Aanraken doet meer dan duizend woorden

De beroepsgroep van psychologen rekent sinds kort ook de lichaamsgerichte therapeuten tot de gelederen. Al is niet voor iedereen duidelijk hoe de interactie tussen lichaam en geest precies werkt....

Eigenlijk is het de schuld van Descartes. 'Ik denk, dus ik ben', schreef de wijsgeer in 1641 en daarmee raakte de rede, het woord, de analyse, steeds meer verheven boven het gevoel, de emotie. Nu zitten we ermee. 'We zijn vergeten om naar ons gevoel, de taal van ons lichaam, te luisteren. Dat moeten we weer leren', zegt drs. Lonneke Albers. De psychologe is voorzitter van de sectie voor lichaamsgericht werkende psychologen van het NIP, de beroepsgroep van psychologen.Albers is een tevreden mens. Deze zomer erkende het hoofdbestuur van het NIP de lichaamsgericht werkenden als een afzonderlijke beroepsgroep. Trots kon de voorzitter van de sectie zich vorige week vrijdag presenteren op het lustrumcongres van het 65-jarige Nederlands Instituut van Psychologen. Nu nog goede eisen formuleren voor opleiding en werkzaamheden van de therapeuten en een officieel erkende nieuwe richting is een feit.Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw richten steeds meer therapeuten zich op methoden die de rede, de cognitie, zoveel mogelijk links laten liggen: rebirthing, chakra-healing, psychodrama, bio-energetica, sexual grounding. En de mensen vráten het. Een veronachtzaamde kant van hen werd aangesproken, een kant waarmee ze niet terecht konden bij psycho-analyticus, Rogeriaans of cognitief gedragstherapeut. Maar de conventionele psychotherapeuten moesten er niets van hebben. Onbewezen kwakzalverij en zelfs gevaarlijk, vonden ze.Over en weer werd met modder gegooid. De sterkste troef van de aanhangers van Descartes en Freud was het ontbreken van het bewijs dat al die alternatieve therapievormen ook effect hebben. Maar hun aanval kwam als een boemerang terug, want ook de meest gebruikelijke therapievormen bleken zelden de toets der wetenschappelijke kritiek te kunnen doorstaan.Als een razende hebben de conventionele therapeuten wetenschappelijke studies opgezet. Daar was alle reden toe, want de alternatieve therapie vormde voor hen slechts een kleine bedreiging, vergeleken met de snelle opkomst van de 'pillen voor de geest' - zoals het antidepressivum Prozac - en de zorgverzekeraars die steeds terughoudender werden met het vergoeden van (langdurige) psychotherapie.De 'alternatieven' liggen nu ernstig achter. 'Naar lichaamsgerichte therapie is in Nederland nog maar weinig onderzoek gedaan', zegt dr. Iman Baardman, oud-docent en psychotherapeut aan de VU Amsterdam. 'Het is goed als lichaamsgerichte therapeuten zich openstellen voor wetenschappelijk onderzoek. Misschien is niet alles te onderzoeken via het dubbel-blinde experiment, maar ze moeten toch waarde hechten aan de evidence based benadering in de gezondheidszorg.'Gevalsbeschrijvingen zijn er genoeg. Mensen die 'vast' zaten, wiens 'energiebanen' geblokkeerd waren of die volkomen 'leeg' waren en wonderbaarlijk genazen na een aantal sessies van een lichaamsgerichte therapeut. Gerrit-Jan van Ee bijvoorbeeld. De 40-jarige makelaar was opgebrand na een leven vol 'stress en rationaliteit'. Vier maanden zat hij thuis en toen hij therapeutisch ging sporten, werd het alleen maar erger.Van Ee kwam terecht bij het Integraal Gezondheidscentrum Berg en Bosch van drs. Petra Lambert in Bilthoven. Daar werd de weerstand in zijn energiebanen gemeten met elektro-acupunctuur. 