De overheid moet er dan wel voor zorgen dat de deelnemers aan dat publieke debat worden beschermd als ze zich negatief over de islam uitlaten. Nu is de bestrijding van de islamitische ideologie niet mogelijk in Nederland, omdat veel critici van de islam zich niet durven uitspreken uit angst voor bedreigingen, aldus Hirsi Ali, die zich namens haar fractie onder meer met het onderwerp radicalisering bezighoudt.
‘Hier is sprake van een ideeënstrijd. In een open samenleving mag je een radicaal gedachtegoed hebben en verspreiden, ook al leidt dat in de kern tot geweld. De bestrijding daarvan hoort niet bij de rechter thuis, omdat die dan wordt opgezadeld met politieke en theologische onderwerpen’, zei de politica.
Aanleiding voor haar pleidooi is het vonnis tegen Mohammed Fahmi B.. De rechtbank veroordeelde hem vrijdag tot achttien maanden voor het lidmaatschap van de Hofstadgroep en het voorhanden hebben en verspreiden van extremistisch materiaal.
Hirsi Ali is verder tevreden over de veroordelingen in het proces en het feit dat de Hofstadgroep is aangemerkt als criminele terroristische organisatie. Maar ze is ‘diep ongelukkig’ over het vonnis tegen Fahmi B., dat volgens haar in strijd is met artikel 10 (recht op vrijheid van meningsuiting) van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het Kamerlid beseft dat de vorig jaar aangenomen antiterreurwet in dit proces is gebruikt. Toch vindt ze dat de wet op het punt van het bezit en verspreiden van radicale ideeën moet worden aangepast. Ze zal dat dinsdag in de VVD-fractie bespreken. ‘We leggen daarbij nu een te zware nadruk op het strafrecht en de informatie van geheime diensten. De rechter mag geen politieke beslissingen nemen’, zei Hirsi Ali.
Haar VVD-collega Weekers, die fractiewoordvoerder terrorismebestrijding is, sprak van een ‘merkwaardig pleidooi’. Hij voelt er weinig voor om de wet nu al weer te veranderen. ‘We moeten maatregelen treffen die nodig zijn om terreurverdachten aan te kunnen pakken. Gisteren is bewezen dat de wet nuttig is’, zei Weekers.
CDA-Kamerlid Van Haersma Buma reageerde zeer verbaasd op de uitspraken van Hirsi Ali. De radicale uitspraken worden gedaan in de context van een terroristische organisatie, waardoor ze volgens hem levensgevaarlijk zijn. ‘Het gaat hier niet om een normaal debat, maar om haatzaaiende uitingen die strafbaar zijn’, zei Van Haersma Buma. Volgens hem moet de rechtsstaat mensen aanpakken die zich daaraan schuldig maken.