven dat het gemiddelde gewicht omhoog gaat, dus moeten er wel meer dikke vrouwen zijn; maar het aantal vrouwen dat daarmee worstelt, stijgt navenant.'

Annette Heffels groeide op in Born, een dorpje bij Sittard, als oudste dochter in een gezin van drie meisjes en een jongen. `Mijn vader, zelf onderwijzer, vond het belangrijk dat we alle vier een vak zouden leren, erg ongebruikelijk in die omgeving; ik was het eerste meisje uit het dorp dat naar het gymnasium ging. Terwijl hij verder heel traditioneel was, behoudend. Hij had moeite met het loslaten van het katholicisme door zijn kinderen, met relaties voor het huwelijk. De adoptie van mijn kinderen heeft hij niet meer meegemaakt, dat heb ik erg betreurd. `Die adoptie kwam vooral voort uit een egoïstische wens: ik wilde heel graag kinderen, en ze kwamen niet vanzelf. We zijn de hele medische molen doorgegaan – dat was vreselijk. Als je daar eenmaal inzit, is het heel moeilijk om te stoppen. Ook toen we al kinderen hadden geadopteerd, ben ik ermee doorgegaan. Eén keer ben ik spontaan zwanger geraakt, toen ik al met Han was. Maar dat ging na een paar maanden mis. Verschrikkelijk vond ik dat.

`Wat ik me vooral uit die periode herinner, is een ontzettende woede op je lijf, een lijf dat het niet doet. En dan kun je heel rationeel aan jezelf uitleggen dat je een leuk leven leidt, maar er blijft een primitieve boosheid over het feit dat jij niet in staat bent tot iets wat iedereen om je heen zomaar kan en doet. Je voelt je gedegradeerd, minderwaardig. Mensen die in mijn praktijk kwamen en een abortus wilden: dat kon ik echt niet hanteren. Het blijft een zwakke plek. Die abortusboot... ik kan dat soort verhalen niet onaangedaan lezen. Los van de ergernis die het oproept over de Nederlandse arrogantie.'

Ze studeerde psychologie in de jaren zestig. De overgang van de nonnenschool naar het studentenleven was enorm, zegt ze. `Ineens mocht alles, kon alles. Ik denk wel dat ik in die tijd een beetje ben doorgeslagen. Overigens vind ik die hele jaren zestig enorm geïdealiseerd. Het zouden de jaren van de ultieme vrijheid zijn geweest, maar ik denk dat het voor meisjes helemáál niet zo vrij was. We worstelden met onze opvoeding, deden of alles kon maar wilden intussen stiekem gewoon een lief, vast vriendje. De vrijheid werd je opgedrongen.

'Als ik al die tobbende echtparen nu hoor, denk ik weleens: wat zou het een zegen zijn geweest als de seksuele revolutie nooit had plaatsgevonden, dan hadden vrouwen gewoon stiekem van seks kunnen genieten. Al die vrouwen die zich nu schuldig voelen omdat ze geen zin hebben, of te moe zijn; en al die mannen die zich vervelend voelen omdat ze hun vrouwen niet kunnen opstuwen tot grote hoogten. Als die seksuele revolutie er niet was geweest, hadden mannen niet het idee gehad dat vrouwen het leuk moesten vinden, en hadden die vrouwen zo af en toe gedacht: ik heb wel geen zin, maar ik doe het maar, voor hem.

'Waarom zou je dat verschil tussen vrouwen en mannen niet onderkennen? Ik spreek stellen die het idee hebben dat het verschrikkelijk is met elkaar te vrijen als een van de twee geen zin heeft. Dat hoort niet. Kom op, denk ik dan: je kookt ook weleens spinazie terwijl je daar geen trek in hebt. Je moet van seks niet zo'n punt maken, eigenlijk.'

'Mensen maken van veel te veel dingen een probleem, vooral vrouwen. Die kunnen behoorlijk zeuren. Ik verbaas me bijvoorbeeld over werkende vrouwen die klagen dat ze zo zwaar belast zijn en dat hun man in huis te weinig uit zichzelf doet. Dan denk ik: ja hallo, eerst ga je zeuren over hoe zwaar en hoeveel en hoe druk dat huishoudelijke werk wel is, vervolgens klaag je dat mannen het niet willen overnemen. Dat is natuurlijk een verkooptechniek van niks.'

`Vrouwen kunnen zo enorm verongelijkt doen. Het zal deels komen omdat ze moeilijk grenzen kunnen trekken; maar ik denk dat het ook te maken heeft met de tolerantie om jezelf allerlei klachten toe te staan. Ik wort daar ongeduldig van. Soms roep ik zelf ook dat ik er nú recht op heb overspannen te raken – maar ik krijg het niet voor elkaar. Nee, er zijn nog nooit cliënten kwaad opgestapt. Ook niet als ik het over zeuren heb; dat woord gebruik ik heel vaak.'

'Ik kan er zelf ook wat van, hoor. Het huis opruimen en vervolgens alsmaar klagen dat ik de enige ben die iets doet. Zeuren is een echte vrouwentrek. Vrouwen gebruiken het voor hun omweg, die hanteren een soort guerillatactiek: ze zeggen iets, en dan moet de ander raden wat ze bedoelen. Ik probeer dat heel pragmatisch om te zetten in: wat wil je dan wel? Daar hoeft niemand boos om te werden. Jawel, ik vind mezelf wel degelijk feministisch. Maar niet in de zin van `vrouwen zijn het slachtoffer', liever: kom op vrouwen, een beetje stoerder graag.'