1465481
Correspondente Natalie Righton aan het werk in Afghanistan © Ton Koene

Natalie Righton, terug uit Kabul: 'Twee keer sneller leven dan in Nederland'

Drie jaar lang berichtte correspondente Natalie Righton uit Afghanistan. Nu gaat ze weg, met pijn in het hart, maar ook met opluchting. Ze laat haar Afghaanse vrienden achter, maar er is ook veel dat ze niet zal missen.

 
Ik voel me ongelofelijk opgelucht dat ik niet meer met grote regelmaat lijken ga zien of erover moet schrijven.

Met een mengeling van opluchting en weemoed neem ik na drie jaar afscheid als Afghanistan-correspondent. Ik pak mijn koffers in en verlaat de regio die anderen Jihadistan noemen, maar die voor mij langzaamaan thuis is geworden. Ik woonde in een normaal huis in de hoofdstad Kabul. Zonder bescherming van het leger. Ik deed voor de Volkskrant verslag van de oorlog tegen het terrorisme. Het was een avontuurlijk droombaan voor mij.

Ik had nooit verwacht dat ik ruim duizend dagen zou blijven. Ik had nooit verwacht dat ik hier vrienden zou maken en echt gelukkig zou zijn. Ik had nooit verwacht dat de gruwelijke dingen die ik heb gezien zo erg konden zijn.

Leven in de oorlog, waarom doe je dat? Het is een van de meeste gestelde vragen die ik kreeg als ik op verjaardagen in Nederland vertelde over mijn werk. Ik wilde als journalist getuige zijn van de oorlog tegen het terrorisme, omdat die ons leven zo heeft veranderd.

De angst voor terreuraanslagen en de islam nam na 11 september 2001 zulke grote proporties aan dat een nieuwe oorlog werd gerechtvaardigd. Een oorlog die al tienduizenden levens heeft gekost. Maar wordt de wereld er veiliger van? Wordt Nederland er veiliger van?

Daarnaast trok het avontuur, laat ik eerlijk zijn. Nooit met natte haren in de ochtendfile, nooit vervelende kantoorvergaderingen, geen 9 tot 5-baan. In plaats daarvan ontmoette ik op maandagmorgen krijgsheren bij wie ik in de pick-uptruck stapte om door de woestijn naar hun gebied te reizen, raketwerpers en machinegeweren over hun schouders.

Soms maakte ik zoveel mee op één ochtend dat ik er niet tegenop kon schrijven. Zo had ik vorige week zondag rond het middaguur al een Talibanstrijder geïnterviewd, een gruwelijke ontdekking gedaan over meisjesmoorden in de stad Kunduz en dames in de gevangenis opgezocht. Eventjes verlangde ik naar een Nederlandse zondagochtend, met een vers croissantje en een Volkskrant op schoot. Maar direct daarna dacht ik: ik houd juist van dit afwijkende leven. 'Het voelt alsof ik mijn leven twee keer sneller leef dan in Nederland', zei ik onlangs tegen een vriendin in Kabul. Dat ga ik heel erg missen.

En toch is er opluchting dat ik vertrek. Omdat er in de ochtend dat ik dit stuk schrijf al drie bommen in Afghanistan zijn afgegaan. Een is zo groot dat de ramen trillen in het huis van vrienden iets verderop. Een landmijn doodt tien kleine meisjes die hout sprokkelen in het oosten van het land. Ik denk niet: 'Wat erg'. Ik denk: 'Alweer?'

Ik voel me ongelofelijk opgelucht dat ik niet meer met grote regelmaat lijken ga zien of erover moet schrijven.

Wat ik ook niet ga missen: vrezen voor je eigen leven. Dat gebeurt Afghanen helaas nog vaker dan mij. Mijn ergste keer was in Kandahar, toen ik daar door een speling van het lot midden in de nacht in mijn eentje op het burgervliegveld landde. Als enige vrouw tussen honderden mannen met tulbanden in een Talibanbolwerk. Ik kwam er ongeschonden uit, met hulp van een Amerikaanse militair, maar soms kan ik nog angstig worden als ik aan die gebeurtenis terugdenk.

Weemoed voel ik ook. Niet alleen omdat het avontuurlijke leven dat ik samen met fotograaf Ton Koene zo lang leidde, nu grotendeels stopt. Maar ook omdat ik mij inmiddels vaak prettig voel in Afghanistan. Dit is de plek waar mijn bed staat, waar mijn boeken liggen, waar na elke reis een van mijn huisbewakers de deur open zwiept met de woorden: 'Welkom thuis!'

Afghanistan is het land waar mensen geen tijd hebben voor overbodige luxe. Hier geen stille tochten voor gestorven bultruggen, geen realityprogramma's met figuranten die eigenlijk niets te vertellen hebben, geen keuze uit 23 soorten toetjes. Er zijn hier gewoon geen toetjes.

In Afghanistan praten mensen bij de bushalte over essentiële dingen in het leven: hoe gaat het met je familie? De kinderen? Heeft iedereen genoeg te eten? Is iedereen veilig? Gezond?

Wat ik zeker ook ga missen is de oorlogshumor in Afghanistan. 'Zo, ga je die foto van mij maken voor het geval ik binnenkort word opgeblazen?', grapte een politiechef in Kunduz ooit toen Ton Koene hem fotografeerde. De man raakte kort daarna gewond bij een zelfmoordaanslag.

Natalie Righton keert na drie jaar terug uit Afghanistan. Vanuit Kunduz legde ze keer op keer de vinger op de zere plek van de Haagse besluitvorming door de praktijk van de politiemissie in Afghanistan te beschrijven, met alle complexiteit die daar in een land in oorlog bij komt kijken. Vanaf 1 februari verruilt ze Kabul voor Den Haag om de Nederlandse politici van dichtbij aan de tand te voelen. In april verschijnt haar boek over Afghanistan Duizend dagen extreem leven. Lees haar hele afscheidsverhaal in de Volkskrant van vandaag.