Beeld Jan van Riebeeck in Kaapstad.
Beeld Jan van Riebeeck in Kaapstad. © wb

Wat doen al die koloniale beelden nog in Kaapstad?

De indrukwekkende tentoonstelling Goede Hoop in het Rijksmuseum (laatste week) kreeg kritiek van studenten uit Zuid-Afrika (en in een open brief op OneWorld): waar zijn de hevige debatten in Zuid-Afrika zelf? Over 'dekolonisatie' van de musea bijvoorbeeld? We gingen kijken in Kaapstad. 
 

Verzwegen vragen worden in Zuid-Afrika eindelijk gesteld.

Geen land waar de dagelijkse conflicten zo doordrenkt zijn van geschiedenis als Zuid-Afrika. Met terugwerkende kracht: van de apartheid en de vrijheidsstrijd, langs de koloniale onderdrukking die eraan voorafging onder de Britten, naar de komst van Nederlanders aan de Kaap met hun slaven en hun militairen en hun haven voor de passerende VOC-schepen.

Dit de tijd waarin verzwegen vragen in Zuid-Afrika eindelijk worden gesteld. De tentoonstelling in het Rijksmuseum Goede Hoop kreeg kritiek van Zuid-Afrikaanse studenten in Nederland omdat het heftige debat over 'dekolonisatie' van de geschiedenis en de musea in Zuid-Afrika zelf ontbreekt. Rhodes Must Fall was de leus van heftige studentenacties de afgelopen jaren: bezettingen, hardhandig politie optreden, rechtszaken.

'Waarom moeten de studenten nog steeds aankijken tegen al die standbeelden van kolonialen op hun campussen?', zegt Nkululeko Mabandla, een jonge docent aan de Universiteit van Kaapstad. Terwijl er al in 1994 de eerste vrije verkiezingen waren die de bevrijdingsbeweging aan de macht hadden gebracht. Het ging in eerste instantie om de standbeelden van de Britse koloniaal bij uitstek Cecil Rhodes, naar wie zelfs een kolonie een tijd lang was vernoemd: Rhodesië, dat sinds de bevrijding in 1980 Zimbabwe heet.

Mabandla vindt het jammer dat de confrontaties uit de hand liepen. Hij zag met lede ogen aan hoe enkele militanten met een voorkeur voor relschoppen de beweging kaapten. Een paar beelden werden weggehaald. Toen studenten een paar oude schilderijen met portretten van blanke professoren in brand hadden gestoken, liet de rector de ME komen. Zo is het debat over 'dekolonisering' van de universiteit wat op de achtergrond geraakt, en dat is zonde vindt Mabandla.

De studentenbeweging is doorgegaan met een nieuw actiepunt: de eis voor verlaging van de collegegelden, Fees Must Fall.


Over alles ontstaat discussie. Ieder wil zijn verhaal vertellen. Maar dat is juist goed.

Paul Tichmann, curator Slave Lodge

Als je erop let is het inderdaad gek dat er nog altijd overal koloniale standbeelden in het centrum van Kaapstad staan. Jan van Riebeeck, in de 19de eeuw geschonken door Cecil Rhodes, en echtgenote ('huisvrouw') Maria, in 1952 cadeau gedaan 'door het Nederlandse volk', staat op het koperen plaatje, en onthuld door prins Bernhard.

In het park met het parlement, The National Gallery en het Nationale Museum struikel je over de koloniale beelden - de enige zwarte toevoeging is een buste van Mandela voor het Kamergebouw. Hier in 'The Company's Garden' waren de tuinen van de VOC, er is nog een klein hoekje in stand gehouden.

'Het gaat langzaam', zegt Paul Tichmann, een van de nieuwe lichting zwarte historici en verantwoordelijk voor de Slave Lodge, het slavenverblijf van de VOC, bij het begin van het park. 'In de meeste musea, ook in Slave Lodge, zijn er nog altijd zalen uit de koloniale tijd terwijl onze nieuwe opstellingen en verhalen beetje bij beetje oprukken.

'Over alles ontstaat discussie, zegt Tichmann, niet alleen tussen zwarte en witte historici, maar ook door inbreng van nazaten van bevolkingsgroepen. 'Die willen elk hun verhaal vertellen en laten doorklinken. Dat is juist goed, een echte verandering van aanpak. Daarom zijn we in de Slave Lodge begonnen met de vraag: hoe komen al die verschillende groepen hier in Kaapstad?'


De oorspronkelijke Xhoisan-bevolking leeft nu in de armoedigste en gewelddadigste townships.

Dat is geen onomwonden vraag: er zijn ook conflicten en oud zeer tussen de bevolkingsgroepen. Neem de oorspronkelijke bevolking, zegt Tichmann. Die bestaat vooral uit de Khoikhoi en ook San, hoort nu tot de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen; velen leven in de armoedigste en gewelddadigste townships, waar drugsbenden elkaar bestrijden. Ook onder Zuid-Afrikanen is hun geschiedenis lang verzwegen. Er zijn nu culturele en politieke organisaties die voor het cultureel erfgoed opkomen.

De Aziatische subgroepen zijn voor een belangrijk deel lang geleden als slaven door de VOC naar de Kaap gehaald en brachten de islam mee. Die willen hun kant van het verhaal belichten. Dus als je het perspectief wilt verleggen van de door Nederlanders, Britten en blanke Zuid-Afrikanen gedomineerde verhandelingen naar die van de onderdrukte bevolkingsgroepen, legt Tichmann uit, haal je je heel wat op de hals.