'Ze waren van boven naar beneden verstopt. Ik stond ook totaal verkeerd, in de agressieve ''tijger-houding'', met schouders en nek naar voren.' Zijn therapeute liet Van Ee voelen hoe hij stond en wat dat met hem deed, zette hem in een rustiger pose, leerde hem vanuit de buik adem te halen, masseerde stresspunten in nek en schouders en leerde hem ontspanningsoefeningen.'Tijdens de gesprekken die we voerden, gaf ik mijn werk de schuld. Is dat wel zo, vroeg Petra dan. Je gaat nadenken en dan komt er van alles boven. Uit mijn jeugd, dat ik me niet open stel, geen emoties voel. Daar praten we over als ik dat wil. Door de behandeling staan mijn energiebanen nu open, ik let op mijn houding en doe energetische meditatie die je in de auto of achter het bureau kunt doen.'Hij is nu voor 80 procent een ander mens. Wel moest Van Ee leren ervoor open te staan, aanraken was hij niet gewend. 'Het verbaasde me eigenlijk dat ik het ben gaan doen. Nog steeds denk ik bij een aantal dingen die ze doet: het zal wel. Maar het helpt. Je lichaam slaat alles op, is net een vuilcontainer die je af en toe moet legen.' Nu kan hij weer veel aan, maakt soms weer dagen van veertien uur. 'Er is echt iets met mij gebeurd. Mensen die me kennen zeggen: wat ben jij vriendelijker, rustiger geworden.'Het lichaam is immers de spiegel van de ziel. Het dagelijks taalgebruik zit vol met verwijzingen naar de band tussen lichaam en geest: het hart op de tong dragen, de rug recht houden, lange tenen hebben, het hoofd in de schoot leggen. Psychologen weten allang dat non-verbale communicatie en lichaamstaal veel sneller worden opgepikt dan het gesproken woord. Een aanraking zegt vaak meer dan duizend woorden.Daarom is het niet zo gek het lichaam in te zetten om te zien wat de psyche mankeert, of andersom, om de geest te helpen uit ingesleten patronen te komen, zegt Albers. Ook al is niet voor iedereen duidelijk hoe die interactie tussen lichaam en geest precies werkt. De een heeft het over energiebanen, de ander over ademhaling, een derde over verbinding zoeken met de aarde. 'Het zou helpen als er één te bewijzen concept over het werkingsmechanisme is', zegt Baardman. 'Termen als 'energie' en 'energiebaan' voldoen daar niet aan.'Albers en Lambert, ook vice-voorzitter van de lichaamsgerichte NIP-sectie, stimuleren de aangesloten psychologen ook om wetenschappelijk onderzoek te doen. 'Maar sceptici hebben ons tot nu toe de mogelijkheid onthouden ons te ontwikkelen', vinden ze. Vooral het aanraken van patiënten stuit bij conventionele psychologen op verzet, denkt Lambert. 'Maar wat is het probleem? Allerlei artsen raken ook mensen aan, fysiotherapeuten doen het. Bovendien kun je lichaamsgericht werken zonder of met minimaal aanraken, zoals wanneer het lijf wordt gebruikt als signaalfunctie voor psychische klachten.'De conventionele psychologen zien ook wel dat de grenzen vervagen. Artsen onderwijzen ontspanningsoefeningen en fysiotherapeuten letten steeds meer op wat in het lichaam gebeurt. Maar grenzen moeten niet zo vaag worden dat psychologen aan het masseren slaan, meent bijvoorbeeld dr. Gerben Sinnema, medisch psycholoog bij het Wilhelmina Kinderziekenhuis Utrecht. 'Als je over een grens gaat, dan moet je wel vaardigheden in dat gebied hebben. Met aanraken krijg je iemand in een kwartier aan het huilen over z'n moeder, maar hoe haal je hem er weer uit? Een goede therapie brengt de knelpunten gedoceerd boven tafel. Ze moeten hanteerbaar blijven, de cliënt moet wel na een uur weer naar huis.'Sinnema erkent dat therapeuten erg rationeel zijn geweest, terwijl het menselijke hormoonstelsel en de bijbehorende emoties nog net zo zijn als twintigduizend jaar geleden. 'Daar mogen we wel meer rekening mee houden, maar of dat nou met aanraking moet. Je kunt toch ook zéggen wat je aan iemands houding ziet? Een sectie voor lichaamsgericht werk bij het NIP is in elk geval wel een stap naar kwaliteitscontrole, om de grote hoeveelheid kaf van het koren te scheiden.'