Hij geeft als voorbeeld de kwestie van de vondst van graven van slaven en inheemsen. Bij bouwprojecten stuitten de graafmachines bij herhaling op begraafplaatsen en massagraven buiten het stadscentrum. Logisch want niet-blanken werden buiten het centrum begraven. Op de panorama's van Gordon (die dankzij het Rijksmuseum nu online zijn te zien) zijn soms van die graven te zien. De vondst in de wijk leidde tot onenigheid: wat te doen met de menselijke resten? Herbegraven?

De nazaten van de Khoikhoi, ook wel de Griqua genoemd, eisen dat de resten ongemoeid worden gelaten en alle bouw wordt gestaakt. De geesten van de voorouders kunnen nooit rust vinden als de graven worden verstoord. Andere nazaten zien juist wel wat in de wens van historici om opgravingen te verrichten om historische kennis te vergroten en dna-onderzoek te verrichten op de botten. Zo kan hopelijk en deel van de geschiedenis worden gereconstrueerd. En uitgevonden wie en uit welke bevolkingsgroep de gevonden doden zijn.  Zij willen graag weten wat er is gebeurd met hun voorouders.

Er is, zegt Tichmann, geen definitieve uitweg uit zulke dilemma's. Het vergt steeds opnieuw overleg en afwegingen.

Op de plek zelf is een modern mini-museum ingericht. De architect dit gecombineerd met een trendy koffietent met terras, waar joggers op zondag een latte of ristretto kunnen nemen, ook verse vruchtendrankjes. Daarachter is de expositieruimte met informatieborden over de geschiedenis, de vondsten en de discussies over wat te doen met de resten. Achter een traliedeur liggen duizenden dozen op stellages, met de botten uit de massagraven. Een doordacht momentum mori.

In Tichmanns Slave Lodge is de bovenverdieping nog grotendeels onveranderd, het gebouw was jarenlang onderkomen voor keramiek, volkomen losgezongen van het gruwelijke verleden van het historische gebouw. In het Nationaal Museum staan nog steeds de etnografische panorama's met voorwerpen en hutjes over gebruiken en gewoonten van inheemse volkeren - wel staan er nu bordjes in waarin wordt gewaarschuwd dat deze kennis uit de koloniale en racistische tijd stamt. Er wordt gewerkt aan een nieuwe opstelling, staat erbij. Maar alleen de ergste raciale poppen zijn verwijderd.

In het fort van de VOC, is een gratis filmfestival aan de gang en knalt de disco van Saturday Night Fever door de lucht. Ook hier moet de 'dekolonisatie' nog echt beginnen, als is van het oude tijdens mijn bezoek alleen nog een kleine vleugel met de kamers uit de VOC tijd te zien. In de kelders is een expositie van moderne keramische kunst ingericht. In andere vertrekken is tijdelijk een Duitse expositie te zien over de verzwegen rol van Afrikaanse soldaten in Europese legers tijdens de Tweede Wereldoorlog en hoe slecht ze daarna zijn behandeld.

Eigenlijk is er nog altijd maar één succesvol museum dat de geschiedenis van de gedwongen verhuizingen onder de apartheid vanuit de slachtoffers belicht: het District Six Museum, over de gemengde wijk vlak naast het centrum die in 1967 werd ontruimd - de bevolkingsgroepen werden gedwongen te verhuizen naar afgelegen townships voor hun specifieke raciale groep. Nog steeds vertellen getroffenen zelf hun aangrijpende verhalen over heimwee die nooit ophoudt.


My dear, ik lever elke dag mijn veldslag

Marlene Le Roux, directeur Art Scape

Art Scape is het enorme bolwerk van onder de apartheid de blanke elite, toen heette het nog het FD Malan Centrum. Nu wordt het gerund door oud-activiste Marlene Le Roux. Nog steeds huren het filharmonisch orkest, het ballet en een klassieke radiozender er onderdak, Le Roux en haar directie gebruiken een deel van de inkomsten voor cultuur uit de armere lagen van de bevolking. Of de 'dekolonisering' van Art Scape een beetje lukt? 'My dear, ik lever elke dag mijn veldslag.'

Ja, het ziet er bij Art Scape nog behoorlijk wit uit, zoals in heel het stadscentrum van Kaapstad, maar er verandert heus wel wat: 'Haal die foto even voor me. Dat is mijn hele staf, wat zie je?' Inderdaad het merendeel van de gezichten heeft een kleurtje.

In de dagen van mijn bezoek wekte de witte premier van de Kaapprovincie Helen Zille - een gewaardeerd bestuurder - een storm aan verontwaardiging met een tweet waarin ze stelde dat het kolonialisme Zuid-Afrika toch ook allerlei waardevols had gebracht.In de Kaapprovincie is de DA-oppositie groter dan het ANC.

Raciaal gezien wonen er ook relatief veel 'blanken', 'kleurlingen' en 'Indiërs', om apartheidstermen te gebruiken, die zijn afgeschaft maar nog heel zichtbaar zijn in de samenstelling van de uiteenlopende woonwijken (van duurste villa's met zicht op zee tot krottenwijken).

Zille kreeg voor haar tweetspraak een standje van  haar eigen partij - zonder gevolgen overigens. Ze heeft een verleden als anti-apartheidsactivist en kaartte als journaliste de moord in een politiecel op Steve Biko (1977) aan.

Die rel laat goed zien , zegt Nkululeko Mabandla, dat zelf onder liberale blanken het idee van kolonialisme als beschavende missie niet is verdwenen.